Goldings nieuwe mythe

In het werk van William Golding (1911-1993) spelen christelijke waarden een belangrijke rol. Zijn hoofdpersonages worden in extreme omstandigheden zowel met hun goede als slechte eigenschappen geconfronteerd. Het verlies van hun onschuld is daarbij een belangrijk thema waar zelfs de kleinsten niet aan ontsnappen, zoals blijkt uit zijn eerste en meest bekende roman ‘Heer van de vliegen’ (Lord of the Flies) uit 1954.

Na een vliegtuigongeluk belandt een groep jongens op een onbewoond eiland. In hun paradijselijke omgeving leiden ze aanvankelijk een georganiseerd leven. Maar geleidelijk aan vervallen ze tot bijgeloof, wrede jachtrituelen en onverdraagzaamheid. En vallen er doden.

De trailer van de film ‘Lord of the Flies’ uit 1963 van Peter Brook.

Tijd voor een nieuwe mythe.

William Golding haalde zijn inspiratie voor ‘De heer van de vliegen’ uit de jeugdroman ‘The Coral Island’ (1857) van de Schotse auteur R.M. Ballantyne (1825-1894). Golding had ‘The Coral Island’ als kind gelezen en had het aan zijn kinderen voorgelezen. Hij wou er echter een duistere en meer realistische twist aan geven.

‘The Coral Island’ was immers de belichaming van het onbewoond-eilandverhaal waarin 3 jongens op een eiland stranden en avonturen beleven. Ze weten samen te werken en worden niet bedorven door de barbaarse gewoontes van de inheemse stammen. Het zijn de inheemsen die van de jongens leren hoe ze zich moeten gedragen. Want ‘The Coral Island’ was een imperialistisch verhaal.

Zonder ouderlijke supervisie zouden kinderen volgens Golding snel ontsporen. Ook had hij in de Tweede Wereldoorlog gezien hoe dun het laagje beschaving is en hoe barbaars mensen kunnen zijn. Door de nucleaire dreiging was het tijd voor een nieuwe mythe ter vervanging van het romantische ‘The Coral Island’. In Goldings jongens zou al het kwaad zitten, het Beest dat in elk mens schuilt. ‘Heer van de vliegen’ staat daarmee symbool voor Beëlzebub, de duivel. Beëlzebub betekent namelijk letterlijk heer van de vliegen.

Sputterend begin voor ‘Lord of the Flies’.

Golding had zijn eerste roman aanvankelijk een andere titel gegeven. Zijn ‘Strangers from Within’ werd door 21 uitgeverijen geweigerd vooraleer Faber and Faber het uitgaf. Nochtans had hun redactrice Polly Perkins het manuscript afgewezen omdat ze het saai vond. Maar hun kersvers redacteur Charles Monteith zag wel iets in Goldings dystopie en wou ermee aan de slag.

Zo stelde Monteith voor om het eerste deel van de roman, waarin een evacuatie uit een kernoorlog was beschreven te schrappen. Ook werd het personage Simon zwaar geredigeerd en werd een mysterieus anoniem personage geschrapt. In plaats van de absurde en expliciete titel ‘Strangers from Within’ stelde Monteith ‘Lord of the Flies’ voor. Golding ging akkoord met de voorgestelde veranderingen, maar kon nauwelijks verdragen om naar zijn ‘Heer van de vliegen’ te kijken. Ondanks de latere bekendheid en cultstatus van zijn eersteling liep Golding nooit op met het boek. Vooral omdat de schaduw van die eersteling altijd hing over zijn later werk.

De would-beklassieker kende een sputterend begin. Het bleef in 1954 bij 1 oplage. Pas in 1959 bij de paperbackeditie kwam de verkoop op gang en met de eerste verfilming in 1963 kreeg het de status van een klassieker. Intussen zijn er wereldwijd al miljoenen exemplaren verkocht. Enkel en alleen voor de Angelsaksische wereld gaat het om zo’n 25 miljoen exemplaren.

What are we? Humans? Or animals? Or savages?

De trailer van ‘Lord of the Flies’ komt van het YouTubekanaal van Screenbound Pictures.

De goede man Jezus en de schurk Christus van Philip Pullman

‘De goede man Jezus en de schurk Christus’ maakt deel uit van de ‘Myth Series’ van de Schotse uitgeverij Canongate. In deze serie verschenen hervertellingen van mythes of legendes door auteurs van over heel de wereld. Zo herschreef David Grossman in ‘Leeuwenkoning’ het verhaal van Samson en Su Tong in ‘Binu en de Chinese muur’ de legende van Meng Jiang Nü.

In de Angelsaksische wereld zorgde ‘De goede man Jezus en de schurk Christus’ voor controversie. Zoals de titel al aangeeft, gaat het over Jezus. Over Jezus als historische dan wel als mythologische figuur zijn al bibliotheken vol geschreven.

