Gespot: De waanzinnige

Wat gebeurt er wanneer een meester en grondlegger van de Nordic Noir terugkeert naar zijn beginjaren? In Gespot duik ik in Mankells eerste spannende roman uit 1977.

De foto van Henning Mankell komt van Wikimedia Commons en is van Frankie Fouganthin.

Henning Mankell (1948-2015) stond bekend om zijn maatschappelijk engagement en politiek activisme, dat duidelijk doorsijpelde in zijn werk. Zijn bekendste creatie, politie-inspecteur Kurt Wallander, houdt de lezer een spiegel voor met thema’s als racisme en migratie. Dankzij de populariteit van Wallander bracht Mankell de Nordic Noir naar het grote publiek. Met zijn misdaadromans schreef hij de blauwdruk voor het genre, gekenmerkt door diepgang, sfeer en sociaal engagement.

Naast misdaadromans schreef de Zweed ook literaire romans, jeugdliteratuur, toneelstukken en televisieseries.

Met De waanzinnige toont Mankell dat de thema’s die hem later beroemd maakten al vroeg in zijn werk aanwezig waren.

In het naoorlogse Zweden verhuist fietsenmaker Bertil Kras van Stockholm naar een klein stadje in de noordelijke provincie Norrland. Daar vindt hij werk in de plaatselijke houtzagerij. Als nieuwkomer — én als communist — wordt hij al snel het onderwerp van kwaadaardige roddels. Wanneer de houtzagerij op een nacht onder mysterieuze omstandigheden afbrandt, vinden de dorpelingen in Bertil een zondebok.

De Nederlandse vertaling van Jasper Popma en Clementine Luijten is vanaf 13 januari 2026 verkrijgbaar. Meer informatie vind je bij uitgeverij De Geus, en op de website van Standaard Boekhandel kan je een fragment lezen.

Het meisje dat een uitgeverij redde.

1944, Zweden. De jonge uitgeverij Rabén & Sjögren staat er niet rooskleurig voor. De uitgeverij is klein, financieel kwetsbaar en op zoek naar een eigen stem in de Zweedse uitgeefwereld. Wedstrijden voor kinderverhalen worden ingezet om nieuw talent te trekken en hun aanbod te versterken. Dat een winnend manuscript voor een totale ommekeer zou zorgen in hun precaire situatie, hadden ze bij Rabén & Sjögren in hun stoutste dromen nooit kunnen bedenken.

Het ontstaan van een icoon.

Hun reddende engel ontstond enkele jaren daarvoor, in 1941, toen een ziek meisje aan haar moeder vroeg om een verhaaltje. “Waar moet ik over vertellen?” vroeg de moeder. Waarop de dochter spontaan een naam bedacht die enkel uit een kindermond kon komen: “Vertel me over Pippi Långstrump.” Het bleef niet bij één verhaaltje over een meisje dat samen met een aapje en een paard, en zonder ouders, in een villa woont. En het bleef niet bij de dochter alleen. Ook neefjes, nichtjes en buurkinderen vroegen Astrid Lindgren (1907-2002) om verhalen over Pippi.

Het duurde tot 1944 voor Lindgren de avonturen van Pippi Langkous opschreef. Nadat ze met een verstuikte enkel het bed moest houden, besloot ze de verhalen te bundelen tot een boek voor haar dochter, Karin. Naast een boek voor haar dochter stuurde ze ook een manuscript naar Bonniers Uitgeverij. Bonniers vond de verhalen rond een meisje dat alle regels aan haar laars lapte, te brutaal en te modern. Ze wilden het niet uitgeven.

Zouden ouders wel zo’n boek kopen?

Astrid Lindgren was evenwel met een ander verhaal voor kinderen als tweede geëindigd in een wedstrijd van Rabén & Sjögren. Na het succes van haar kinderroman De vertrouwelijkheden van Britt-Mari stuurde Lindgren in mei 1945 het manuscript van Pippi Langkous naar haar redacteur bij Rabén & Sjögren. Olenius adviseerde haar om enkele scènes uit het manuscript te herzien en het vervolgens in te sturen voor een nieuwe wedstrijd bij de uitgeverij.

De jury vond het verhaal van Pippi Langkous zo vernieuwend dat Lindgren de eerste prijs kreeg. Het sterke, eigenzinnige meisje was volledig anders dan wat er op dat moment in de kinderboekenwereld bestond. Het had een frisse en vrijgevochten toon, humor, fantasie en anarchie. Het had alles in zich om de kinderliteratuur op zijn kop te zetten en om Rabén & Sjögren als modern en vernieuwend te profileren. Maar het hield ook een risico in: zouden ouders zo’n boek wel kopen voor hun kinderen?

Vernieuwend verhaal, vernieuwende aanpak.

Alleszins lanceert Rabén & Sjögren Pippi met een marketingaanpak die voor 1945 ongezien is: recensenten krijgen het boek vooraf, boekhandels krijgen kleurrijk promomateriaal en voor de illustraties schakelt de uitgeverij illustratrice Ingrid Vang Nyman in. Vang Nyman geeft Pippi haar karakteristieke vlechten en veel te grote schoenen in een moderne stijl met vrolijke kleuren, wat in fel contrast staat met de brave, maar saaie illustraties die toen zo populair en gangbaar waren.

