Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull van Thomas Mann

Nadat hij op meesterlijke wijze de dienstplicht in Duitsland weet te ontlopen, gaat Felix Krull in Parijs werken in een hotel. De gladde prater weet het te schoppen van liftboy tot kelner. Daarnaast houdt hij zich bezig met diefstal. Zo besteelt hij de steenrijke mevrouw Houpflé, een vaste gast in het hotel. Pikant detail: zij weet dat hij haar besteelt. Maar ja, zij is dol op jonge mannen en Felix is toch zo geweldig in bed.

De perfectionist in Felix vervult elke rol met verve. Hij weet zich aan elke situatie aan te passen en voelt andermans zwakke plekken moeiteloos aan. Last van zijn geweten heeft hij niet. Als hij niet werkt, dan flaneert hij als een echte heer in kostuum door Parijs en frequenteert hij chique gelegenheden. Op een dag merkt een hotelgast hem op. Het duurt niet lang of de gast, de Luxemburgse markies de Venosta, vraagt Felix om zijn plaats in te nemen.

Volgens Mann-kenners is de ‘Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull’ zijn luchtigste en vrolijkste roman. Mann zag het Felix Krullproject als een parodie op de memoires van Goethe, ‘Dichtung und Wahrheit’. Hij had de roman al in 1907 gepland. In 1910 begon hij met het schrijven ervan. Het idee van het verhaal had hij ontleend aan de memoires van Georges Manolescu, ‘Ein Fürst der Diebe’ en ‘Gescheitert’.

Manolescu was een Roemeense oplichter en hoteldief. Toen hij in 1901 tegen de lamp liep, bleek tijdens zijn proces in Berlijn dat de adellijke hoofden van Europa hem kende als Prins Lahovary. De gevangenis vond de rechter niet de juiste plaats voor de nepprins, wel het krankzinnigengesticht. Hier schreef Manolescu zijn memoires. Die memoires waren lucratief. Door zijn proces was hij immens populair geworden. Bovendien hadden enkele van zijn slachtoffers zwijggeld betaald. In de jaren 20 werden zijn memoires drie keer verfilmd.

Mann was echter al in 1913 met de ontboezemingen van Krull gestopt, en probeerde het alsnog in 1950 af te maken. In 1954 kwamen de eerste 3 delen uit. De 3 andere geplande delen zou hij nooit schrijven. Volgens hem zou niemand daarom treuren.

Mann wist niet welke vorm hij best aan Krulls ontboezemingen gaf, en dat merk je als lezer. Het verhaal begint als een klassieke ontwikkelingsroman, gaat over in een schelmenroman, om te eindigen in filosofische en wetenschappelijke bespiegelingen. Het verhaal komt traag op gang. Ook is het wennen aan de toon en stem van Felix: arrogant, spottend, breedvoerig en gezwollen. De hoogtepunten in Felix’ relaas zijn de militaire keuring en zijn complexe leven als hotelbediende, dief en gedistingeerde heer, waarin zijn verschillende gezichten naar voren komen. De scène met mevrouw Houpflé is hilarisch, maar er over. Al bij al is het jammer, dat de roman onafgewerkt is gebleven. Want de insteek is briljant: de burgerlijke maatschappij ontmaskerd door een artistiek begaafde oplichter. Oplichten is immers een kunst. Mensen willen bedrogen worden, zoals duidelijk naar voren komt uit Krulls memoires. 

Oorspronkelijke titel: Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull.
Jaar van publicatie: 1954.
Vertaald door Dirk Salomons. Uitgegeven bij House of Knowledge.

De terugkeer van Filip Latinovicz van Miroslav Krleža

“De ochtend gloorde toen Filip op het station van het Kaptol arriveerde. Drieëntwintig jaar was hij niet in dit oord geweest, maar hij wist nog altijd wat hem te wachten stond: rotte, morsige daken en de appelvormige spits van de fraterstoren en het grijze, door de wind verweerde huis met één verdieping aan het einde van de donkere laan, met het gipsen medusahoofd boven de zware beslagen eikenhouten deur en de kille deurklink. Drieëntwintig jaar waren verstreken sinds die ochtend waarop hij zich als een verloren zoon tot voor deze deur had gesleept: een gymnasiast uit de zevende klas die van zijn moeder een honderdje had gestolen, drie dagen en drie nachten met publieke vrouwen en serveersters had geslempt en die toen hij thuiskwam de deur gesloten had aangetroffen en op straat was gezet, sindsdien leefde hij op straat, al vele jaren lang, en er was eigenlijk niets veranderd.”

