Kinderen van de revolutie van Dinaw Mengestu

Hij hoorde het voor het eerst toen hij nog bij het Capitol Hotel werkte. Hij deelde toen een kamer met Joe uit de Congo en Kenneth de Keniaan. Joe stond toen op en verklaarde: “Dat zijn wij. The children of the revolution”. Nadat Kenneth en Sepha begrepen wat Joe bedoelde, stonden ze eveneens recht. Gedrieën bewogen ze hun hoofd op de woorden die ze nauwelijks verstonden, en die kwamen uit de jukebox van het café.

Ze geloofden inderdaad dat ze kinderen van de revolutie waren. Net als alle Afrikaanse immigranten in de VS hadden ze verhalen over familie die ze misten en nooit meer zouden zien. In hun gebroken Engels spraken ze over de dictaturen in Afrika, en de gruwelen die ze hadden meegemaakt.

Zeventien jaar later spreken Sepha, Joe en Kenneth nog altijd over Afrikaanse dictators en staatsgrepen. Ze hebben er intussen een spel van gemaakt. Noem een dictator en raad dan het jaar en het land. Ze spelen het in Sepha’s winkel. Elke dinsdag komen Joe en Kenneth na sluitingstijd naar Sepha’s winkel. Soms komt alleen een van hen. Soms geen van beiden.

Sepha’s winkel ligt in een achtergestelde kleuringenbuurt. Op korte tijd ziet hij de buurt rond zijn winkel veranderen. Huren stijgen. Wooncomplexen worden onbewoonbaar verklaard en ontruimd. Meer en meer blanken komen in de buurt wonen. Sepha had tot voor kort een blanke buurvrouw. Pas helemaal op het einde van het verhaal kom je te weten waarom zijn blanke buurvrouw verhuisde. En wat zij en haar dochter Naomi voor hem betekende. En wat hij mist in zijn leven. Vooral de vriendschap met Naomi is bijzonder. Net als Sepha heeft zij een donkere huid en is de vader, de grote afwezige.

In ‘Kinderen van de revolutie’ kan je lezen hoe de recente veranderingen in Sepha’s leven hem laten stilstaan bij zijn huidige bestaan. Hij maakt de balans op van zijn leven. Zijn vlucht uit Ethiopië naar de VS zag hij als iets tijdelijks, maar 17 jaar later woont hij er nog steeds. ‘Kinderen van de revolutie’ is ongelooflijk mooi, ontroerend, melancholisch, rauw en humoristisch. Het laat zien dat je je vaderland nooit echt verlaat. Ook al probeer je als Sepha het contact met andere Ethiopiërs tot een minimum te beperken.

“Ik was simpelweg niet naar Amerika gekomen om er een beter leven te vinden.Ik was hier rennend en gillend naartoe gekomen met de spoken van een vroeger leven op mijn hielen. Sindsdien was mijn doel altijd eenvoudig geweest: onopgemerkt de dagen door te komen, geen kwaad meer te doen.”

Oorspronkelijke titel: The Beautiful Things That Heaven Bears.
Datum van publicatie: 2007.

Mijlpaal in de Afrikaanse literatuur

Volgens vele begint de Afrikaanse literatuur vanaf 1958. Toen werd ‘Things fall apart’ (Een wereld valt uiteen) van Chinua Achebe gepubliceerd. Het was het eerste boek van een zwart Afrikaanse auteur die door critici over de hele wereld werd gelezen. De kritieken waren lovend. Enkel in Nigeria, het thuisland van Achebe waren de reacties aanvankelijk sceptisch. Ook bracht het een discussie op gang, die in Afrika nog steeds niet is uitgewoed: kan een roman van een Afrikaanse auteur wel in de taal van de vroegere kolonisator geschreven worden?

Engels als troef.

Net als vele van zijn tijd- en landgenoten was Achebe opgeleid in het Engels. Bij de kolonisatie van Nigeria in de negentiende eeuw was het Engels immers de lingua franca geworden. Achebes keuze voor de pen tijdens zijn studentenjaren was ingegeven door onbehagen. Hij maakte hem ongelukkig hoe Britse schrijvers over zijn landgenoten en Afrikanen in het algemeen schreven. Afrikaanse personages waren steevast wilden of hansworsten.

“The white man is very clever. He came quietly and peaceably with his religion. We were amused at his foolishness and allowed him to stay. Now he has won our brothers, and our clan can no longer act like one. He has put a knife on the things that held us together and we have fallen apart.”

