Wie niet horen wil van Moses Isegawa

De lagere school in het Oegandese Nandere is de enige plek in de regio waar nog les wordt gegeven. De rebellen hebben de voorbije jaren al verschillende scholen platgebrand en onderwijzers vermoord. Sinds kort krijgt mevrouw Ogema, de directrice van de school dreigbrieven. Daar blijft het niet bij. De dreiging wordt reëel wanneer een rondtrekkend groepje kindsoldaten van het Leger van de Heilige Geest in de regio opduikt, en een waar schrikbewind voert.

De leider van dat groepje kindsoldaten is majoor Azizima, voor wie mevrouw Ogema beloofd had te zullen zorgen na de gruwelijke dood op zijn ouders. Voor majoor Azizima is het Leger van de Heilige Geest zijn familie. Al diegene die niet tot het Leger behoren, zijn verdoemd. Voor Azizima is Beeda, de zoon van mevrouw Ogema dan ook een verdoemde.

In ‘Wie niet horen wil’ focust schrijver Isegawa vooral op het contrast tussen Beeda en Azizima. Hoe kan het zijn dat de ene jongen een kindsoldaat is, en de andere niet. Beeda geeft overigens les in de school van zijn moeder, hoewel zijn puberale gedachten op heel andere dingen gericht zijn dan lesgeven. Die puberale en onvolwassen gedachten van Beeda zijn niet altijd boeiend om lezen. Ook het gehakketak tussen Azizima en zijn kameraad-soldaten levert saaie stukken op.

Interessant is de confrontatie tussen Azizima en de gemeenschap waarin hij opgroeide. Duidelijk is ook de moedeloosheid bij de bewoners van Nandere, en vooral bij de vele gevluchte families die provisoir in hun midden trachten te wonen. Door de reële bedreiging komen daar ook nog regeringssoldaten bij, die niet altijd opgewassen blijken te zijn tegen de blinde terreur van het Leger van de Heilige Geest.

Kan zo’n verhaal wel een goede einde kennen? Isegawa weet het verhaal een voorlopig goed einde te geven. ‘Wie niet horen wil’ is niet altijd geslaagd als verhaal, maar weet wel een Afrikaanse realiteit begrijpbaar te maken voor westerse lezers.

Schrijver Moses Isegawa woonde zestien jaar in Nederland en heeft de Nederlandse nationaliteit. Sinds 2006 woont hij terug in Oeganda.

Oorspronkelijke titel: The War of Ears.
Jaar van publicatie: 2008.

Fictieve held: Tarzan

De meeste literaire helden schitteren op papier. Sommige vinden hun weg naar andere cultuuruitingen, slechts gekleed in een lendendoek. Meer kleren heeft Edgar Rice Burroughs’ aristocratische superheld niet nodig. Het zou ‘The Lord of the Jungle’ alleen maar hinderen. 

Het waren vooral de filmen met Johnny Weissmuller, die Tarzan wereldberoemd maakte. Tarzans geestelijke vader, Edgar Rice Burroughs was niet te spreken over de Weissmuller-Tarzanfilmen. Dit was deels zijn eigen schuld. Zo bedwong hij dat geen enkele verhaallijn of personage uit zijn oorspronkelijke verhalen mocht gebruikt worden. Filmstudio MGM mocht alleen de namen Tarzan en Jane gebruiken.

Burroughs produceerde in 1935 zelf een reeks filmen met zijn held. De ex-verkoper besefte na het eerste succesvolle verhaal van Tarzan: ‘Tarzan of the Apes’ in 1912, dat hij op een goudmijn zat. Dus exploiteerde hij Tarzan op alle mogelijke manieren. Naast Tarzan bedacht Burroughs nog andere helden voor de pulpfictie-industrie. Enkel Tarzan is buiten de VS gekend; hij is dan ook een cultureel icoon.

Grootgebracht door apen.

Tarzan is niet de enige fictieve held, die in lendendoek het grote publiek wist te veroveren. Een lezersgeneratie voor Burroughs’ Tarzan was er Mowgli uit de Jungleboeken van Kipling. Terwijl Mowgli door wolven werd opgevoed, werd Tarzan door een apin geadopteerd en opgevoed. Het was de apin, Kala, die hem zijn naam gaf: Tarzan, wat zo veel betekent als blanke huid. Tarzans echte ouders, Lord en Lady Greystoke waren namelijk overleden.

