Schrijver zijn volgens Dürrenmatt

Friedrich Dürrenmatt (1921-1990) was een Zwitserse schrijver van toneelstukken, luisterspelen en romans. Daarnaast was hij kunstschilder en graficus.

Als toneelschrijver schiep hij zijn eigen avant-gardistische tragikomedies. In schril contrast met zijn minimalistisch theaterwerk staat de misdaadroman ‘Der Richter und sein Henker’ (De rechter en zijn beul) uit 1952, waarin sfeervolle beschrijvingen de toon bepalen. Kenmerkend voor Dürrenmatts misdaadromans is de ironie, de cynische en filosofische toon en de maatschappijkritische inhoud.

Naast ‘Der Richter und sein Henker’ zijn ook ‘Der Verdacht’ en ‘Das Versprechen’ in het Nederlands vertaald.

Het beeld bij dit citaat komt van Wikimedia Commons en is van Elke Witzig.

De roman die zichzelf verkocht

Naar verluidt zou hij als scholier gezegd hebben: “ik ga een boek schrijven waar ik mijn hele leven op kan teren.” Als deze boude bewering klopt, maakte Patrick Süskind (1949) met zijn debuut ‘Het parfum’ die jongensdroom waar. 

In tegenstelling tot zijn oudere broer trad hij niet in het journalistieke voetspoor van hun vader, maar koos hij voor een carrière als scenarioschrijver. Begin jaren 80 maakte hij furore met de voor het theater geschreven solo ‘Der Kontrabaß’ over de lusten en lasten van een contrabassist. Tijdens het theaterseizoen 1983/1984 was ‘Der Kontrabaß’ het meest gespeelde stuk op de Duitse planken. 

Geschiedenis van een parfumeur.

Toen Daniel Keel (1930-2011) van uitgeverij Diogenes het scenario van ‘Der Kontrabaß’ las, was hij zo enthousiast dat hij het wou uitgeven. Dat was zonder de schrijver gerekend want die probeerde Keel op andere gedachten te brengen. Maar Keel zette door. Hij was ervan overtuigd dat hij met Süskind een getalenteerde nieuwe auteur gevonden had. Terloops vroeg hij hem of hij nog ander werk in zijn la had liggen. Dat had Süskind niet. Toch niets kwaliteitsvol. 

‘De contrabas’ verscheen in 1984 op een bescheiden oplage van 4.000 exemplaren. Later dat jaar liet Süskind per brief aan Keel weten dat hij net een manuscript had afgewerkt. Volgens de auteur was het een tamelijk enge, tamelijk afschuwelijke en tamelijk spannende geschiedenis over een Franse parfumeur.

Im achtzehnten Jahrhundert lebte in Frankreich ein Mann, der zu den genialsten und abscheulichsten Gestalten dieser an genialen und abscheulichen Gestalten nicht armen Epoche gehörte.

Geschiedenis van een moordenaar.

Keel besefte meteen dat hij een internationale bestseller in handen had. Dat het goed was, werd bevestigd door de voorpublicatie in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Terwijl de serie in de Frankfurter Allgemeine Zeitung liep, voorzag Diogenes de pers en de boekhandel van leesexemplaren. 850 boekenwinkels toonden direct interesse en vroegen of het mogelijk was dat de Diogenes de publicatie vervroegde. In plaats van eind maart, lag eind februari 1985 ‘Das Parfum. Die Geschichte eines Mörders’ in de handel. De startoplage was met 325.000 exemplaren de hoogste ooit. 

Het boek was amper uitgepakt of de eerste aanvragen vanuit het buitenland liepen binnen. Ongezien in de uitgeverswereld: Diogenes wou dat ‘Het parfum’ paste in het fonds van een geïnteresseerde uitgeverij. Daarnaast had het nog andere eisen. Een van die eisen was dat de Duitse cover werd overgenomen. Door de ‘no nipple law’ in de VS kreeg enkel de Amerikaanse versie een alternatieve cover.

De cover rechts toont een detail uit het schilderij van Jean-Antoine Watteau (1684-1721), Nimf en sater.

Het boek verkoopt zichzelf.

Na 8 weken was het overduidelijk: dit was geen hype en de zoveelste bestseller, maar een blijver. Want ‘Het parfum’ was de 100.000 exemplaren voorbij. Ongezien voor een bestseller: de critici gingen plat. Er was maar 1 dissidente stem. 

‘Het parfum’ bleef 9 jaar lang op de bestsellerlijst van ‘Der Spiegel’ staan. Een record dat tot op heden niet verbroken is. Het record is des te opmerkelijker omdat Süskind maar 1 televisie-optreden en een enkel interview gaf. Hij wou niets te maken hebben met dat mediacircus rond zijn boek. Jean-Baptiste Grenouille, zijn parfumeur en verschoppeling wist zichzelf te verkopen. In binnen- en buitenland.

Perfume, de film

Decennialang zag het er naar uit dat er geen verfilming zou komen, ondanks de vele vragen vanuit de filmwereld. Süskind wou de rechten niet verkopen, tenzij aan Stanley Kubrick. Daniel Keel wist hem te overtuigen om ze eventueel aan Milos Forman te verkopen. Noch Forman noch Kubrick hadden interesse. Burton, Scorsese en Polanski daarentegen wilde ‘Het parfum’ maar al te graag verfilmen.