Zijn debuut schreef Achebe naast zijn werk voor de Nigeriaanse radio. Tijdens een opleiding in Londen liet hij zijn manuscript lezen door schrijver-criticus Gilbert Phelps, die de roman meteen wou voorstellen aan een literaire agent. Voor Achebe was de roman nog niet klaar. Pas twee jaar later, in 1958 zond hij zijn enige handgeschreven exemplaar van ‘Things fall apart’ met een betaling van 22 pond naar een firma in Londen, gespecialiseerd in typewerk. Er kwam echter geen reactie van de firma. Toen zijn baas naar London ging voor haar jaarlijkse vakantie, vroeg hij haar om langs te gaan bij de firma om te horen wat er van zijn manuscript geworden was. Dankzij haar tussenkomst kreeg Achebe zijn uitgetypt manuscript netjes teruggestuurd. Hij verzond het terug naar Londen. Deze keer naar de literaire agent, aangeraden door Phelps

Uiteindelijk was uitgeverij Heinemann bereid om Achebes roman uit te geven, maar pas nadat een van hun adviseurs het de hemel had ingeprezen. Het was niettemin een risico. Want ging er wel een markt zijn voor Afrikaanse auteurs? Dat het verhaal in het Engels was geschreven, was een troef. Had Achebe het in zijn eigen taal, het Igbo geschreven, had hij nooit zo veel lezers kunnen bereiken. En waren lezers in de rest van de wereld verstoken geweest van wat Afrikaanse auteurs te bieden hebben, want het succes van ‘All fall apart’ effende de weg voor andere. Of zoals Nelson Mandela zei: “Een wereld valt uiteen’ bracht Afrika naar de rest van de wereld.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De foto bij dit blog komt van Pixabay.

Terug naar Mogadishu van Nuruddin Farah

In New York was Jeebleh bijna overreden door een landgenoot. Hij hoopt de dood in verwarring te brengen door terug te gaan naar Mogadishu. Zijn terugkeer stelt hem ook in staat om het graf van zijn moeder te bezoeken, en zich ervan te vergewissen dat haar geest rust gevonden heeft. Zijn vrouw en kinderen vinden zijn reis waanzin. Jeeblehs vertrek uit Somalië was namelijk gedwongen. Op een dag werd hij van de gevangenis naar de luchthaven gebracht en op een vliegtuig gezet.

Mogadishu, stad van de dood. Hier heerst anarchie en bandeloosheid. Gieren, kraaien en maraboes zijn een vertrouwd gezicht in de stad. De aasvogels vinden genoeg eten: overal liggen er achtergelaten, onbegraven lijken. De maatschappij is verhard, en de religie heeft de invloed van Afghanistan en Saoedi-Arabië ondergaan. Jeebleh is veel te lang weggeweest. Hij kent de regels van de veranderde samenleving niet of nauwelijks. Hoe moet hij zich gedragen? Wie kan hij vertrouwen? En waarom is hij na 20 jaar terug naar Mogadishu gegaan?

Elk deel van ‘Terug naar Mogadishu’ begint met citaten uit Dantes eerste deel van de ‘Goddelijke komedie’: de hel. Jeebleh is inderdaad naar de hel en zijn eigen politieke verleden teruggekeerd. Er is meer aan de hand. Net als Dante in de ‘Goddelijke komedie’ is Jeebleh zoekende. Zijn eigen cultuur voelt aan als vreemd. Hij betrekt de kritiek op de Amerikanen op zichzelf. Maar hij komt ook thuis. ‘Terug naar Mogadishu’ is een zoektocht naar identiteit en cultuur tegen de achtergrond van een Somalië waarin clans en subclans elkaar bevechten. Maar waar Jeebleh de liefde van zijn vrienden vindt.

“Hij wist dat ze elkaar zouden opzoeken, elkaar welkom zouden heten in hun huis, en in hun verhalen. Hij en zijn vrienden waren voor altijd verbonden door de kettingen van de verhalen die ze deelden.”

‘Terug naar Mogadishu’ is een rijk boek met interessante personages. Soms word je met gewoontes geconfronteerd, die je moeilijk kan plaatsen, en die de schrijver niet uitlegt. Geen ramp voor deze lezer, allicht minder fijn voor sommige.

De Somalische schrijver Nuruddin Farah schrijft enkel trilogieën. Ook ‘Terug naar Mogadishu’ is deel van een trilogie. Het verhaal staat gelukkig op zichzelf. De andere delen van de trilogie zijn namelijk niet in het Nederlands vertaald. Farah heeft al veel prijzen gewonnen en wordt als een van Afrika’s grootste hedendaagse schrijvers vaak getipt voor de Nobelprijs voor literatuur.

Oorspronkelijke titel: Links.
Jaar van publicatie: 2003.