Paarse hibiscus van Chimamanda Ngozi Adichie

Op naar een leven zonder angst.

Op Palmzondag begon het allemaal fout te lopen. Jaja was niet ter communie gegaan. Net thuisgekomen uit de kerk smeet papa zijn misboek door de kamer. Hij had Jaja willen raken, maar miste. Het zware misboek verbrijzelde de bovenste plank van de vitrinekast. De ballerinabeeldjes van mama waren in een klap allemaal kapot.

De laatste keer, dat mama de beeldjes in haar vitrinekast had schoongemaakt, was haar oog opgezwollen. Dat had papa gedaan. Ook zijn kinderen, Jaja en Kambili, deelden regelmatig in de klappen.

“Langzaam gespte hij zijn riem los. Het was een zware riem, gemaakt van verschillende lagen bruin leer met een onopvallende met leer beklede gesp. Hij kwam het eerst op Jaja neer, op diens schouders.”

Voor de buitenwereld was Eugene Achike een voorbeeld. Zo gebruikte pater Benedict hem om het evangelie te verklaren. Papa was een diepgelovig man. Daarenboven was hij een machtig en rijk man, die met zijn krant de waarheid durfde zeggen over de nieuwe machthebbers.

In ‘Paarse hibiscus’ vertelt de 15-jarige Kambili het verhaal van haar gezin, waarin elk aspect van het leven gedomineerd wordt door haar vader. Tot die fameuze Palmzondag, waarop haar broer zich opstandig gedroeg. De verandering was al vroeger begonnen. Tijdens een logeerpartij in Nsukka bij hun tante, nichtje en neven leerden Kambili en Jaja een heel ander soort leven kennen. Een leven waarin ze de vrijheid hadden om te zijn en te doen wat ze willen. Een leven zonder angst.

Adichies debuutroman is een coming of age verhaal, waarin de thematiek gezinsgeweld je raakt, maar nooit vloert. Het loopt niet alleen fout in Kambili’s gezin, maar ook in Nigeria. Zo kent ‘Paarse hibiscus’ verschillende lagen en invalshoeken. Mooi is hoe Kambili langzaam aan haar omgeving begint te vertrouwen en open begint te bloeien. Als haar moeder een wanhoopsdaad pleegt, is het aan Kambili om het gezin bijeen te houden. Een roman die het geografisch gegeven ruim overschrijdt, maar die je tegelijkertijd laat kennis maken met de Nigeriaanse cultuur.

 

Oorspronkelijke titel: Purple Hibiscus.
Datum van publicatie: 2003.

De non van Denis Diderot

18e-eeuws anti-klerikaal boek.

‘De non’ zag het levenslicht dankzij een grap. Diderot en zijn vrienden misten de graag geziene markies de Croismore in de Parijse salons. Net voordat de markies de hoofdstad verliet, had hij zich ingezet voor de geruchtmakende zaak van Marguerite Delamare. Delamare was een non, die haar geloften aanvocht. Haar roeping was gedwongen geweest.

Wat Diderot en Co nodig hadden, was een nieuwe non. Die non kwam er in de persoon van de fictieve Suzanne Simonin. De markies trok zich inderdaad het lot van de jonge vrouw aan. Maar in plaats van spoorslags naar Parijs te komen, bood hij Suzanne aan om naar zijn landgoed te komen. Dat laatste was een dikke streep door de rekening van Diderot en zijn kornuiten. Ze moesten iets bedenken waardoor Suzanne niet kon reizen. Dus werd zij ziek. Uiteindelijk kreeg de markies een brief, waarin hem het schielijk overlijden van Suzanne werd medegedeeld. Bijgevoegd kon de markies haar memoires lezen. Diderot was zo opgegaan in zijn briefwisseling met de markies de Croismore, dat hij intussen een roman had geschreven over zijn non.

Beter gezegd, hij schreef een bijna-volwaardige roman, want het einde van ‘De non’ is abrupt en gehaast. De schrijver-filosof was altijd met tien dingen tegelijkertijd bezig, zodat ‘De non’ op een gegeven moment in een lade verdween. Een publicatie was niet aan de orde. Na een verblijf van drie maanden in de gevangenis van Vincennes had Diderot schriftelijk beloofd zijn mening over religie voor zich te houden. Volgens de autoriteiten waren Diderots ideeën over religie gevaarlijk, en was de man een ketter.

Heeft Christus zelf monniken en nonnen ingesteld? Kan de Kerk echt niet zonder kloosterordes? Wat voor behoefte heeft de hemelse bruidegom aan zoveel dwaze maagden en de mensheid aan zoveel slachtoffers? Zal men dan nooit de noodzaak voelen om de toegang te versmallen tot die poelen van ellende waar toekomstige generaties in verloren gaan? Wat betekenen al die plichtmatige gebeden die men daar prevelt vergeleken met een oprecht gegeven aalmoes? Hoe kan God, die de mens heeft geschapen als een sociaal wezen, het goedkeuren dat hij zich opsluit?