De filmrechten werden uiteindelijk in 2001 verkocht aan Bernd Eichinger. Gefluisterd wordt dat Süskind de rechten voor 10 miljoen euro verkocht. Eichinger gaf de regie in handen van Tom Tykwer, die eerder de succesvolle film ‘Lola rennt’ had gemaakt. Voor de hoofdrol viel de keuze op de onbekende auteur Ben Whishaw. Net als Grenouille in het boek had Whishaw bijna geen tekst en was hij aangewezen op miniek en gestiek.

Voor dit blog raadpleegde ik de website van uitgeverij Diogenes en Wikipedia. Dat de roman zichzelf verkocht, is mijn eigen interpretatie, gebaseerd op mijn research.

De dame met de camelia’s van Alexandre Dumas fils

Foto door Vincenzo Malagoli op Pexels.com

Oorspronkelijke titel: La dame aux camélias.
Jaar van publicatie: 1848.

Vertaald door P. Beek. Uitgegeven bij Aspekt.

Vrouwen uit deftige kringen zien graag de woning van een courtisane. Omdat de courtisane in kwestie dood was, konden de eerbare vrouwen ongegeneerd naar haar slaapkamer lopen en zich vergapen aan haar kleren en juwelen.

Zelf ben ik een liefhebber van curiosa. Tijdens de eerste kijkdag bekeek ik met genoegen de meest uiteenlopende voorwerpen. Kennelijk had ik wat te lang naar de zilveren toiletartikelen gekeken, want de bewaker nam me achterdochtig op. Ik vroeg hem de naam van de vrouw die hier gewoond had en was aangedaan toen ik vernam dat het om juffrouw Marguerite Gautier ging.

Een innemender schoonheid dan die van Marguerite was ondenkbaar.

Ik had Marguerite vaak ontmoet op de Champs-Elysées. Hier verscheen ze elke dag in een klein blauw rijtuigje. Anders dan haar collega’s liep ze niet van het plein naar het begin van de Champs-Elysées, maar stapte ze uit bij het Bois, waar ze een uurtje wandelde. Ze was telkens alleen, nooit werd ze vergezeld door een andere dame.

Marguerite woonde alle premières bij. Ze had altijd drie dingen bij zich die op de leuning lagen van haar loge: een toneelkijker, een zak snoepjes en een ruiker camelia’s. Vijfentwintig dagen van de maand waren het witte camelia’s; vijf dagen waren het rode. Niemand heeft haar ooit met andere bloemen gezien.

Op de dag van de openbare verkoop waren alle bekende courtisanes aanwezig, stiekem bekeken door enkele deftige dames, die de verkoop als voorwendsel hadden genomen om van dichtbij te kunnen kijken naar deze vrouwen, met wie ze nooit konden verkeren. Kleren, stola’s en juwelen gingen vlot van de hand. Ik kocht een boek, geschonken aan Marguerite door een zekere Armand Duval.

Een paar dagen later bracht de conciërge me het visitekaartje van Armand Duval. Hij wenste me dringend te spreken. Later vroeg hij me om een boek te schrijven over zijn liefde voor Marguerite. En haar liefde voor hem.

Ik nodig de lezer uit zich te laten overtuigen van de werkelijkheid van dit verhaal, waarvan met uitzondering van de hoofdpersoon nog alle mensen in leven zijn.

Marie Duplessis (1824 – 1847) was een van de beroemdste courtisanes van haar tijd. Dankzij een van haar rijke minnaars was de straatarme Duplessis onderwezen in lezen, schrijven, muziek, de kunsten en in de regels van de etiquette. Zij was een harde zakenvrouw die zichzelf duur verkocht. Toch was ze enorm geliefd om haar schoonheid, charme en intelligente conversatie.

In 1844 ontmoette Dumas fils haar in Théâtre des Variétés. Deze ontmoeting groeide uit tot een intense maar korte relatie. Net als zijn literair alter ego Armand Duval was hij ontroostbaar toen hij hoorde dat zijn geliefde Marie gestorven was aan tuberculose. Hij zou voor haar een literaire grafsteen voorzien.

Zijn roman ‘De dame met de camelia’s’ vestigde voorgoed zijn naam als schrijver en was goed voor een klein schandaal. Dat zijn heldin Marguerite Gautier gemodelleerd was op Marie Duplessis was overduidelijk voor zijn tijdgenoten. Een jaar na de roman werd het toneelstuk ‘De dame met de camelia’s’ in Parijs met veel succes opgevoerd. Een van de bezoekers was Verdi. Verdi schreef daarop ‘La Traviata’, dat hij baseerde op ‘De dame met de camelia’s. Bij Verdi wordt de bekende courtisane Violetta, net als Marguerite verliefd op een jonge man uit de burgerij. Die liefde mag evenwel niet zijn.

Met ‘De dame met de camelia’s’ schreef Alexandre Dumas fils niet alleen een ode aan Marie Duplessis, het was ook een satire. Hij wou de aandacht vestigen op het droeve lot van courtisanes. Wat Dumas beoogde is doorheen de eeuwen verbleekt. Toch hangt er rond sekswerk nog steeds een stigma. En dat gegeven maakt deze vlot geschreven klassieker uit de Franse literatuur nog steeds eigentijds. Uiteraard kan je niet voorbij aan de sentimentele smaak van de negentiende-eeuwse lezer. Door de uitgesponnen doodstrijd en de opofferingen van de tragische heldin is het een ‘tranentrekker’, maar het is de moeite waard.