Het missiehuis van Carys Davies

Het leven is hard en vol onvoorziene rampen. Alle religies zijn bedoeld om die pijn te verzachten. De ene religie is niet beter dan de andere. Je bent beter af zonder. En je houdt maar best voor ogen dat je maar één leven hebt. Dat is wat Jamshed geloofd. Zijn neef Ravi neemt zijn woorden ter harte, enkel om zich vast te bijten in het idee om een carrière als country-en-westernzanger uit te bouwen.

Ravi’s droom kost veel geld. Jamshed probeert hem financieel te helpen. Momenteel heeft hij een lucratieve job: hij rijdt dagelijks een Engelse toerist rond in zijn riksja.

De toerist verblijft niet in een hotel maar in het missiehuis naast de pastorie van padre Andrew. In de trein naar Ooty was hij in gesprek geraakt met de padre. Het huisje bevalt hem goed en is goedkoop. De prijzen van de hotels vindt Hillary Byrd schandalig hoog.

Hillary was niet voorbereid op die plakkerige drukkende hitte van de Indiaanse vlakten. Het toeval bracht hem naar Ooty, een koele enclave in de bergen van Zuid-India, waar alles anders is en tegelijkertijd zo vertrouwd.

Met momenten slaat de depressie nog toe, maar de rust, de kalmte en de eenvoud doet wonderen. Hij hoopt dat de padre in hem een geschikte huwelijkspartner ziet voor zijn huishoudster en aangenomen dochter. Maar de jonge Priscilla is verliefd op Ravi. Net als Ravi is zij helemaal weg van country-en-westernmuziek.

In 71 korte hoofdstukken vertelt de schrijfster in een eenvoudige stijl het verhaal van een Engelsman voor wie de reis naar India een geestelijke retraite is. Daarnaast vertelt zij de kleine verhalen van een aantal aandoenlijke personages, die niet beantwoorden aan de clichés. Door de korte hoofdstukken en het constant springen tussen de personages is het even wachten vooraleer je alle stukken van het verhaal hebt. Davies speelt graag met tegenstellingen: religie, ongeloof, het imperialistische verleden, het hindoenationalisme, het nieuwe en het oude. Veel lijkt toeval, maar dat is het niet. En misverstanden zijn er bij de vleet.

‘Het missiehuis’ entertaint en fascineert. Het einde bezorgde me kopbrekers. Ik besef dat het verhaal niet anders had kunnen lopen. Het leven is immers hard en het kenmerk van zinloos geweld de willekeur. Het kan niet zijn voor de Hillary Byrds in dit leven. Ze zijn altijd de pineut.

Oorspronkelijke titel: The Mission House.
Jaar van publicatie: 2020.

Uitgever J.M. Meulenhoff. Vertaald door Nicolette Hoekmeijer.

Fictieve heldin: Bertha Mason

©Umberto via Unsplash

Hoewel ze essentieel was voor het plot kwam er geen woord over haar lippen. Pas 119 jaar later kreeg ze een stem, kon ze haar verhaal vertellen over haar huwelijk met Edward Rochester. Intussen schitterde Bertha Mason niet enkel op papier maar ook in de populaire cultuur. 

In ‘Jane Eyre’ van Charlotte Brontë (1816-1855) leeft Bertha Mason opgesloten in een kamer op de derde verdieping van Thornfield Hall. Ze leeft al lang in die kamer, al zeker 10 jaar. Hier wordt ze verzorgd door Grace Poole, een verpleegster.

Rochester kan niet van Bertha scheiden want zij is gek. Dus heeft hij buitenechtelijke relaties. Maar dan komt Jane Eyre in zijn leven en wil de ruige Rochester meteen met haar trouwen. Als op de huwelijksdag blijkt dat hij al getrouwd is, verlaat Jane hem. Nadat Bertha Thornfield Hall in brand steekt en Rochester een held blijkt te zijn, keert Jane naar hem terug. Omdat de gewelddadige Bertha omkwam in de brand, luiden bij de hereniging van Jane en Edward de huwelijksklokken. 

De eerste mevrouw Rochester.

De eerste mevrouw Rochester had Edward overigens het hof gemaakt op Jamaica. Zij was rijk en knap en de wederzijdse families drongen aan op een huwelijk. Als hij echter op voorhand had geweten dat krankzinnigheid in haar bloed zat, dan was hij nooit met haar getrouwd. 

In ‘Wide Sargasso Sea’ (De wijde Sargassozee) van Jean Rhys (1890-1979) uit 1966 blijkt Bertha Mason eigenlijk Antoinette Cosway te heten. Na de dood van haar Engelse vader en de teloorgang van zijn plantage, was haar creoolse moeder hertrouwd met de rijke meneer Mason. Als creoolse zat haar moeder Annette in een sociaal isolement, wat haar tot waanzin dreef. Voor de witte bevolking waren zij en haar kinderen immers witte negers en en voor de gekleurde witte kakkerlakken. 

Antoinettes huwelijk met die arrogante Engelsman Rochester pakte al snel verkeerd uit. Het was duidelijk dat hij ziek was van jaloezie nadat hij haar op een avond sloeg. Als hij haar vervolgens meenam naar Engeland en opsloot in zijn huis, werd de gevoelige en fantasierijke Antoinette langzaam gek. Vooral het feit dat haar man haar beroofde van haar creoolse identiteit was de spreekwoordelijke druppel.

