Angel van Elizabeth Taylor

Op haar begrafenis was er maar een handvol mensen. Ze was in het vergeetboek geraakt. Zelf zou Angel Deverell, dat nooit toegegeven hebben. Ze was immers een genie. Toen ze zestien was, schreef ze haar eerste boek: ‘The lady Irania’ en wist ze een uitgever te vinden, die het publiceerde. Terwijl de critici ‘The lady Irania’ omschreven als een literair wangedrocht, smulden de lezers van Deverells boek over ladies en lords. Geheel in lijn met haar verhaal deed Angel haar entourage geloven dat ze van goede komaf was. De realiteit was anders, maar ze maakte nu eenmaal graag het heden mooier door het verleden te verheerlijken of op te smukken. Of schuilt er misschien in elke succesvolle schrijver een geboren leugenaar?

Deverell had dan wel veel fantasie, Taylor meende geen te hebben. Ze was echter verdomd goed in het neerzetten van subtiele vrouwenportretten. In ‘Angel’ geeft ze de lezer vooral de hoogtepunten uit Deverells leven. Terwijl je met alle plezier de jonge Angel de nek zou kunnen omdraaien, kun je niet anders dan medelijden hebben met de eenzame oude Angel. Het verhaal maakt duidelijk, dat het niet altijd de meest getalenteerden zijn, die succes hebben. Hoewel, het in Angel Deverells geval, veeleer gaat om een rotsvast geloof in de eigen genialiteit. Er zijn een paar Engelse schrijfsters, die in aanmerking komen voor Angel Deverell, namelijk: Marie Corelli, Ethel M. Dell en Ouida. Ze leefden omstreeks de tijd die Taylor met ‘Angel’ bestreek.

In tegenstelling tot Angel Deverells alter ego’s is Elizabeth Taylor terecht ontrukt uit de vergetelheid. Dankzij de verfilmingen van ‘Mrs Palfrey at the Claremont’ (2005) en ‘Angel’ (2007) is Taylors literair werk helemaal in. Hedendaagse Engelse schrijvers zien Elizabeth Taylor als de meest ondergewaardeerde schrijfster van de twintigste eeuw. Gezien de vele lovende recensies van de Nederlandstalige ‘Angel’ lijkt Elizabeth Taylors werk ook in Nederland en Vlaanderen gesmaakt te worden. En neen, de schrijfster Elizabeth Taylor is niet de Taylor die schitterde in de film ‘Cleopatra’. Het verschil tussen beide Elizabeth Taylors kon niet groter zijn: terwijl de een constant in de media kwam, leidde de andere een rustig leven op het platteland. Bovendien hield de andere Taylor zich ver van het societyleven, en was ze enorm gesteld op haar privacy.

Oorspronkelijke titel: Angel
Jaar van publicatie: 1957

Schrijven als therapie

In ‘Onze man in Havanna’, uitgegeven in 1958, gaf Greene de baas van hoofdpersonage Jim Wormold, codenummer 59200. Het was zijn eigen codenummer bij M16, de Britse buitenlandse inlichtingendienst. Officieel werkte Greene van 1941 tot 1944 voor M16. Onofficieel spioneerde hij voor M16 tot in de jaren tachtig. Omdat de introverte schrijver zo gesteld was op geheimzinnigheid noemde Norman Sherry, Greenes officiële biograaf, hem de perfecte spion. Tijdens de jaren vijftig en zestig sprak Greene bovendien zijn bewondering uit voor het internationale socialisme. Zijn vrienden, evenwel wisten dat hij een rookgordijn optrok.

Mikpunt van zware pesterijen.

Als jongen had Greene al een geheim, dat hij verborgen hield voor zijn ouders en broers en zusters. Hij hield namelijk enorm van lezen. Die passie voor lezen had Graham Greene overgehouden aan zijn zomervakanties bij een oom met een goedgevulde bibliotheek. Het lezen had plaats op de zolder van zijn oom, ver weg van alles en iedereen.