‘De non’ is geen anti-religieus, maar een anti-klerikaal boek. Ook is het een sociale aanklacht tegen het toenmalig gebruik om onwettige kinderen op te sluiten in een klooster. Suzannes moeder hoopt haar fout goed te maken door de vrucht van haar ontrouw non te laten worden. Maar de diepgelovige Suzanne wil helemaal geen non worden. Omdat het geen vrije maar een gedwongen keuze is, kan zij nooit een goede non zijn. In haar eerste klooster wordt zij zwaar gepest en vernederd. In het tweede klooster vat moeder-overste een lichamelijke passie voor haar op. En als Suzanne, dankzij de hulp van een priester, weet te ontsnappen uit haar derde klooster, krijgt zij wederom te maken met seksuele intimidatie.

Voor een 18e-eeuws boek leest ‘De non’ bijzonder vlot. Het korte leven van Suzanne Simonin flitst zo aan je voorbij. Het is duidelijk dat ‘De non’ ontstond terwijl Diderot schreef. Het verhaal leent zich tot buitensporige dramatiek, maar ‘De non’ houdt een goede balans tussen emotie en rede. Daarnaast is ‘De non’ ook een laagdrempelige en interessante manier om kennis te maken met de ideeën van Diderot en de Verlichting.

 

Oorspronkelijke titel: La Religieuse.
Datum van publicatie: 1796.

Stilte van Shusaku Endo

Japan en het Christendom.

Rome, 1635. Vier priesters willen naar Japan afreizen om ondergronds missiewerk te doen. De kerkelijke autoriteiten vinden het een roekeloos plan. Japan is een uiterst gevaarlijk land. Christenen in Japan worden vervolgd, gemarteld en gedood. Priester-missionaris Ferreira, die al 33 jaar in Japan leeft, heeft volgens de rapporten die Rome bereiken, zijn geloof afgezworen. Reden te meer voor de vier priesters om naar Japan te gaan. Ze willen de vermeende afvalligheid van priester Ferreira compenseren, en zijn ondergronds missiewerk verder zetten. Tegelijkertijd komen in Portugal drie jonge priesters op hetzelfde idee. Hun reis naar Japan is ingegeven door het geloof dat Ferreira geen afvallige kan zijn. Ferreira was namelijk hun mentor. Ze willen naar Japan om de ware toedracht rond Ferreira’s verraad te onderzoeken. Pas in 1637 krijgen ze toestemming voor hun verre reis.

‘Stilte’ volgt twee Portugese priesters: Sebastião Rodrigues en Francis Garpe. Garpe en Rodrigues weten na een lange gevaarlijke reis clandestien voet te zetten op Japanse bodem. Op een gegeven moment besluiten ze elk hun eigen weg te gaan. Als lezer lees je aanvankelijk de brieven die hoofdpersonage Sebastião Rodrigues naar huis stuurt. Na zijn arrestatie lees je in de derde persoon hoe het hem vergaat. Na het verloochenen van zijn geloof zijn het brieven van andere, die je meer vertellen over het verdere verloop van zijn leven. Na het afstand doen van zijn geloof krijgt de jezuïet een Japanse naam, de kleren van een boeddhistische monnik, een huis en een vrouw. Net als zijn mentor voor hem, is hij niet gefolterd geweest, maar zijn het de martelingen van Japanse christenen, die hem overstag deden gaan. Inmiddels ben je als lezer getuige geweest van zijn twijfels en cultuurshock. Zijn religieus wereldbeeld komt namelijk niet overeen met de Japanse realiteit. Wat hij vooral niet kan begrijpen, is waarom God zwijgt bij zo veel lijden.

“We stellen het goed of kwaad
van uw religie niet aan de orde.
Uw geloof zal heus wel goed zijn
voor Spanje, Portugal en
andere landen.”

‘Stilte’ kan je lezen als een verhaal over geloof, vertwijfeling en verlossing, maar evengoed als een verhaal over botsende wereldbeelden en assimilatie. Het christendom was een centraal thema in het werk van de rooms-katholieke Japanse schrijver Endo (1923-1996). ‘Stilte’ is zijn belangrijkste werk en is gebaseerd op historische feiten. Het speelt zich af tegen de achtergrond van een sterk Japan, waarin het boeddhisme een staatsreligie en de bron van de Japanse cultuur werd. Het christelijk geloof van de Europeanen was bijgevolg een ongevraagd opgedrongen goed. Voor hun anti-christelijk beleid had Japan zich opengesteld voor de rooms-katholieke bekeringsijver, en was het een succesverhaal voor Rome. Dat veranderde echter vanaf 1587.

‘Stilte’ is een knap geconstrueerd verhaal over de houding van de Japanners ten opzichte van het christendom.

 

Oorspronkelijke titel: Čimmoku.
Datum van publicatie: 1966.