Clara en Nora van Richard B. Wright

Drievoudig prijsbeest.

Whitfield, Canada. Clara Callan is al in de dertig en nog steeds single, net als haar jongere zus Nora. Hun vader is nog niet zo lang geleden gestorven, en de twee zusjes wonen in het ouderlijk huis. Nora gaat haar geluk in New York beproeven. Clara vindt dat Nora een groot risico neemt.

Met ‘Clara en Nora’ won Richard B. Wright (1937-2017) drie belangrijke literaire prijzen, waaronder The Giller Prize. Is ‘Clara en Nora’ een verdiend drievoudig prijsbeest? Driewerf ja. Het is een overtuigende en schitterende roman.

De Nederlandse titel is een beetje misleidend. In het Engels heet de roman ‘Clara Callan’, wat beter de lading dekt. Het is immers Clara’s innerlijk leven, waar Wright je deelgenoot van maakt. Dit doet hij op een intieme manier via dagboekfragmenten. Naast die dagboekfragmenten bestaat de roman uit brieven. Het gros van die brieven zijn brieven van Clara naar Nora, en omgekeerd. Verder schrijft Clara nog met twee andere personages. Ook krijgt zij brieven van nevenpersonages die een verhelderend beeld geven over haar verhouding met Frank, een getrouwde man.

Het boek begint met Clara’s dagboekfragment over het vertrek van Nora naar New York en eindigt met een dagboekfragment over de geboorte van haar dochter. Clara is ongewild zwanger geraakt, wat in de jaren dertig van de twintigste eeuw een groot schandaal was. Voor haar zwangerschap had zij al de tongen in het conservatieve Whitfield in beweging gebracht door niet meer naar de kerk te gaan en door haar omgang met een getrouwde man. Wat niemand weet, is dat zij een abortus in New York had, nadat zij door een zwerver verkracht was. Hevige thema’s dus in ‘Clara en Nora’; thema’s die niet zouden misstaan in de Amerikaanse radiosoaps waarin Nora speelt. Naast de invloed van de radiosoaps en het leven van de zussen zijn de internationale politiek en de economie terugkerende thema’s.

Oorspronkelijke titel: Clara Callan.
Jaar van publicatie: 2001.

De zwaartekracht van vogels van Tracy Guzeman

Een speurtocht naar liefde en verloren kinderen.  

Dankzij Dennis Finch heeft Thomas Bayber een dak boven zijn hoofd en een maandelijkse bijdrage. De nu 71-jarige Bayber stopte 20 jaar geleden met schilderen. Kunstkenner Finch heeft al het werk van Bayber nauwkeurig bestudeerd en gecatalogiseerd. Bayber heeft echter een werk voor hem achtergehouden. Dit werk wil hij nu verkopen. Stephen Jameson van veilinghuis Murchison en Dunne moet zijn oordeel geven over het achtergehouden werk. Finch doet wat Bayber hem vraagt, maar niet van harte.

Het achtergehouden schilderij toont de kunstenaar met twee jonge vrouwen, de zusters Kessler. Het werk dat Thomas heeft is het hoofdpaneel van een triptiek. De zijpanelen gaf hij aan Nathalie en Alice Kessler. Uiteraard kan het schilderij enkel verkocht worden als het weer terug compleet is. Finch en Jameson moeten dus op zoek naar de zusters. Maar zowel Nathalie als Alice zijn spoorloos verdwenen.

Je voelt direct aan je water waarom Thomas Bayber Jameson wil. En dat er zich iets tussen de zussen en Thomas heeft afgespeeld. ‘De zwaartekracht van vogels’ heeft weinig tot geen verrassingen in petto. Guzeman is echter goed met woorden en zet haar personages zorgvuldig neer. Vooral het duo Finch en Jameson is onweerstaanbaar. Het personage van Jameson brengt ook technische kennis mee over de beoordeling en bestudering van schilderijen, wat de schrijfster op een heel toegankelijke manier weet te verweven in haar verhaal. Vogels en al wat daar mee samenhangt, loopt als een rode draad doorheen het verhaal.

De zoektocht naar de zusters wordt afgewisseld met hoofdstukken over Alice Kessler. In de papieren van haar pas gestorven zus doet Alice een ontdekking, waardoor ze op zoek gaat naar wat ze ooit had. Bijna waren Finch en Jameson haar mislopen, maar uiteindelijk vinden ze haar. Eind goed, al goed. Of toch bijna.

“Alice,
Laat verdriet niet de enige kaart zijn die je bij je hebt, omdat je anders de weg terug naar het geluk kwijtraakt.
T.”

‘De zwaartekracht van vogels’ oogt niet alleen mooi, maar is ook mooi.

Oorspronkelijke titel: The Gravity of Birds.
Jaar van publicatie: 2013.

Paasparade van Richard Yates

Zo de oude zongen zo piepen de jonge.

Al bij de openingszin weet je dat ‘Paasparade’ geen vrolijk boek gaat zijn. Maar een boek over de misère van de zusjes Grimes.

“Geen van beide zusjes Grimes zou in het leven gelukkig worden en als ze erop terugkeken leek het altijd of de narigheid met de scheiding van hun ouders was begonnen.”

Enkel in de tijd van de paasparade in 1940 wenkte de Amerikaanse droom even voor de zusjes Grimes. Beide werkten toen als vrijwilliger voor een Republikeinse presidentskandidaat. De oudste en de mooiste van de twee, Sarah moest zich nabij Central Park laten fotograferen in een chique jurk. Zij had haar verloofde Tony meegenomen. Die had voor de gelegenheid een smoking aangetrokken. De foto van Sarah en Tony met achter hen het Plaza Hotel werd als een schat gekoesterd.

De meisjes hadden geen leuke jeugd gehad. Hun vader, Walter Grimes, zagen ze maar een paar keer per jaar. Omdat hun moeder altijd in betere buurten wou wonen, maar niet de huishuur kon opbrengen, verhuisden ze regelmatig. Hun moeder moesten ze met Pookie aanspreken. Pookie streefde bij het opvoeden van haar dochters naar het gedrag en de manieren van de betere klasse. Die hadden volgens haar meer ‘flair’.

In ‘Paasparade’ wordt vooral het verhaal van de jongste dochter Emily verteld. Zijdelings kom je ook te weten hoe het Walter, Pookie en Sarah vergaat. Je volgt Emily’s leven van haar vijfde tot aan haar vijftigste, tot ze een afgeleefde en verwarde vrouw is. Net als haar zus heeft ze het slechte voorbeeld van hun ouders gevolgd. 

‘Paasparade’ is een vrij dunne roman, die vlot leest. Dit komt vooral door de eenvoudige en onopgesmukte taal van Richard Yates (1926-1992). Wat een schrijver was die Yates trouwens! In een zin wist hij een hele situatie meesterlijk neer te zetten. Hij is dan ook een van de grootste naoorlogse Amerikaanse schrijvers. 

Oorspronkelijke titel: Easter Parade.
Datum van publicatie: 1976.