
In het korte leven dat D.H. Lawrence op deze aardkloot doorbracht, liet hij niet alleen een lastige literaire erfenis na, maar maakte hij ook meer vijanden dan vrienden. Zijn uitgesproken ideeën, temperament en karakter zorgden ervoor dat hij met zowat iedereen ruzie kreeg. Toch waren er drie mensen aanwezig toen hij zijn laatste adem uitblies — mensen die tot zijn zelfgekozen familie behoorden: zijn vrouw en muze Frieda, Maria Nys (die een deel van Lady Chatterley’s Lover had uitgetypt) en Maria’s echtgenoot, zijn beste vriend Aldous Huxley.
Twee jaar na Lawrences dood zou Huxley diens brieven publiceren, vergezeld van een essay over de belangrijkheid van Lawrence als kunstenaar en schrijver. Dat was een eerste, belangrijke stap in het lange proces van Lawrences rehabilitatie. Het jaar daarvoor — in 1931 — had Huxley een roman op de wereld losgelaten die zowel de maatschappijkritische ideeën van Lawrence bevatte als zijn eigen antwoord daarop. Een roman die zou uitgroeien tot een van de belangrijkste boeken van de twintigste eeuw, en die Huxleys naam voorgoed zou verbinden aan een Heerlijke nieuwe wereld.
Lawrences nieuwe wereld
Het waren gezamenlijke kennissen die Lawrence en Huxley in 1915 aan elkaar hadden voorgesteld. Lawrence was toen net door het schandaal rond zijn roman The Rainbow gegaan. De jonge Huxley studeerde nog en had al enkele gedichten geschreven. Hij wist nog niet wat hij met zijn leven zou doen; zijn droom om dokter te worden had hij moeten opgeven door een oogziekte. Ook de dood van zijn moeder aan kanker en de zelfgekozen dood van zijn oudere broer hadden er diep ingehakt. Een carrière als schrijver lonkte, maar Huxley had nog geen duidelijke literaire visie. Lawrence maakte indruk op hem, want hij had wat Huxley nog miste: een uitgesproken literaire stem. Toch ervoer hij — zoals de meeste mensen — Lawrence als te intens. Lawrence vertelde bovendien over zijn droom: een kolonie waar hij met een paar uitgekozen mensen wilde leven.
Lawrence beoogde met zijn kolonie geen commune in de moderne zin, maar een kleine leefgemeenschap. Een plek in de natuur waar een handvol mensen volgens zijn idealen konden leven: eenvoudig, instinctief, lichamelijk, eerlijk en ver weg van de industrialisering die hij als verstikkend ervoer. Het was een utopie die hij niet alleen verkondigde, maar ook daadwerkelijk wilde realiseren — een soort spirituele broedplaats waar de moderne wereld geen vat op had. Ver weg van het burgerlijke leven van de middenklassen, dat hij verfoeide. Een gemeenschap die hij zelf zou leiden en vormgeven.
Het authentieke Taos
Na die eerste ontmoeting hielden Lawrence en Huxley sporadisch contact, via brieven maar vooral via de literaire en artistieke kringen waar ze elkaar soms tegenkwamen. Na de Eerste Wereldoorlog kozen Lawrence en zijn vrouw voor een nomadische levensstijl, waardoor ze voortdurend onderweg waren.
Op zijn reizen hoopte Lawrence in andere culturen een betere samenleving te vinden. Toen hij in 1922 naar Taos in New Mexico reisde, vond hij iets dat dicht bij die droom kwam: een ruig, open landschap dat hem zowel lichamelijk als geestelijk goed deed, een klimaat dat zijn tuberculose verlichtte, en een cultuur die hij als authentiek en spiritueel verbonden ervoer. Bovendien was er Mabel Dodge Luhan, de kunstmecenas die hem had uitgenodigd en hem een plek aanbood op haar ranch.
In Taos leek zijn idee van een kleine gemeenschap plots niet langer een abstract verlangen, maar een mogelijke werkelijkheid. Lawrence had dan wel de verbeelding, de ideeën en de intensiteit om zijn kolonie te realiseren, maar hij had noch de middelen noch de organisatorische kracht om zijn droom zelfstandig te verwezenlijken. Voor de praktische invulling ervan had hij anderen nodig. Taos werd hem aangeboden en hij kwam er artistiek en creatief tot volle bloei. Hoewel Lawrence en Frieda aanvankelijk op uitnodiging van Mabel Dodge Luhan in Taos verbleven, kochten ze in 1924 hun eigen ranch.