Van hem kreeg ze de naam Bertha. Antoinette vond hij te Frans. Hij stoorde zich aan haar brabbeltaal, een mengeling van Frans en creools. Vond haar dom en bijgelovig. Te passioneel en te emotioneel. Ze was immers geen Europese. Als niet-Europese vrouw kreeg ze bij Charlotte Brontë geen stem en werd ze in onflatterende bewoordingen beschreven. Niettemin heeft ze veel gemeen met Jane Eyre. Beide zijn onafhankelijke en levendige vrouwen met een moeilijke jeugd.

Postkoloniaal antwoord op Jane Eyre.

Met ‘Wide Sargasso Sea’ schreef Jean Rhys een postkoloniaal antwoord op ‘Jane Eyre’. Zij was toen 76. Rhys was een witte creoolse vrouw: zij was een Britse geboren op het Caraïbische eiland Dominica. Haar vader was een Welshman en haar moeder was van creools-Schotse afkomst.

Rhys wist maar al te goed hoe zwaar de taak was die zij op zich genomen had. ‘Jane Eyre’ van Charlotte Brontë was een geliefde klassieker die elke Engelsman kende. Dat zij uitgerekend op die roman een antwoord wou schrijven was gedurfd. Niet alleen slaagde Rhys in haar opzicht, zij schreef met ‘Wide Sargasso Sea’ een klassieker die net als ‘Jane Eyre’ zijn weg vond naar andere cultuuruitingen. 

Trailer van de Britse televisiefilm Wide Sargasso Sea uit 2006. De trailer komt van YouTube.

Mevrouw Osmond van John Banville

Het open einde van ‘Portret van een dame’ van Henry James leidde doorheen de jaren tot speculaties. Waarom keert Isabel terug naar haar man en haar ongelukkig huwelijk. Met ‘Mevrouw Osmond’ schreef John Banville een mogelijk vervolg. 

Net voor haar vertrek naar het landgoed van haar neef, Ralph Touchett ontdekt Isabel hoe haar echtgenoot haar vele jaren misleid heeft. Tegen Osmonds uitdrukkelijk bevel om niet af te reizen naar Engeland komt Isabel in opstand. Ze wil en ze zal haar stervende neef bezoeken. Hals over kop reist ze af. Na de begrafenis van Ralph keert ze terug naar Rome. 

In ‘Mevrouw Osmond’ neemt Isabel haar tijd. Ze reist niet linea recta naar Rome. Ze stelt de confrontatie met haar man uit en broedt allicht op een plan. Want pas op het einde van de roman kom je te weten hoe zij reageert op Osmonds geheim. En hoe ze zich weet te bevrijden uit zijn machtige greep.

Hoe goed de roman ook geschreven is en hoe virtuoos en creatief Banville aan de slag gaat met Henry James’ creatie, het voelde voor mij niettemin bevreemdend aan. Ik kan mijn vinger niet op de zere plek leggen. Maar ik ga een poging doen. 

James is voor mij de schrijver van het ongezegde. Rond zijn personage Isabel spelen zich duistere spelletjes af, waar Isabel niets van weet maar dat je als lezer wel aanvoelt en opmerkt. De onthullingen komen niet als een verrassing maar veeleer als een aha-moment, zo zit het dus in elkaar. Ook bij Banville blijf je als lezer tot op het laatst in het ongewisse. Want Banville blijft trouw aan het origineel. Net als in het origineel kent ‘Mevrouw Osmond’ een open einde. 

Banville legt echter het ongezegde bij James uit. Dat is nodig voor de lezer die het verhaal niet kent, of die het lang geleden gelezen heeft en opfrissing kan gebruiken. Maar dat neemt de James’ magie wel weg. De relaties tussen de personages zijn conflictueuzer, hun reacties scherper en aangedikter. Zo komt ‘Mevrouw Osmond’ ongewenst over als een aangepast ‘Portret van een dame’ voor de hedendaagse lezer, die niet het geduld noch de moed heeft om James te lezen. Voor wie het allemaal wat scherper, sneller en duidelijker mag. En met een goede afloop.

Ergens vraag ik me af, waar de obsessie vandaan komt om het waarom van Isabels keuze te weten. Niets menselijk is ons vreemd. Dus waarom mag Isabel dan niet de ondoorgrondelijke en onpeilbare vrouw zijn zoals James haar had geconcipieerd?

“In het binnenste van haar ziel bevond zich – dieper verborgen dan haar verlangen naar zelfverloochening – het gevoel dat het erom ging de lange tijd die volgde te leven”.

Bovenstaand motto uit ‘Mevrouw Osmond’ komt uit ‘Portret van een dame’ van Henry James en legt perfect de hoofdgedachte van Banvilles roman uit. In een intervieuw met de universiteit van Chicago noemde Banville zijn literaire uitdaging arrogant, roekeloos en dom.

Oorspronkelijke titel: Mrs Osmond.
Jaar van publicatie: 2017.

Vertaling: Arie Storm (2018).