Deze illustratie van Elsa Beskow toont de zachte, idyllische stijl die in Zweedse kinderboeken decennialang de norm was. Het is precies dit soort brave, sprookjesachtige beeldtaal waartegen Ingrid Vang Nyman zich afzette toen ze Pippi Langkous haar moderne, grafische uitstraling gaf — een stijl die je kunt ontdekken op de officiële website van Astrid Lindgren (https://www.astridlindgren.com/be).

Andere vormen van content en communicatiekanalen, zoals het voorlezen van het verhaal op de radio en een bewerking voor kindertheater, helpen mee aan het groeiende succes van Pippi. Twee invloedrijke critici prijzen het boek en het hoofdpersonage als een bevrijdende kracht.

Toch blijft kritiek niet uit. Zeker wanneer een andere invloedrijke criticus Pippi Langkous bestempelt als mentaal gestoord en gevaarlijk voor kinderen. Maar debat en controverse schrikken Rabén & Sjögren niet af. Belangrijker voor hen is dat iedereen het over Pippi heeft, weet waar ze voor staat en dat ze een cultureel gespreksonderwerp wordt. Gelukkig is Astrid Lindgren ook het soort auteur die zich engageert en mengt in publieke debatten over haar boeken en over kinderrechten in het algemeen.

Rabén & Sjögrens aanpak werpt zijn vruchten af: tegen het einde van de jaren veertig is Pippi Langkous een fenomeen dat de uitgeverij een toekomst geeft. Volwassenen zullen blijven discussiëren over Pippi Langkous, en kinderen zullen blijven wensen dat ze zo vrijgevochten zijn als Lindgrens roodharige meisje.

Pippi’s positieve impact.

Wat voor Astrid Lindgren de start betekende van haar schrijverschap, werd voor haar uitgeverij het vlaggenschip waarop ze konden bouwen — een verhaal dat toont hoe vernieuwing en controverse het verschil kunnen maken.

Pippi Langkous redde niet alleen een uitgeverij, ze veranderde ook voorgoed het idee van wat een kinderboek mag zijn.

Danielle leest: Alleen in Berlijn

In januari 2018 blogde ik over Alleen in Berlijn van Hans Fallada. Vorige week vond ik het in een Kringwinkel, en diezelfde avond sloeg ik het al open. Met bijna 500 bladzijden is het een behoorlijk imposant boek. Een paar jaar geleden las ik zo’n boek nog in een week tijd. Nu neem ik mijn tijd. Bovendien heb ik minder tijd om te lezen, omdat ik graag ruimte maak voor andere dingen — zoals televisie kijken, uitgebreid koken of puzzelen.

Op een eventuele recensie van deze roman zal je dus nog even moeten wachten.

Waar gaat Alleen in Berlijn over?

Voor Hans Fallada (1893-1947) aan Alleen in Berlijn begon, schreef hij het volgende over zijn personages:

‘Het echtpaar Quangel, twee onbeduidende mensen uit het noorden van Berlijn, levend op de grens van armoede, zonder hulpmiddelen, zonder bijzondere vaardigheden, zonder achterban, pakt op een dag in 1940 de strijdbijl op tegen de ontzagwekkende machinerie van het naziregime. En het ongeloofelijke geschiedt: de olifant voelt zich door de muis bedreigd! Het hele apparaat komt in beweging, met list en geweld wordt alles in het werk gesteld om de beide mensjes te vangen. De olifant beeft van angst, hij kan bijna niet meer slapen, in het donker loeren de vijanden, die moeten gevangen, die moeten verdelgd worden!

Hoe kwamen de Quangels, die tot halverwege hun leven nooit van het rechte pad waren afgeweken, er opeens toe de kont tegen de krib te gooien en Hitler, de Führer, de oorlog te verklaren, een oorlog die gezien de verpletterende overmacht toch alleen maar slecht kon aflopen voor het tweetal?’

Fallada’s inspiratie.

Voor zijn roman baseerde Fallada zich op de zaak van Elise en Otto Hampel, een laag geschoold echtpaar uit het Berlijnse arbeidersmilieu. Nadat de broer van Elise aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was gesneuveld, begon het echtpaar Hampel een propagandacampagne tegen het regime. Hun campagne duurde drie jaar en stelde de politie en de Gestapo voor een raadsel. De campagne van de Hampels hield in dat ze over heel Berlijn honderden briefkaarten verspreidde met een oproep tot burgelijke ongehoorzaamheid en sabotage op het werk.

In maart 1943 werden Elise en Otto Hampel door onthoofding geëxecuteerd.

Met zijn roman hoopte Fallada dat de strijd van Elise en Otto Hampel, hun lijden en hun dood niet helemaal voor niets zijn geweest. Het was de eerste roman over verzet van gewone mensen tegen het naziregime in het naoorlogse Duitsland.

In 2017 verscheen de film Alone in Berlin van Vincent Perez met Brendan Gleeson, Emma Thompson en Daniel Brühl in de belangrijkste rollen. De YouTube video komt van het kanaal van IFC Films.

Heb jij deze roman al gelezen? En wat vond je ervan?