En toch is er veel veranderd! Het einde van de Eerste Wereldoorlog luidde het einde in van de Dubbelmonarchie, Oostenrijk-Hongarije. Filip is nu een inwoner van het koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. In het provinciale Kroatië is de tijd evenwel blijven stilstaan. Niet enkel de gebouwen zien er hetzelfde uit, ook de mensen geloven nog steeds in hekserij.

Het is overigens op vraag van zijn moeder dat Filip terugkeert. Filip is een succesvolle maar gedesillusioneerde kunstenaar. Hij gaat door een identiteitscrisis. Dat is overigens niet de eerste keer. Heel zijn kindertijd werd verpest door de vraag: wie is mijn vader? Met zijn terugkeer hoopt hij zijn geloof in zowel het leven als in de kunst te herstellen. In de nasleep van de Groote Oorlog is de kunstwereld immers enorm veranderd. Futurisme, dadaïsme, expressionisme, absurdisme…je zou als kunstenaar al voor minder een crisis krijgen. Zijn moeder wil een portret van zijn hand. Maar hoe gaat hij haar schilderen? En waar? Gaat hij haar realistisch schilderen? Of wordt het zijn interpretatie van de werkelijkheid? Een pijnlijke situatie, die ook de moeilijke relatie tussen moeder en zoon blootlegt.

Naast de moeder en Filip zijn er ook andere intrigerende personages, zoals Vladimir von Ballocsansky, een telg uit een bourgeoisfamilie en de gevallen vrouw, Bobočka von Radak. Zowel Filip als Vladimir zijn in de ban van Bobočka. Een conflict dat leidt tot een dramatisch slot. ‘De terugkeer van Filip Latinovicz’ is ook een ideeënroman. Krleža geeft namelijk zijn visie over de mens en de samenleving.

Miroslav Krleža (1893-1981) geldt nog steeds als een van de belangrijkste schrijvers van Centraal-Europa. In de periode 1958 en 1964 is hij zeven jaar na elkaar genomineerd geweest voor de Nobelprijs. ‘De terugkeer van Filip Latinovicz’ (1932) is de eerste moderne roman van de Kroatische literatuur en een terechte klassieker. Het is geschreven in een unieke en prachtige stijl. Een stijl, die als het ware het verhaal voortstuwt.

Oorspronkelijke titel: Povratak Filipa Latinovicza.
Datum van publicatie: 1932.

De literaire rebel

Het was een routineoperatie, maar zij overleed. Haar man, George Orwell (1903-1950) bleef er ogenschijnlijk onaangedaan bij. De man achter het pseudoniem leed echter in stilte en vluchtte weg in zijn werk. Dat George Orwell een pseudoniem was, wisten maar heel weinig mensen. Buiten zijn familie noemde iedereen hem George. Toch deed Orwell nooit afstand van zijn echte naam, Eric Blair.

In dienst bij het Britse Rijk.

Eric Arthur Blair zag het levenslicht in India op 25 juni 1903. Zijn vader Richard werkte in India als overheidsfunctionaris. Hoewel hij er als kind van droomde om schrijver te worden, trad Eric in de voetsporen van zijn vader. In 1922 ging hij naar Birma, het huidige Myanmar. Hier werkte hij als assistent-superintendent bij de Indian Imperial Police. Bij zijn collega’s was hij niet populair. Hij was een buitenbeentje, dat graag contact zocht met de inlanders en vlot hun taal sprak. Van het moment dat hij besefte hoezeer de inwoners van Birma hun kolonisatoren haatte, schaamde hij zich. In 1927 gaf hij zijn ontslag. Hij wist al wat hij wou gaan doen bij aankomst in Engeland: schrijven.

