Michael Bergs schuldgevoelens

Hij was 15. Zij was 36. Zij leerden elkaar toevallig kennen en belandden met elkaar in bed. Hun relatie duurde een zomer. Dan verdween zij ineens. Acht jaar later, in 1966 ziet hij haar terug op een plaats waar hij haar nooit had verwacht, namelijk de rechtbank. Zij staat terecht voor wat zij heeft gedaan als SS-kampbewaakster in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Blijkbaar koos zij gevangenen uit, om haar voor te lezen. Net als toen in die zomer. Vooraleer Michael Berg zich kon laven aan haar liefde, moest hij haar voorlezen. Het ene boek na het andere. Nu als student in de rechten beseft hij dat Hanna Schmitz niet kan lezen noch schrijven.

Geen boek over de Holocaust.

Sommige critici hadden het moeilijk met Hanna Schmitz’ analfabetisme. Voor hen kwam het over als een excuus voor haar gedrag tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bovendien komt Hanna Schmitz niet tot inkeer; de doden blijven immers dood. Bernhard Schlink had er niet bij stilgestaan dat Hanna’s analfabetisme als excuus kon worden gezien voor wat ze had gedaan tijdens de oorlog. Het verraste hem dat ‘De voorlezer’ zijn weg vond naar miljoenen lezers over de wereld. Hij had geen Holocaustboek geschreven maar een roman over een typische Duitse thematiek: hoe gaat de generatie van ‘die Nachgeborene’ om met wat hun ouders, familieleden, leerkrachten, professoren, … gedaan hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Zelf behoort Schlink ook tot die generatie, die de Duitse dichter Brecht aanduidde met ‘die Nachgeborene’. Schlinks generatie is de generatie die tijdens de jaren zestig, wanneer de omvang van de Holocaust in Duitsland duidelijk werd, kritisch stond ten opzichte van het ouderlijk en bestuurlijk gezag. Bij heel wat jongvolwassenen was er eind jaren zestig onvrede over het feit dat bestuurders uit het nazi-tijdperk nog steeds de dienst uitmaakten in de Duitse samenleving. Die onvrede leidde onder andere tot de oprichting van de Rote Armee Fraktion, die orde op zaken wilde stellen.

Voor Michael Berg in ‘De voorlezer’ is de confrontatie met het nazi-verleden van Duitsland moeilijk te begrijpen en te aanvaarden, vooral omwille van de relatie die hij met Hanna had. Hij voelt zich schuldig. Pas na haar dood lukt het hem om over hun relatie te spreken.

Und wenn ich nicht schuldig war, weil der Verrat einer Verbrecherin nicht schuldig machen kann, war ich schuldig, weil ich eine Verbrecherin geliebt hatte.

Voor dit blog gebruikte ik onder meer een interview van Bernhard Schlink met ‘The Independant’ en Wikipedia. De trailer van de film komt van YouTube.

Spotlight op: Alleen in Berlijn

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Jeder stirbt für sich allein’ van Hans Fallada.

Hans Fallada (1893-1947), die eigenlijk Rudolf Ditzen heette, begon in de jaren twintig van de vorige eeuw te schrijven. Hij schreef vooral maatschappijkritische romans en verzetsromans. Zijn verzetsroman ‘Jeder stirbt für sich allein’ verscheen postuum in 1947. Al in 1949 volgde een eerste Nederlandse vertaling met ‘Ieder sterft in eenzaamheid’. In 1960 heette het ‘De Führer heeft mijn zoon vermoord’ en in 2010 verscheen het als ‘Alleen in Berlijn.’

In ‘Alleen in Berlijn’ krijgt het echtpaar Otto en Anna Quangel via een brief het bericht dat hun zoon, Otto jr. gesneuveld is. Als protest tegen het regime verspreiden de Quangels kaarten met anti-Hitlerslogans in trappenhuizen van flats en in openbare gebouwen. Hun protestacties blijven niet onopgemerkt. Hun kaarten belanden zonder uitzondering op het bureau van de Gestapo.

Fallada baseerde de Quangels op het Berlijnse echtpaar Otto en Elise Hampel.

De tekening is van Erich Ohser via Wikimedia Commons.

De Weense sigarenboer van Robert Seethaler

Alois Preininger, de rijkste man van Salzkammergut, is niet meer. Mevrouw Huchel zal geen cheques meer van Preininger krijgen, en haar zeventienjarige zoon Franz zal niet meer kunnen lanterfanten. Omwille van zijn fijne handen ziet mevrouw Huchel geen toekomst voor Franz in Salzkammergut. Bovendien hangt er iets in de lucht. Gelukkig kent zij iemand in Wenen met een sigarenzaakje. De sigarenboer, Otto Trsnjek is haar nog iets schuldig. Dus schrijft mevrouw Huchel hem met de vraag of hij werk heeft voor Franz. Na Otto’s positieve antwoord vertrekt Franz naar Wenen.

In Otto’s sigarenzaakje wordt Franz al direct ingewijd in de geheimen van het leven van een sigarenboer. Als er niets dringends af te handelen is, moet Franz rustig zitten en kranten lezen. De krantenverkoop is de kernactiviteit van Otto’s zaakje. Daarnaast moet hij alles leren over sigaren, de voorliefdes en de gewoontes van de klanten.

Naast de vele nep freules en nep doctoren heeft Otto een echte professor onder zijn klanten. Sigmund Freud, de befaamde gekkendokter blijkt prettig in de omgang. Franz zal verschillende keren buiten Otto’s zaak met Freud spreken, vooral wanneer hij voor het eerst in zijn leven verliefd wordt en vergaat van de liefdespijn. Niet alleen Franz’ kleine wereld is roerig en onvoorspelbaar, ook maatschappelijk gebeurt er veel. Het is nog maar een kwestie van tijd vooraleer Duitsland Oostenrijk zal annexeren, en de Gestapo zijn intrek zal nemen in hotel Metropool. 1937 zal de levens van Franz Huchel, Otto Trsnjek en de Joodse Sigmund Freud grondig veranderen.

Naast geslaagde scènes en de sfeertekening van een langzaam veranderend Wenen waarin bruinhemden de dienst gaan uitmaken, zijn er ook minder geslaagde en saaie delen in ‘De Weense sigarenboer’. Eigenlijk wou Robert Seethaler een verhaal schrijven rond Freud. Hij creëerde Franz Huchel om via hem de hoogbejaarde en fragiele Freud gestalte te kunnen geven. De scènes tussen Franz en Freud zijn dan ook enorm geslaagd. Contrasten werken immers goed: Freud heeft levenswijsheid terwijl Franz heel naïef is. Met de annexatie verliest Franz al snel zijn naïviteit, zeker als de Gestapo zijn baas arresteert. Otto verkocht onder de toonbank namelijk pornoblaadjes aan Joodse heren. Franz’ liefdesgeschiedenis voert je overigens naar een louche kroeg, waar Franz’ voorwerp van liefde een erotische dans voor de Weners ten beste geeft. Na al die erotische levensdriften en lusten komt er een moment, dat het er voor Franz niet meer toe doet. Vanaf dan is het enkel een kwestie van pagina’s vooraleer het doek valt over ‘De Weense sigarenboer’.

Oorspronkelijke titel: Der Trafikant.
Jaar van publicatie: 2012.