Gespot: Mefisto

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over ‘Mefisto’ van Klaus Mann (1906-1949). 

‘Mefisto’ vertelt het verhaal van de gewetenloze opportunist, acteur Hendrik Höfgen. Wanneer de nationaal-socialisten in Duitsland aan de macht komen zweert hij zijn communistisch verleden af. Ook verlaat hij zijn vrouw en zijn maîtresse. Want zijn connectie met hen zou wel eens nadelig kunnen zijn voor zijn carrière.

Met zijn vertolking van Mephistopheles in Faust trekt hij de aandacht van Hermann Göring. Dankzij Göring schopt hij het tot theaterintendant van het Derde Rijk. 

Het is geen toeval dat Hendrik Höfgens carrière gelijkenissen vertoont met de carrière van de beroemde Duitse acteur Gustaf Gründgens (1899-1963). Gründgens en Mann kenden elkaar: ze hadden ooit samengewerkt en geacteerd in dezelfde theatergroep. Bovendien was Gründgens getrouwd geweest met Klaus’ zuster Erika. 

Het idee van ‘Mefisto’ kwam van collega-schrijver Hermann Kesten. Want Klaus Mann had aanvankelijk niet de carrière van zijn ex-schoonbroer voor ogen, maar een roman over Duitsland in de verre toekomst.  

De foto van Klaus Mann komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein. De cover van Mefisto toont de cover van de nieuwe uitgave, die eind mei 2020 bij uitgeverij Schokland verschijnt.

Dichter zijn volgens Auden.

Voor kenners is het onbegrijpelijk dat W.H. Auden (1907-1973) nooit de Nobelprijs voor Literatuur heeft gekregen. Nochtans werd Auden 3 keer genomineerd voor de prestigieuze literatuurprijs. Vermoedelijk viel de Nobelprijscommissie over zijn suggestie dat de Zweedse diplomaat en Nobelprijswinnaar Dag Hammerskjöld homo was. 

De homoseksuele Auden trouwde in 1935 met de oudste dochter van Thomas Mann, Erika. De lesbische Erika was zo verzekerd van een Brits paspoort en een vrijgeleide uit nazi-Duitsland. Eigenlijk wou Erika trouwen met auteur Christopher Isherwood, een vriend van haar broer Klaus. Maar Isherwood kon het niet. Auden, die toen een knipperlichtrelatie met Isherwood had, stemde direct toe in een huwelijk met Erika. Hoewel ze nooit onder één dak hebben gewoond, is hun verstandshuwelijk nooit ontbonden geweest. 

Zijn relatie met de Amerikaanse dichter Chester Kallman daarentegen voelde voor Auden aan als een huwelijk. Tot zijn groot verdriet was zijn huwelijk met zijn droomprins een kort leven beschoren: Kallman kon hem namelijk niet het alleenrecht op hem geven. Toch bleven ze tot aan Audens dood eenzelfde woning delen. 

De foto bij dit citaat komt van Wikimedia Commons en is van John Kjellström – Svenska Dagbladet via IMS Vintage Photos

De val van Stone van Iain Pears

Parijs, 1953. Voormalig BBC-journalist Matthew Braddock woont de begrafenis bij van Virginie Robillard. Op de begrafenis wordt Matthew aangesproken door Harold Whitely van de firma Henderson, Lansbury, Fenton. 

Whitely vond onlangs een verzegeld pak, dat deel uitmaakte van de nalatenschap van Henry Cort. Het pakje mocht enkel aan Matthew Braddock bezorgd worden na de dood van Virginie Robillard. Matthew kende Virginie overigens als lady Elizabeth Ravenscliff, alias Rooie Jenny. 

Londen, 1909. De laatste baron Ravenscliff, John Stone, valt uit een raam van zijn huis, zijn dood tegemoet. Zijn jonge weduwe huurt de jonge journalist Matthew Braddock in. Braddock zou voor haar op zoek moeten gaan naar een kind van Stone. Het bestaan van dit kind werd pas in Stones testament bekend gemaakt. Als cover voor zijn onderzoek naar dit kind moet Braddock een boek over John Stone schrijven. Hij krijgt daar zeven jaar voor. 

Maar Matthew heeft noch het boek afgewerkt noch het kind gevonden. Dankzij de documenten, die Henry Cort hem achterliet, krijgt Matthew eindelijk de antwoorden op zijn vele onbeantwoorde vragen. Voor de lezer begint dan de echte pret met ‘De val van Stone’. Want het eerste deel met Matthew Braddock is weliswaar interessant, maar weet niet helemaal te overtuigen. Vooral het einde van het eerste deel voelt kort door de bocht aan.

Van een heel ander kaliber is het tweede deel, wat beduidend spannender is dan het eerste. Verteller van dienst is spion en ex-bankier, Henry Cort. Net als in het eerste deel is er een belangrijke rol weggelegd voor Elizabeth Ravenscliff. John Stone blijft wat onderbelicht, maar niettemin leer je het financiële genie beter kennen. En als je dan denkt dat je alles over Stone weet, pakt Pears uit met Stones verhaal in het derde deel. Het derde deel heeft een meer melancholisch karakter, wat nog versterkt wordt door de setting in het Venetië van de negentiende eeuw. Dit deel maakt uiteindelijk de onzichtbare link tussen Stones verleden, zijn mysterieuze kind en zijn val uit het raam. En hiermee is de cirkel uiteraard rond. 

Kortom, ‘De val van Stone’ is een ingenieuze en intrigerende puzzel, die aan sterkte wint naarmate je vordert in het verhaal. Zonde van het kleffe einde, maar niettemin een grandioos boek. 

Oorspronkelijke titel: Stone’s Fall.
Datum van publicatie: 2009.