Het leven van de jonge Greene speelde zich vooral af op Berkhamsted School, waar zijn vader directeur was. De jonge sensitieve Graham vond het moeilijk, om zowel als zoon en als leerling tegemoet te komen aan de vaderlijke verwachtingen. Hij dacht dan ook vaak aan zelfmoord en leed aan depressies. Helemaal traumatisch werd het vanaf 1917, wanneer hij interne leerling werd. Vanaf dan was hij een mikpunt van zware pesterijen. Gealarmeerd over het feit dat hun zoon niet in staat was om zich te handhaven in zijn vaders school, stuurde zijn ouders hem in 1920 weg naar Londen, waar hij terecht kwam in de psychiatrie. Na zes maanden mocht Greene terug naar huis, en kreeg hij de toestemming om externe leerling te zijn.

“Schrijven is een vorm van therapie; ik vraag mij wel eens af hoe al die mensen die niet schrijven, schilderen of componeren erin slagen te ontkomen aan de waanzin, de zwaarmoedigheid en de panische angst die onverbrekelijk verbonden zijn met het menselijk lot.”

Uit Graham Greenes autobiografie: ‘Vluchtwegen’.

Meest filmische schrijver van de twintigste eeuw.

Als student in Oxford leerde hij Vivien Dayrell-Browning kennen. Vivien was pas bekeerd tot het katholicisme en spoorde Graham aan om zich te bekeren, wat hij in 1926 deed. Zijn relatie met de Rooms-katholieke kerk was evenwel moeilijk, want Greene was een kritische gelovige en hield er onorthodoxe ideeën op na. Twintig jaar na hun huwelijk kozen de schrijver en zijn vrouw voor een scheiding van tafel en bed. Het koppel had twee kinderen: Lucy en Francis. Voor Greene waren zijn boeken zijn kinderen.

Aanvankelijk kon Greenes werk onderverdeeld worden in twee genres: thrillers en hoog literaire werken. Later verdween die scheiding meer en meer, vooral omdat zijn thrillers vaak een filosofische ondertoon hadden. Graham Greene was ook freelance journalist, scenarioschrijver en filmcriticus. Hij geldt als de meest filmische schrijver van de twintigste eeuw, en zijn werk is meermaals verfilmd.

Bron: Wikipedia en Oxford Dictionary of National Biography.
Lees ook mijn recensie van De derde man en Schutter spion schrijver over verschillende Britse schrijvers die werkten als spion.

Solo van Roald Dahl

‘Solo’ is het tweede deel van een autobiografie geschreven door Roald Dahl. Het bestrijkt de periode 1936 tot 1941.

In juli 1934 begon Dahl te werken voor Shell. Na een tweejarige opleiding werd de 19-jarige Dahl overgeplaatst naar het Shellhuis in Dar es Salaam (Tanzania). Als de Tweede Wereldoorlog uitbrak, meldde Dahl zich bij de RAF, de Britse luchtmacht. Eigenlijk was de bijna twee meter lange Dahl te groot om als piloot te dienen; hij paste maar net in een Tiger Moth.

Tijdens een vlucht naar zijn eerste squadron in Libië had Dahl een ongeluk. Na zijn herstel vloog hij als gevechtspiloot in Griekenland en Palestina. Uiteindelijk moest hij vanwege hoofdpijn stoppen. Die hoofdpijn had hij overgehouden aan zijn ongeluk in Libië. De legerarts keurde Dahl af voor verdere dienst, en halverwege 1941 werd hij teruggestuurd naar Engeland.

‘Solo’ begint bij Dahls reis naar Dar es Salaam en eindigt met de terugkeer naar Engeland. De autobiografische verhalen in ‘Solo’ zijn selectief. Het bevat enkel die herinneringen, die Dahl zich nog levendig kon voorstellen. Normaal gezien hou ik niet zo van autobiografieën, die verhalen over gebeurtenissen tijdens legerdiensten, maar ‘Solo’ is onverwacht anders en uitermate boeiend en interessant. Het begint heel humoristisch en eindigt heel ontroerend, en laat verrassende kanten van de schrijver zien. Ook zijn er best wel akelige verhalen in ‘Solo’.

‘Solo’ is een aanrader, niet alleen voor de fans van Dahl, maar voor iedereen die van een goede autobiografie houdt.

Oorspronkelijke titel: Going Solo.
Jaar van publicatie: 1986.