De kiem van een diepere vriendschap
De Huxleys bezochten hem en Frieda in zijn paradijs. Na het bezoek aan Taos keerden ze terug naar Europa, waar Huxley zich verder begon te ontwikkelen als schrijver. Zijn debuut Crome Yellow had hem weliswaar op de literaire kaart gezet, maar hij voelde dat hij nog zoekende was: zijn stijl was scherp, geestig en satirisch, maar nog niet geworteld in een duidelijke visie op de moderne wereld.
De indruk die Lawrence op hem had gemaakt bleef nazinderen. Huxley bewonderde Lawrences vermogen om een eigen wereld te scheppen, maar hij zag ook hoe die wereld op losse schroeven stond zodra ze met de werkelijkheid botste. In de jaren na Taos begon Huxley zich steeds bewuster te verhouden tot Lawrences ideeën: niet als volgeling, maar als iemand die zich langzaam een eigen positie probeerde te vormen. Hun vriendschap was nog niet hecht, maar de kiem van een diepere intellectuele relatie was gelegd. Lawrence had op zijn beurt Crome Yellow gelezen en waardeerde de stijl van Huxley, maar vond hem nog te ironisch en te afstandelijk.
Intellectuele uitdaging
Toen Lawrence in 1925, verzwakt door malaria en tuberculose, noodgedwongen naar Europa terugkeerde, kwamen zijn en Huxleys levens opnieuw dichter bij elkaar te liggen. In Italië, waar Lawrence en Frieda zich vestigden, zagen de twee mannen elkaar vaker. Ook hun echtgenotes konden het goed met elkaar vinden. De afstand die er in de jaren na Taos nog had bestaan, maakte plaats voor een warmere band.
Huxley was inmiddels een zelfverzekerder schrijver geworden en kon beter omgaan met Lawrences intensiteit. Lawrence vond in hem een gesprekspartner die zijn ideeën niet alleen begreep, maar ook kritisch kon bevragen zonder ze af te wijzen. Bovendien had hij op artistiek en creatief vlak niets te vrezen van zijn jongere collega: Huxley was niet het soort schrijver dat anderen wilde overtroeven. Naast literatuur en schrijven deelden ze een brede waaier aan interesses die hen intellectueel uitdaagden, zoals maatschappij, spiritualiteit en religie. Lawrence liet Huxley toe in zijn intieme wereld van ideeën, waardoor hun band zich verdiepte en een nieuwe intensiteit kreeg.
Huxleys creatieve vruchten
In Point Counter Point uit 1928 doet Rampions vurige en profetische persoonlijkheid sterk aan Lawrence denken, maar Huxley portretteerde hem met zowel diepe sympathie als een vleugje milde satire over zijn compromisloze dogmatisme. Rampion fungeert in het verhaal als de morele en filosofische stem die verklaart dat Jezus, Isaac Newton en Henry Ford de mensheid hadden geruïneerd door haar te vervreemden van haar natuurlijke instincten.
Met Rampion had Huxley voor het eerst een personage gecreëerd dat niet alleen door Lawrence was geïnspireerd, maar ook een spiegel vormde voor zijn eigen twijfels over Lawrences levensfilosofie. Hij bewonderde die filosofie, maar zag tegelijk hoe het geloof van zijn vriend kon omslaan in dogmatisme en wereldvreemdheid. Point Counter Point markeert precies dat moment waarop Huxley zich losmaakt van Lawrences invloed: hij neemt zijn kritiek op moderniteit ernstig, maar weigert de utopische vlucht naar een kolonie te idealiseren. Die spanning — tussen bewondering en afstand — vormt de onderstroom die Huxley enkele jaren later naar Brave New World zou leiden, een roman waarin hij Lawrences utopische verlangen niet overneemt, maar omkeert en onderzoekt. Andere invloeden en eigen inzichten vonden eveneens hun weg naar Brave New World.
Het idee voor Brave New World had Huxley in 1929 al geconcipieerd, maar met de dood van zijn vriend kwam het allicht in een stroomversnelling. Hij schreef zijn dystopie — of is het een ideeënroman — op vier maanden tijd.
Lees zeker ook mijn vorig blogstuk over de Lastige literaire erfenis van D.H. Lawrence. Wie wil lezen waar Brave New World over gaat, vindt dat in mijn portret van Aldous Huxley terug. Dit portret kan je hier lezen.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.