Spotlight op: Bel-ami

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Bel-Ami’ van Guy de Maupassant.

Dankzij een oude vriend krijgt George Duroy een job bij het dagblad La Vie Française. Hij kent niets van cultuur, hij is immers maar een jonge man van de provincie. Maar hij heeft lef. Hij heeft ambitie. En hij is knap. Hij weet de Parisiennes rond zijn vinger te winden en in zijn bed te krijgen. Van chantage is hij niet vies. Hij weet dus snel fortuin te maken. Bel-Ami is de naam waaronder zijn bewonderaars hem kennen.

Met ‘Bel-Ami’ schreef Guy de Maupassant (1850-1893) naar eigen zeggen een satire van bepaalde milieus in Parijs. Milieus waarmee de decadente de Maupaussant vertrouwd was. Zijn succes als schrijver maakte het namelijk mogelijk om mondain te leven. Zo had hij zijn eigen jacht.

Naast zeven romans schreef de Maupassant driehonderd verhalen. Van het moderne kortverhaal is hij de vader.

De foto van Guy de Maupassant komt van Wikimedia media commons en is van Nadar.

Eugénie Grandet van Honoré de Balzac

Zijn vader stuurde hem voor een paar maanden naar zijn broer. Voor Charles was het zijn eerste tocht naar de provincie. Hij was op het idee gekomen om iedereen de ogen uit te steken met zijn luxe. In zijn koffer zaten dan ook zijn fijnste en mooiste vesten. Daar zijn oom een landgoed bezit, zag hij zichzelf al op jacht gaan. Bovendien zou hij veel mensen ontmoeten.

Felix Grandet bezit inderdaad een landgoed, maar wonen doet hij er niet. Hij en zijn gezin wonen in een somber en vochtig huisje in Saumur. Want Felix Grandet is een krent. Een waskaars is luxe en niet te vinden in huize Grandet. Grandets vrouw en dochter weten niet beter dan dat de pater familias een bescheiden fortuin heeft. De inwoners van Saumur weten wel beter. De oude Grandet is steenrijk, dus zijn dochter ligt goed op de huwelijksmarkt. Leden van de bankiersfamilie Des Grassins en van de notarisfamilie Cruchot  lopen dan ook de deur plat bij de Grandets. Eugénie is zich daar niet bewust van. Wel merkt zij direct haar neef op, zoals die daar in de kamer staat, als een vreemde eend in de bijt. Zij dringt bij de dienstbode aan op extra room en een waskaars voor Charles. Dingen die Nanon uit haar eigen zak betaalt.

De vader van Charles is overigens failliet gegaan. Van zodra zijn zoon op weg was naar de provincie pleegde hij zelfmoord. Felix Grandet laat een constructie opzetten die de schuldeisers van zijn broer tevreden moeten houden, en die hem financieel geen pijn doet. Ook komt hij tegemoet aan de wens van zijn broer om Charles fortuin te laten maken in het buitenland: hij zal zijn neef geld geven zodat hij naar Nantes kan reizen. Eugénie daarentegen schiet haar neef financieel ter hulp. Uiteraard komt de oude Grandet te weten wat zijn dochter heeft gedaan. Droog brood, water en opsluiting in haar kamer is haar straf. Maar Eugénie aardt niet enkel naar haar brave en godsvruchtige moeder, maar ook naar haar onvermurwbare vader. Vader versus dochter. Kan er wel een winnaar zijn? Eugénie leert haar vader alvast kennen voor wat hij is. Hoe beter je de vader leert kennen in al zijn gierigheid, hoe meer haar onbaatzuchtige ster schittert. Of om het in de woorden van de alwetende verteller te zeggen: Eugénie is niet van deze wereld.

De grootheid van haar ziel vermindert de effecten van haar bekrompen opvoeding en de haar toen bijgebrachte gewoonten.

In de laatste paragrafen pakt diezelfde alwetende verteller uit met een gerucht, dat je aan het denken zet over de beweegredenen van Eugénie. Is zij nu een slachtoffer van haar tijd, haar rijkdom en haar omgeving? Of speelt zij het spel in haar eigen voordeel mee? De alwetende verteller laat het aan de lezer over, om daar zelf over te oordelen. Mijn oordeel is alvast dat Eugénie even gewiekst is als haar vader. Dat ze haar vader noch Charles op hun woord kon geloven, moet sporen achterlaten hebben.

Maar jij, die mijn recensie leest, leest het allicht helemaal anders. De personages bij de Balzac zijn namelijk heerlijk complex in al hun deugden en hun gebreken.

Oorspronkelijke titel: Eugénie Grandet.
Jaar van publicatie: 1833.
‘Eugénie Grandet’ is het dertigste boek in La Comédie Humaine.

Lezen volgens Mauriac.

Bij de bekendmaking  van de Nobelprijs voor Literatuur in 1952 had een groot deel van de wereld nog nooit van François Mauriac (1885-1970) gehoord. Niet iedereen in Frankrijk was het eens met de juryleden van de Nobelprijscommissie. Voor Jean-Paul Satre was de romanschrijver-journalist allesbehalve een artiest. Dichter Paul Claudel vond zijn werk te kleinburgerlijk.

Aanvankelijk waren Mauriacs romans autobiografisch van karakter. Zijn ontvoogding uit het burgerlijke en vrome gezinsleven viel samen met dat van zijn personages. In 1922 verwierf hij bekendheid met ‘Le baiser au lépreux’, over de gespannen relatie tussen een echtpaar. De eerste vertaling in het Nederlands van zijn werk kwam er in 1933 met ‘Addergebroed’ (Le Nœud de vipères).

Een krantenbericht over een vrouw die haar man had proberen te vergiftigen lag aan de basis van ‘Thérèse Desqueyroux’ (1927), zijn bekendste roman. In deze roman exploreert Mauriac de innerlijke strijd van zijn hoofdpersonage. De roman kreeg in 1935 een vervolg met ‘La fin de la nuit’. ‘Thérèse’ van Uitgeverij Bint bracht beide romans in 2017 samen in een nieuwe Nederlandse vertaling.