Berichten van daniellecobbaertbe

Ik lees en schrijf graag. ‘Boeken’ is mijn excuus om nieuwsgierig rond te lopen in de wondere wereld van de letteren. En me te vergapen aan de rijkheid en diversiteit van het geschreven woord.

Schaduwtango van Arturo Pérez-Reverte

De wereld van Max Costa.

In 1928 werkt Max Costa als danser op een oceaanstomer. Hier danst hij met rijke vrouwen, die hij verleidt en berooft. Tijdens een tocht naar Buenos Aires leert hij tangocomponist Armando de Troeye en zijn betoverende vrouw Mecha kennen. In Buenos Aires neemt hij het koppel mee naar een bar, waar de oorspronkelijke tango nog wordt gedanst. Max en Mecha hebben een kortstondige maar passionele relatie, die eindigt met Max’ vlucht naar Montevideo met haar parelketting in zijn koffer.

Negen jaar later kruisen de wegen van Mecha en Max elkaar weer in Nice. Max komt nog steeds aan de kost als oplichter. Net voor Mecha terug in zijn leven komt, wordt hij benaderd door zowel de Italiaanse als de Spaanse geheime dienst voor een klus. Mecha verblijft in Nice als rijke banneling nadat haar man in Spanje werd opgepakt. Net als in Buenos Aires hebben ze een kortstondige relatie, die eindigt met Max’ vlucht naar Parijs.

In 1966 werkt Max als chauffeur voor de Zwitserse arts Hugentobler in Sorrento. Als de zesenveertige jarige Max zijn baas naar de luchthaven heeft gebracht, ziet hij toevallig een oudere dame en een jong koppel. De oudere dame komt hem bekend voor. Na haar een tijd bespied te hebben, komt Max tot de conclusie dat de oudere dame Mecha is. De jongen in haar gezelschap blijkt haar zoon, en aankomend schaaktalent Jorge Keller te zijn. Hoewel Max jaren geleden stopte met zijn oplichterswerk, beslist hij om zich uit te geven als een rijk zakenman die toevallig in hetzelfde hotel verblijft als Mecha. Hij hoopt haar te bestelen, maar raakt in een hele andere zaak verwikkeld. Bovendien houdt Mecha nog steeds van hem. En lijkt Jorge dezelfde betoverende glimlach te hebben als Max.

Met ‘Schaduwtango’ schreef Pérez-Reverte een intrigerend portret van een man die zijn vertrouwde wereld vol avontuur en intrige geleidelijk aan kleiner ziet worden, en uiteindelijk helemaal ziet verdwijnen. Omwille van die ene vrouw wordt hij terug de oude, zelfverzekerde Max. Is het voor de uitdaging dat hij het doet? Of voelt hij liefde voor Mecha? Mecha is als personage net zo fascinerend als Max.

“Hij loopt weer net zo soepel en zelfverzekerd als jaren terug, toen de wereld nog een gevaarlijk en fascinerend avontuur was, toen zijn durf, geslepenheid en intelligentie voortdurend werden uitgedaagd.”

Naast een interessante ontwikkeling van beide protagonisten, is het vooral ook de sfeer van de verschillende tijden die Pérez – Reverte zo trefzeker weet weer te geven. De schrijver wisselt overigens vakkundig de verschillende tijden, niet in alternerende hoofdstukken, maar binnen een hoofdstuk. Dit maakt ‘Schaduwtango’ tot een boek, dat noodt tot traag lezen. Zo komt de meeslepende stijl van vertellen tot zijn recht, en kan je als lezer alvast langer in Max’ charmante gezelschap vertoeven. In Max’ gezelschap word je als lezer getrakteerd op de ingrediënten van de oude tango: vulgariteit, erotiek, passie, emotie, liefde, spanning, bedrog en improvisatie. Dus voeten naar omhoog, je lievelingsdrank binnen handbereik en genieten.

Oorspronkelijke titel: El tango de la Guardia Vieja.
Jaar van publicatie: 2010

Gouden detective terug populair

Aan de andere kant van het kanaal zitten de gouden detectives in de lift. Volgens boekhandelaars en uitgevers zorgt de toenemende berichtgeving rond geweld en terreur er namelijk voor dat lezers boeken verkiezen, die hun vermaak bieden. Kennelijk zijn dit de whodunits – de gouden detectives – die onze overgrootouders reeds lazen.

