De Weense sigarenboer van Robert Seethaler

De annexatie van Oostenrijk.

Alois Preininger, de rijkste man van Salzkammergut, is niet meer. Mevrouw Huchel zal geen cheques meer van Preininger krijgen, en haar zeventienjarige zoon Franz zal niet meer kunnen lanterfanten. Omwille van zijn fijne handen ziet mevrouw Huchel geen toekomst voor Franz in Salzkammergut. Bovendien hangt er iets in de lucht. Gelukkig kent zij iemand in Wenen met een sigarenzaakje. De sigarenboer, Otto Trsnjek is haar nog iets schuldig. Dus schrijft mevrouw Huchel hem met de vraag of hij werk heeft voor Franz. Na Otto’s positieve antwoord vertrekt Franz naar Wenen.

“Het zaakje was klein en tot aan het plafond volgepakt met kranten, tijdschriften, schriften, boeken, schrijfgerei, pakjes sigaretten, kistjes sigaren en verschillende andere rook- en schrijfwaren en kantoorartikelen. Achter de lage toonbank, tussen twee hoge stapels tijdschriften zat een oudere man.”

In Otto’s sigarenzaakje wordt Franz al direct ingewijd in de geheimen van het leven van een sigarenboer. Als er niets dringends af te handelen is, moet Franz rustig zitten en kranten lezen. De krantenverkoop is de kernactiviteit van Otto’s zaakje. Daarnaast moet hij alles leren over sigaren, de voorliefdes en de gewoontes van de klanten.

Naast de vele nep freules en nep doctoren heeft Otto een echte professor onder zijn klanten. Sigmund Freud, de befaamde gekkendokter blijkt prettig in de omgang. Franz zal verschillende keren buiten Otto’s zaak met Freud spreken, vooral wanneer hij voor het eerst in zijn leven verliefd wordt en vergaat van de liefdespijn. Niet alleen Franz’ kleine wereld is roerig en onvoorspelbaar, ook maatschappelijk gebeurt er veel. Het is nog maar een kwestie van tijd vooraleer Duitsland Oostenrijk zal annexeren, en de Gestapo zijn intrek zal nemen in hotel Metropool. 1937 zal de levens van Franz Huchel, Otto Trsnjek en de Joodse Sigmund Freud grondig veranderen.

Naast geslaagde scènes en de sfeertekening van een langzaam veranderend Wenen waarin bruinhemden de dienst gaan uitmaken, zijn er ook minder geslaagde en saaie delen in ‘De Weense sigarenboer’. Eigenlijk wou Robert Seethaler een verhaal schrijven rond Freud. Hij creëerde Franz Huchel om via hem de hoogbejaarde en fragiele Freud gestalte te kunnen geven. De scènes tussen Franz en Freud zijn dan ook enorm geslaagd. Contrasten werken immers goed: Freud heeft levenswijsheid terwijl Franz heel naïef is. Met de annexatie verliest Franz al snel zijn naïviteit, zeker als de Gestapo zijn baas arresteert. Otto verkocht onder de toonbank namelijk pornoblaadjes aan Joodse heren. Franz’ liefdesgeschiedenis voert je overigens naar een louche kroeg, waar Franz’ voorwerp van liefde een erotische dans voor de Weners ten beste geeft. Na al die erotische levensdriften en lusten komt er een moment, dat het er voor Franz niet meer toe doet. Vanaf dan is het enkel een kwestie van pagina’s vooraleer het doek valt over ‘De Weense sigarenboer’.

 

Oorspronkelijke titel: Der Trafikant.
Jaar van publicatie: 2012.

De boekhandel van Penelope Fitzgerald

Een universeel verhaal.

Engeland, begin jaren zestig. Een weduwe van middelbare leeftijd, Florence Green, besluit om in het geïsoleerde kustplaatsje Hardborough een boekhandel te beginnen. Het huis waarin ze haar boekhandel wil beginnen, Old House, staat al zeven jaar leeg. Net nu Florence haar winkel wil beginnen, wordt er geopperd dat het Old House kan gebruikt worden als kunstencentrum. Beter gezegd, mevrouw Gamart, een rijke generaalsvrouw wil een kunstencentrum in Hardborough. Ze is van mening dat Florence een ander en geschikter pand kan inrichten als boekhandel. Florence sluit haar ogen voor de werkelijkheid en begint toch een boekhandel in Old House. Maar wil Hardborough wel een boekhandel? En zal mevrouw Gamart zich zo maar neerleggen bij Florence’s beslissing?

‘De boekhandel’ viel me dadelijk op door de mooie vormgeving. Niet enkel de buitenkant maar ook de binnenkant is enorm verzorgd. Naast het verhaal is er ook een nawoord en een korte biografie van de schrijfster. Ik vind het altijd fijn om naast een verhaal ook iets meer te weten te komen over de auteur of de context van een boek.

Wat het verhaal zelf betreft, was ik redelijk snel verkocht en verknocht aan Fitzgeralds stijl. Met doorleefde en prachtig gecomponeerde zinnen als: “Ze dronk wat champagne en de kleinere zorgen van de dag leken bij elke gouden slok als speldenprikjes over haar tong te glijden en moeiteloos op te lossen.”, kan dat niet anders. In het verhaal an sich, gebeurt er aanvankelijk weinig en lijken mevrouw Gamarts bemoeienissen van geen tel te zijn, maar langzaam aan sluit het kleinstedelijke net zich. De context is overduidelijk Engels, maar het verhaal dat ‘De boekhandel’ vertelt is universeel.

 

 

Oorspronkelijke titel: The Bookshop
Jaar van publicatie: 1978