Een handvol stof van Evelyn Waugh

Boosaardig en onthutsend verhaal.

Hoewel ze John Beaver saai vindt, begint Lady Brenda Last een affaire met hem. Haar affaire stelt haar in staat om in Londen een flatje te huren. Zo heeft ze gelijk een reden om zo weinig mogelijk thuis te zijn. Haar huis is overigens een slecht onderhouden landhuis. Haar echtgenoot Tony is dik tevreden met zijn rustige leventje en merkt niets van de affaire van zijn vrouw. Al zijn en haar vrienden weten het, en hebben al tevergeefs geprobeerd om hem op te zadelen met een maîtresse.

Na de dood van hun zoontje, vertelt Brenda dat ze wil scheiden. Tony is gebroken, maar doet het nodige om haar sociale reputatie te vrijwaren. Nadat Brenda, opgestookt door haar minnaar, te veel alimentatie eist, trekt Tony naar het buitenland.

Sinds zijn publicatie in 1934 is ‘Een handvol stof’ in Engeland nooit uit druk geweest. Het is makkelijk te begrijpen waarom. Waugh wist als geen ander de sfeer van zijn tijd en van de gegoede Engelse klasse te vatten. ‘Een handvol stof’ is een doorleefd verhaal van een huwelijk dat op de klippen loopt. Waugh verwerkte namelijk zijn eigen ervaringen en emoties naar aanleiding van zijn uiteengevallen huwelijk in ‘Een handvol stof’. Zijn vrouw had hem verlaten voor zijn beste vriend. Hoewel die beste vriend van zijn eigen klasse was, voerde Waugh in zijn roman een minnaar op uit een lagere klasse. Beaver blijkt overigens een nietsnut te zijn, die enkel geïnteresseerd is in Brenda’s geld. Eigenlijk ziet hij haar als zijn ticket voor een betere sociale positie.

Het is geen fraaie zedenschets die Waugh in ‘Een handvol stof’ schetst. Ondanks de humor en ironie is het een boosaardig en onthutsend verhaal.

 

Oorspronkelijke titel: A Handful of Dust.
Jaar van publicatie: 1934.

 

Gloed van Sándor Márai

Henriks monoloog.

Hongarije, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, in een kasteel ergens in de Dolomieten. Een oude adellijke generaal, Henrik, krijgt een brief, waarin zijn beste vriend Konrad zijn komst aankondigt. Konrad en Henrik waren als jongens onafscheidelijk. Tot Konrad ineens verdween.

Konrads komst, 41 jaar na zijn plotse verdwijning, brengt een stroom van herinneringen bij Henrik op gang. Zijn herinneringen nemen je als lezer mee naar zijn jeugd en militaire opleiding. Tijdens Konrads bezoek, die één avond en één nacht, duurt, confronteert Henrik hem met zijn waarheid over wat 41 jaar geleden gebeurde.

Het verhaal dat zich in Gloed ontvouwt, is qua opzicht simpel. De monoloog van Henrik waarin hij Konrad confronteert met de waarheid, is veeleer filosofisch omdat het doorspekt is met Marais visie op het leven, het heden, ouderdom en vriendschap. De waarheid zoals Henrik die ziet en waarin hij niet wordt tegengesproken, wordt mondjesmaat onthuld, zodat je blijft lezen. Als lezer wil je vooral weten wat 41 jaar geleden gebeurd is tussen beide mannen. Ik kan me voorstellen dat sommige lezers allicht niet zo gediend zijn van de details die Henrik aanhaalt noch met zijn lange monoloog. Mij verveelde ‘Gloed’ niet.

Naar het einde toe wanneer de waarheid onthuld is, valt het verhaal naar mijn gevoel een beetje in. Niettemin komt het thema van het verhaal daardoor meer op de voorgrond. Ondanks hun leeftijd en het feit dat bepaalde emoties na 41 jaar weliswaar bijna gedoofd zijn, sluimeren ze nog als een gloed. De verschillen qua temperament in beide mannen zijn duidelijk. De karakterbeschrijving en het oproepen van een wereld, die niet meer bestaat en slechts een herinnering is, is de sterkte van deze roman. Een boek, dat ik zeker herlees, niet zozeer voor het verhaal maar veeleer omwille van de manier waarop het verhaal verteld is.

 

Oorspronkelijke titel: A gyertyák csonkig égnek
Jaar van publicatie: 1942