Tussen 1920 en 1930 zetten de Britten de standaard voor het detectiveverhaal met schrijvers zoals Anthony Berkeley, G.K. Chesterton, Agatha Christie, Dorothy L. Sayers, Margery Allingham en Father Ronald Knox. Schrijfster Ngaio Marsch was weliswaar Nieuw-Zeelands, maar haar held Roderick Alleyn is Brits. Dat laatste is belangrijk. Ook al is de plaats van handeling een eiland in de Caraïben, de personages vertegenwoordigen de Engelse manier van leven. Die periode van 1920 tot 1930 wordt aangeduid als ‘The Golden Age of Detective Fiction’ wat ik vrij vertaal als een gouden detectiveverhaal.

G.K. Chesterton
Vloeit er een nieuw Father Brownverhaal uit zijn pen? G.K. Chesterton aan het werk.

De Britten hadden met Sir Arthur Conan Doyle al een goede traditie. De meeste speurders in een gouden detective hebben dan ook net als Sherlock Holmes een ‘Watson’. Zo heeft Hercule Poirot van Agatha Christie meestal kapitein Hastings als ‘Watson’. En heeft Lord Wimsey van Dorothy L. Sayers, Mervyn Bunter. De ‘Watson’ mag in een gouden detective overigens niet slimmer zijn dan de gemiddelde lezer.

Bij een gouden detective ligt de nadruk op het oplossen van een mysterie. Geweld en kritiek op de maatschappij zijn amper aanwezig. Het doel is immers om de lezer te vermaken. Het einde is bevredigend, omdat de dader wordt ontmaskerd en de orde hersteld. Meestal draait het verhaal rond de vraag: wie pleegde de misdaad (= een whodunit). Een andere mogelijkheid is dat de lezer bij aanvang weet wie de misdaad heeft gepleegd, maar niet hoe de speurder tot de oplossing kwam. Een veelgebruikt stijlmotief is dat de moord of diefstal gepleegd is in een afgesloten ruimte.

Hoewel de schrijvers van de gouden tijd origineel en creatief uit de hoek kwamen, had een gouden detective vaak een voorspelbaar plot. Of volgde het een bepaalde formule. Zo is de plaats van handeling meestal een Engels landhuis, waar een rits personages voor een weekend bijeenkomt. Onder die personages is er vaak een detective, een militair op rust, een actrice of schrijver, een knappe jonge man met een al even knappe en rijke verloofde. Alle personages – behalve de speurder – komen in aanmerking als dader, want uiteraard wordt er tijdens het weekend iemand vermoord.

Omdat het werk van de detectiveschrijvers van het gouden decennium als standaard geldt, is het schrijven in de stijl van een gouden detective nooit verdwenen. Blijkbaar willen we nu liever het origineel.

De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en komt uit Crisis Magazine.

De boekhandel van Penelope Fitzgerald

Een universeel verhaal.

Engeland, begin jaren zestig. Een weduwe van middelbare leeftijd, Florence Green, besluit om in het geïsoleerde kustplaatsje Hardborough een boekhandel te beginnen. Het huis waarin ze haar boekhandel wil beginnen, Old House, staat al zeven jaar leeg. Net nu Florence haar winkel wil beginnen, wordt er geopperd dat het Old House kan gebruikt worden als kunstencentrum. Beter gezegd, mevrouw Gamart, een rijke generaalsvrouw wil een kunstencentrum in Hardborough. Ze is van mening dat Florence een ander en geschikter pand kan inrichten als boekhandel. Florence sluit haar ogen voor de werkelijkheid en begint toch een boekhandel in Old House. Maar wil Hardborough wel een boekhandel? En zal mevrouw Gamart zich zo maar neerleggen bij Florence’s beslissing?

‘De boekhandel’ viel me dadelijk op door de mooie vormgeving. Niet enkel de buitenkant maar ook de binnenkant is enorm verzorgd. Naast het verhaal is er ook een nawoord en een korte biografie van de schrijfster. Ik vind het altijd fijn om naast een verhaal ook iets meer te weten te komen over de auteur of de context van een boek.

Wat het verhaal zelf betreft, was ik redelijk snel verkocht en verknocht aan Fitzgeralds stijl. Met doorleefde en prachtig gecomponeerde zinnen als: “Ze dronk wat champagne en de kleinere zorgen van de dag leken bij elke gouden slok als speldenprikjes over haar tong te glijden en moeiteloos op te lossen.”, kan dat niet anders. In het verhaal an sich, gebeurt er aanvankelijk weinig en lijken mevrouw Gamarts bemoeienissen van geen tel te zijn, maar langzaam aan sluit het kleinstedelijke net zich. De context is overduidelijk Engels, maar het verhaal dat ‘De boekhandel’ vertelt is universeel.

Oorspronkelijke titel: The Bookshop
Jaar van publicatie: 1978