Aanvankelijk kan Tarzan enkel communiceren met apen. Veel later, als volwassen man ontmoet hij blanken, waaronder Jane Porter, haar vader en de Franse luitenant-ter-zee Paul D’Arnot. Dankzij D’Arnot leert hij zijn eerste menselijke taal, het Frans. Later leert Tarzan ook Engels. Hij is immers enorm intelligent en leert makkelijk talen. Net als alle superhelden uit de pulpfictie heeft hij bovenmenselijke vaardigheden. Gevaar ruikt hij en een vijand hoort hij al op kilometers afstand aankomen. Bovendien veroudert Tarzan niet. Dankzij een zwarte toverdokter beschikt hij over de eeuwige jeugd. In gevechten met wilde dieren komt hij steeds als overwinnaar uit de bus.

Koning van de Mangani’s.

Wat die dieren betreft. Vergeet Cheeta, want in de originele verhalen zijn er geen chimpansees. Pleegmoeder Kala was een Mangani, een bij de mens onbekende mensapensoort. Tarzan is de koning van de Mangani’s. Zijn vaste begeleider is het kleine aapje Nkima. Ook beleeft de Tarzan uit de boeken avonturen met Jad-Bal-Ja, een reusachtige leeuw met zwarte manen en heeft hij een speciale band met olifanten.

Lianen gebruikt de originele Tarzan zelden. In plaats daarvan slingert en springt hij van tak tot tak. Wat hij wel heeft, en wat Weissmullers handelsmerk werd, is de befaamde overwinningsschreeuw.

tarzan

Bron: Wikipedia.
Bron beelden: Wikimedia Commons. De beelden zijn in het publieke domein. 

Bron hero: Unsplash (Umberto).

Notities uit de jungle van Hanya Yanagihara

In 1974 kreeg Norton Perina de Nobelprijs voor Geneeskunde voor de ontdekking van het Selene-syndroom. Het Selene-syndroom is een aandoening die het verouderingsproces vertraagt. Norton Perina ontdekte dit syndroom bij een stam op het Micronesisch eiland Ivu’ ivu.

In 1997 wordt de 73-jarige Perina veroordeeld tot twee jaar detentie voor seksueel geweld op een minderjarige. Op aangeven van zijn assistent, Ron Kubodera, begint Perina in de gevangenis zijn memoires te schrijven. Kubodera schrijft uit wat Perina schrijft, redigeert de tekst en voorziet de nodige voetnoten. Het resultaat van Kubodera’s werk, kan je lezen in ‘Notities uit de jungle’: een roman geschreven als een non-fictiewerk.

Aanvankelijk is het wennen. Na een ietwat houterig begin, lees je met aandacht over Perina’s jeugd, hoe hij terecht kwam op Ivu’ ivu en het Selene-syndroom ontdekte. Toch ben je vanaf het prille begin van dit verhaal op je hoede. Het voorspelbare einde bevestigt de aanvankelijke vermoedens over de geloofwaardigheid van beide wetenschappers. Voor je zover bent, heb je nog behoorlijk wat leeswerk, want met momenten is het zwoegen.

De pedante Perina werkt al snel op de zenuwen. Net als het wetenschappelijk wereldje waarin de man zich beweegt. Je gaat er aan voorbij, want je hebt intussen al de nodige ervaring met onsympathieke hoofdpersonages. Bovendien ben je gecharmeerd door de fantasie van de Amerikaanse schrijfster. Zo creëert ze een totaal geloofwaardig fictief eiland compleet met mensen, fauna en flora. Ivu’ ivu is allesbehalve een paradijs: als een stamlid gaga wordt, wordt hij zonder pardon verstoten. Toch geniet je van het antropologisch avonturenverhaal dat je voorgeschoteld krijgt. Intussen trekt Yanagihara een blik open, vol met grote thema’s en problematieken, en begint het verhaal je slecht te bekomen. Uiteindelijk slaat de indigestie toe. Dat Perina obsessief kinderen als trofeeën verzamelt, laat je koud. Je hebt het intussen gehad met de gevoelloze, van alle normen verstoken Perina’s van deze wereld.

Volgens vele is ‘Notities uit de jungle’ een niet te missen boek. Ik had het beter wel gemist. De grote thema’s die aan bod komen zijn relevant. Toch verzinkt ‘Notities in de jungle’ in de veelheid van thema’s en hun bijbehorende uitwassen. Er is zoveel negativiteit dat het vervelend wordt.

Oorspronkelijke titel: The People in the Trees.
Datum van publicatie: 2013.
Uitgegeven bij Nieuw Amsterdam. Vertaald door Inger Limburg en Lucie Rooijen.