Spotlight op: De verloren eer van Katharina Blum

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag is het spotlight gericht op: De verloren eer van Katharina Blum van Heinrich Böll.

Samen met Günther Grass en Siegfried Lenz behoort Heinrich Böll (1917-1985) tot de belangrijkste naoorlogse Duitse schrijvers. Böll schreef vooral over de morele leegheid van West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog.

Zijn bekendste roman is ‘Die verlorene Ehre der Katharina Blum’ uit 1974, een pamflet tegen het boulevardblad Bild.

Op een morgen valt de politie de flat binnen van Katharina Blum. De politie is op zoek naar de man waarmee Katharina de nacht heeft doorgebracht. Omdat ze hem niet vinden nemen ze haar mee voor ondervraging. De man die ze zoeken, verdenken ze overigens van terrorisme.

De Zeitung, een populaire en op sensatiebeluste krant wijdt zijn voorpagina aan de arrestatie van de jonge vrouw. De journalist neemt het niet nauw met de waarheid en noemt Katharina een terroristensnol. Die verdraaiing van de waarheid komt de journalist duur te staan: Katharina schiet hem neer. Zij is immers door het slijk gehaald en bestookt met obsceniteiten, beledigingen en haatbrieven.

De vulkaan van Klaus Mann

De eerste reactie op ‘De vulkaan’ kwam van schrijver Lion Feuchtwanger. In zijn brief aan Klaus prees Feuchtwanger het als een geslaagd en belangrijk boek. Hij was wel niet te spreken over de twee engelen, die Klaus had opgevoerd. De meeste lezers van ‘De vulkaan’ vielen niet enkel en alleen over die engelen, maar hadden ook morele bezwaren, vonden het decadent. Zo stoorde recensent Balder Olden zich aan de figuren die Manns roman bevolkten: homo’s, heroïneverslaafden, polygame meisjes, ijdel artiestenvolk, kletsmajoren en nietsnutten. 

Klaus Mann wachtte evenwel met spanning op de mening van de tovenaar, zijn vader Thomas Mann. Rechtstreeks zijn vaders mening vragen durfde hij niet. In plaats daarvan schreef hij zijn moeder Katia en vroeg haar of zij en Vati de roman helemaal wilden lezen. Aanvankelijk ervoer Thomas weerstand bij het lezen van ‘De vulkaan’; hij was immers bijzonder kritisch over het werk van zijn oudste zoon. Volgens de tovenaar was Klaus getalenteerd, maar werkte hij te snel en was hij te slordig. 

Maar Thomas moest toegeven dat ‘De vulkaan’ hem raakte. Hopelijk voor Klaus maakte die vaderlijke erkenning het gebrek aan weerklank voor zijn roman toch enigszins goed. De actualiteit – het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog – overschaduwde namelijk de publicatie van ‘De vulkaan’.

De echte weerklank voor ‘De vulkaan’ kwam er pas in 1956, zeven jaar nadat Klaus in Cannes gestorven was aan een overdosis. De kritieken waren toen overwegend positief. Wat de critici ontging, was dat Erika Mann het manuscript had aangepast. De oudste dochter van Thomas en de lievelingszus van Klaus had bepaalde stukken stilistisch aangepast en andere simpelweg geschrapt. 

Eind jaren 90 verscheen ‘De vulkaan’ weer in de authentieke versie. In ‘De vulkaan’ volg je overigens een dertigtal Duitse emigranten, die een nieuw leven proberen op te bouwen in de periode van 1933 tot 1939. De voorschokken van de vulkaan, een nieuwe wereldoorlog nemen toe naarmate de jaren verstrijken; Veilige plaatsen lijken dan ineens niet meer zo veilig te zijn.

Naast de lotgevallen van een groep schrijvers, kunstenaars en intellectuelen zijn er ook de lotgevallen van een rijke industrieel, een barones en haar dochters, een paar communisten en proletariërs zonder papieren. ‘De vulkaan’ is een ambitieuze roman, die breed en groots is opgezet. Het maakt zijn ambitie evenwel waar, weet van begin tot einde te boeien en te raken.

Zoals schrijver Stefan Zweig in 1939 terecht opmerkte: het is een doorleefd werk. Klaus Mann had zijn eigen tegenstrijdigheden, aanvechtingen en bedreigingen en die van zijn vrienden verwerkt. Als emigrant en ontheemde kende Klaus het probleem van paspoorten, de angst, het verlangen naar de dood, de vluchtige liefde, de heimwee, de hoop, de eenzaamheid, de vijandigheid en de miserie van vele. Hij was vertrouwd met wat er leefde onder de tegenstanders van Hitler en ontvankelijk voor wat er rondom hem gebeurde.

Wat met de fameuze engelen? Wat mij betreft, hebben ze zeker hun plaats in deze caleidoscopische en sublieme roman over ontheemding.  

“In Oostenrijk konden Hans en Ernst niet lang blijven. Daar was men juist nu bijzonder streng voor verdachte knapen zoals zij, gespuis zonder pas, emigrantentuig, bij wie de opstandigheid, de revolutionaire plannen en ideeën op het ongewassen gezicht geschreven stonden.”

Oorspronkelijke titel: Der Vulkan
Oorspronkelijk jaar van publicatie: 1939.

Vertaling: Ria van Hengel/Em. Querido’s Uitgeverij bv.

Runshoppen in een boekwinkel

De afbeelding bij dit blog is van S. Hermann & F. Richter via Pixabay.

Bezoek aan een boekwinkel na de lockdown.

Eén van mijn neussteuntjes van één van mijn brillen was afgebroken. Ik had gebeld en mocht zonder afspraak langskomen. De reparatie duurde maar een half uurtje. Ik mocht in de winkel wachten, maar zag daar vanaf. Een koffie drinken ging niet, vanwege de gesloten cafés, dus liep ik maar wat rond. 

Ik was boekhandel De Slegte al bijna voorbij gelopen, zag uiteindelijk toch een deur waarlangs ik de schaars verlichte winkelruimte kon betreden. De gebruikelijke communicatie over het aantal klanten per vierkante meter, het al dan niet dragen van een mondkapje, het houden van afstand en dergelijke, ontbrak hier, net als de gebruikelijke postkaartenmolens aan de ingang. Vanuit mijn rechterooghoek zag ik op het lage, lange boekenrek wel een flesje ontsmettingsgel.

Net voor ik ‘De vulkaan van Klaus Mann’ vastnam, had ik met mijn gedesinfecteerde handen al een ander boek vastgenomen, gescand en teruggezet, me afvragend of het oké zou zijn, om boeken uit het rek te nemen en te bekijken. Natuurlijk was mijn handeling onopgemerkt en zonder gevolg gebleven. Buiten de aangepaste winkelervaring en de handgel was alles hier zoals vanouds.

Of toch bijna.

Behalve mij was er nog een klant, een dame van ongeveer mijn leeftijd, die haar deel van de winkel bestreek. Ik had alvast genoeg aan mijn deel. Liet mijn blik weloverwogen over de boekenrekken gaan, las hier en daar titels op ruggen en bekeek rustig de uitgestalde omslagen.

Stipt dertig minuten later stond ik weer bij de opticien. De reparatie was zoals altijd graag gedaan en zonder kosten. Naast een mooie opgepoetste bril met twee nieuwe neussteunen ging ik ook naar huis met een ‘gerunschopt’ exemplaar van ‘De vulkaan’ en ‘De geest van Jonah Boyd’ in mijn draagbare handtas.