Leven in de marginaliteit.

Bij deze nieuwe fase in zijn leven hoorde een andere naam en een nieuwe levensstijl. Hij was immers niet langer meer een pilaar van het Britse rijk, maar een literaire en politieke rebel. Terwijl hij probeerde aan de kost te komen als freelancejournalist, begon hij zich te verdiepen in het leven van de armen. Hij ging in de Londense East End wonen tussen de arbeiders en de bedelaars, en leefde op straat als vagebond.

In de lente van 1928 trok hij naar Parijs. Hier schreef hij bijdragen voor verschillende Avant-gardemagazines. Daarnaast schrapte hij zijn kost bijeen als afwasser in chique Parijse hotels en restaurants. Zijn ervaringen in Londen en Parijs beschreef hij in zijn eerste werk, ‘Down and Out in Paris and Londen’ (1933). Naast de autobiografische elementen is ‘Down and Out in Paris and Londen’ vooral een sociaal document, waarin Orwel stelt dat de armen ook maar mensen zijn.

Werk, huwelijk en Spaanse Burgeroorlog.

In 1934 verscheen ‘Burmese Days‘, geïnspireerd door zijn tijd in Birma. Daarna volgden ‘The Clergyman’s daughter’, Keep the Aspidistra Flying en ‘The Road to Wigan Pier, over de situatie van de arbeiders in Noord-Engeland met daarin een beschrijving van zijn eigen weg naar het socialisme. ‘The Road to Wigan Pier was een knap staaltje van onderzoeksjournalistiek, dat Orwell schreef voor de Left Book Club. Voor het schrijven van dat werk had hij een voorschot ontvangen van 500 £, oftewel een inkomen van 2 jaar. Intussen was Orwell getrouwd. Zijn vrouw, Eileen O’ Shaughnessy werkte als typiste.

Eind 1936 vertrok hij naar Spanje om deel te nemen aan de Spaanse Burgeroorlog. Zijn getuigenis van die oorlog beschreef hij in ‘Homage to Catalonia’ (1938). Voor de publicatie van dit werk was Orwell opgenomen in een sanatorium. Zijn slechte longen maakte hem ongeschikt voor militaire dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op het thuisfront was er gelukkig nog werk bij de BBC en als Home Guard.

Zijn laatste levensjaren.

Vijf maanden na Eileens dood verscheen zijn beroemdste boek, de dierenfabel ‘Animal Farm’ (1945). De satire over het sovjetsysteem werd in de literaire wereld ontvangen als de grootste satire sinds Jonathan Swifts ‘Gulliver’s Travels‘. Tot dan toe was Orwell er niet in geslaagd om zijn politieke boodschap te combineren met literatuur, maar met ‘Animal Farm’ bewees hij dat hij dat wel kon. Door ‘Animal Farm’ wou iedereen hem zien en horen spreken. Met die aandacht voor zijn persoon had Orwell het moeilijk.

Zijn laatste grote werk ‘1984’ zou hij dan ook voornamelijk op het afgelegen Schotse eiland Jura schrijven. Hoewel hij vaak in Londen moest zijn voor zijn werk – Orwell was nu een veel gevraagd schrijver en publicist – woonde hij de laatste jaren van zijn leven op Jura. Op Jura was er geen elektriciteit, dus de schrijver en zijn adoptiezoon Richard woonde daar heel primitief. Niettemin moest hij vaak naar het vasteland, naar en of ander ziekenhuis voor zijn tuberculose. Hij bleef echter kettingroken.

Ondanks de veelvuldige ziekenhuisopnames wist Orwell ‘1984’ op tijd op te leveren. Het had veel van zijn krachten gevergd. Toen het in juni 1949 uitkwam, werd het heel goed ontvangen. Lang kon Orwell niet van het succes genieten. Een half jaar later, op 21 januari 1950 overleed hij. Slechts een paar maanden daarvoor was hij voor de tweede keer in het huwelijk getreden.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van Cassowary Colorizations.