Naast het gegeven dat Pullman het verhaal van Jezus herschreef, is er zijn visie op religie. Of wat sommige menen dat zijn visie is. Zijn bekendste werk ‘Het gouden kompas’ (His Dark Materials) is alvast omstreden in religieuze middens. Want in het laatste boek van deze trilogie ontketent de vader van hoofdpersonage Lyra een oorlog tegen de stokoude engel God.

Voor de conservatieve Britse journalist Peter Hitchens is Pullman gevaarlijk omdat hij God vermoordt in bovengenoemde trilogie. Hoewel Pullman beseft dat religie verankerd is in ons leven, houdt hij er niet van dat religie als onderdrukkingsmiddel wordt gebruikt. Hij heeft het niet begrepen op dogmatisme. Hij meent bovendien: “als er een God is, en als hij is zoals de christenen hem beschrijven, dan verdient hij het om afgemaakt te worden en ertegen in opstand te komen.”

Zijn hervertelling van het leven van Jezus leest evenwel als een evangelie. In zijn goede boodschap komt de kerk er als instituut bekaaid uit. Het ooggetuigenverslag van Jezus’ leven is gekleurd en aangedikt, wat de schuld is van zijn tweelingbroer.

Bij de Britse fantasyschrijver krijgt Maria namelijk een tweeling. De oudste baby is gezond en sterk. Hij krijgt de naam Jezus. De jongste is ziekelijk en wordt door Maria Christus genoemd. Als kind weet Jezus zich altijd in de nesten te werken terwijl zijn broer hem de helpende hand reikt en het voor hem opneemt.

Jezus raakt begeesterd door Johannes de Doper en laat zich door hem dopen. Op dat moment verschijnt een duif wat Christus interpreteert als een boodschap van God. Christus probeert Jezus warm te maken voor een een instituut dat zijn boodschap van liefde zal uitdragen. Maar Jezus wil daar niet van weten.

En dan duikt er een vreemdeling op. Is hij een engel of een duivel? Christus weet het niet. Maar de vreemdeling draagt hem op om alles wat Jezus doet op papier te zetten. Het is niet de bedoeling dat Christus zich aan de feiten houdt. Mirakels en boude uitspraken gaan Jezus onsterfelijk maken en de basis leggen van een kerk en een religie die de eeuwen zal trotseren. Dat overdrijven en opkloppen van de werkelijkheid gaat Christus goed af. Hij is immers een geboren verteller. Toch is het voor Christus niet altijd makkelijk om te begrijpen wat zijn broer nu eigenlijk bedoelt.

Kortom: ‘De goede man Jezus en de schurk Christus’ legt uit hoe verhalen tot stand komen. En hoe ze – naargelang de context – gebruikt of misbruikt worden. Het werpt zo belangwekkende bedenkingen op over religie en de kerk.

Oorspronkelijke titel: The Good Man Jesus and the Scoundrel Christ.
Jaar van publicatie: 2010.

Spotlight op: Seizoen van de trek naar het noorden

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag is het spotlight gericht op: Seizoen van de trek naar het noorden van Tayeb Salih.

De verteller van ‘Seizoen van de trek naar het noorden’ is een Afrikaan die studeerde in het buitenland en terugkeert naar zijn dorp. Zijn land, Soedan, is overigens nog niet zo lang onafhankelijk.

De verteller zet niet zijn eigen verhaal uiteen, maar dat van Mustafa Sa’eed. Mustafa woont nog maar pas in het dorp. In tegenstelling tot de andere dorpelingen is hij niet onder de indruk van het buitenlands avontuur en succes van de verteller. Dit prikkelt de verteller om te achterhalen wie die geheimzinnige Mustafa nu eigenlijk is.

Samen met Taha Hussein (1889-1973) en Nagieb Mahfoez (1911-2006) geldt Tayeb Saleh (1929-2009) als een van de grootste Arabische schrijvers van de 20ste eeuw.

Na zijn studies in Soedan studeerde Tayeb Saleh verder in Engeland. In Engeland werkte hij vooral als journalist. Zo schreef hij onder meer over literatuur in een wekelijkse column voor een Arabische krant en was hij werkzaam bij de Arabische afdeling van de BBC. De laatste 10 jaar van zijn beroepsleven werkte hij bij UNESCO in Parijs.

Voor zijn literair werk putte hij vooral uit zijn jeugd doorgebracht in een Soedanees dorp. ‘Seizoen van de trek naar het noorden’ (1966) is internationaal gezien zijn bekendste roman. Voor Arabische schrijvers en critici is het de beste Arabische roman van de twintigste eeuw. Hoewel Saleh die roman in het Engels had kunnen schrijven, koos hij ervoor om het in het Arabisch te schrijven. Voor de dialogen gebruikte hij dialect.