Danielle leest: absolute vrienden

Blut en werkend als reisgids in Duitsland, vangt de ontwortelde Engelsman Ted Mundy een glimp op van een oude vriend die zich in de schaduw verschuilt. Een vriend waarvan hij dacht dat hij hem kwijt was. Een vriend die hij ontmoette in het radicale Berlijn van de jaren zestig en die hem hielp aan een leven als dubbelagent.

Decennia later, is de Koude oorlog voorbij en is de oorlog tegen het terrorisme begonnen. Sasha heeft nog een missie voor hen beiden, maar deze keer is het onduidelijk wie bondgenoot is en wie vijand.

Deze spionageroman van John Le Carré (1931 – 2020) uit 2003 overspant 65 jaar. Bij publicatie kreeg deze roman gemengde reacties.

Voor mij is het nog veel te vroeg om dit boek als goed of minder goed te beoordelen. Tot hier toe heb ik vooral genoten van Le Carrés humor en stijl.

En attendant Beckett.

Oktober 1969. Samuel Beckett en zijn echtgenote Suzanne waren op vakantie in Tunesië toen ze een telegram kregen van Becketts uitgever Jérôme Lindon. Lindon liet Beckett weten dat de Nobelprijs voor Literatuur aan hem was toegekend. Vervolgens adviseerde Lindon Beckett om samen met zijn vrouw onder te duiken.

Een paar uur na de officiële verklaring van de Zweedse Academie werd de Ierse krant The Irish Times gecontacteerd door een literair redacteur van een toonaangevende Noorse krant. De Noorse redacteur wilde iets schrijven over Beckett, maar wist zelf niets over de man, vond niets over hem en ook zijn Noorse collega’s konden hem niet helpen. Beckett was onbereikbaar, leek wel van de aardbodem verdwenen. Konden de Ierse collega’s hem helpen met zijn stuk!

Dagenlang jaagde de wereldpers op Beckett. Beckett stemde tenslotte in met een interview met de Zweedse televisie. Er was wel een voorwaarde aan verbonden: ze mochten hem geen vragen stellen.

Een sportieve jongen.

Samuel Barclay Beckett werd op 13 april 1906 geboren in de Dublinse buitenwijk Foxrock in een gezin dat de Anglicaanse geloofsleer beleed. Hij was de jongste van twee zonen. Hoewel hij een energiek kind was, hield hij van de stilte.

Het ouderlijk huis was groot en had een tuin met een tennisbaan. Naast tennis blonk Beckett uit in boksen en cricket. Als student aan de Universiteit van Dublin, Trinity College, speelde hij twee cricketwedstrijden in eerste klasse. Hij was daardoor de eerste Nobelprijswinnaar die cricket in eerste klasse had gespeeld.

Aan Trinity College studeerde Beckett moderne literatuur en Romaanse talen. In zijn vrije tijd ontdekte hij naast het theater, de komedies van Buster Keaton en Charlie Chaplin die een grote invloed zouden hebben op zijn werk als schrijver.

Het onzekere voor het zekere.

Na een korte periode van lesgeven in Belfast, werd hij in 1928 leerkracht Engels op de École Normale Supérieure in Parijs. In Parijs ontmoette hij de Ierse schrijver James Joyce (1882-1941). Zijn omgang met Joyce en zijn artistieke entourage wakkerde Becketts eigen creativiteit aan, want Beckett begon te schrijven. Met zijn eerste gedicht won hij zelfs een poëziewedstrijd. Toch zou hij twee jaar later terugkeren naar Ierland om Frans te doceren. Na vier semesters schreef hij zijn ontslagbrief. Vanaf dan zou hij nog enkel schrijven. Een beslissing waar vooral zijn moeder het aartsmoeilijk mee had. Want Beckett gaf een zekere en vaste job op voor een onzeker bestaan als schrijver.

Vooraleer Beckett zich voorgoed zou vestigen in Parijs in 1937, pendelde hij tussen Londen, Dublin en Parijs. Tijdens een reis naar Duitsland schreef hij notitieboekjes vol met kunstwerken die hij had gezien en bewonderd. Nog in Duitsland was hij getuige van de uitwassen van de politiek van het Duitse Derde Rijk. Toch koos hij ervoor om in Parijs te blijven toen de nazi’s Parijs innamen. Ierland was immers niet in oorlog met Duitsland. Als Ier werd hij dus niet lastiggevallen door de Duitsers.

Zijn keuze om zich aan te sluiten bij de Franse weerstand was ingegeven door zijn geweten. Ook zijn levensgezellin en latere vrouw Suzanne Dechevaux-Dumesnil was lid van de Franse weerstand. Toen hun cel werd verraden, doken ze onder. Ze vonden een onderkomen in Roussillon in het zuiden van Frankrijk. Hier werkte Beckett voor een landbouwer in ruil voor kost en inwoon. Tussen het werk door schreef hij en nam hij deel aan acties van de lokale Franse weerstandsgroep.

Weg van de stijl van leermeester Joyce.

Na de oorlog reisde hij naar Ierland. Hier kreeg hij een ingeving. Wat als hij nu eens het tegenovergestelde zou doen van wat hij tot dan toe had gedaan. En voluit zou gaan voor een kale en minimalistische stijl, weg van de Joyceaanse stijl met zijn taalexperimenten, stijlparodieën en verwijzingen naar mythologie, literatuur en filosofie. Ook koos hij ervoor om vanaf dan in het Frans te schrijven. Het Frans gaf hem stilistisch gezien meer mogelijkheden, terwijl het Engels hem beperkte.

Na de Tweede Wereldoorlog schreef Beckett zijn bekendste en beste werk. Zijn romantrilogie (Molloy, Malone Meurt en l’Innommable) zag het levenslicht, net als Mercier en Camier. Ook schreef hij de toneelstukken Eleutheria en En attendant Godot. Die laatste was bij opvoering in 1953 een sensationele gebeurtenis. Hoewel er weinig tot niets gebeurde in dit toneelstuk, werd het door de Parijzenaars goed ontvangen. Het stuk brak met alle conventies; het absurde toneel was geboren. Ook vandaag wordt het stuk over twee mannen, die wachten op de mysterieuze figuur Godot, nog steeds gespeeld.

Dankzij En attendant Godot groeide wereldwijd de belangstelling voor Becketts werk. Daarnaast schreef Beckett in de jaren 60 nog meesterwerken met Fin de partie, Krapp’s Last Tape en Happy Days.

De schrijver-kluizenaar.

De kers op de taart voor deze artistieke output was de Nobelprijs voor de Literatuur in 1969, maar Beckett was daar niet blij mee. Al die aandacht voor zijn werk, de druk voor nieuw werk en de verwachte publieke optredens kon hij missen als kiespijn. Hij vermeed sowieso interviews en publieke optredens. De prijs van de Zweedse Academie liet hij dan ook door zijn uitgever in ontvangst nemen.

Hoewel hij zelden interviews gaf en bekend stond als kluizenaar, ontmoette hij soms kunstenaars, geleerden en bewonderaars die hem opzochten in de anonieme lobby van hotel PLM Saint-Jacques in Parijs. Hier lunchte hij vaak en liet hij zijn afspraken doorgaan. Degene die hem daar benaderden, troffen een aimabel man die vaak bereid was om over zijn werk en het proces daarachter te praten.

Zijn later werk en dood.

Vanaf de jaren zestig tot zijn dood in 1989 werd Becketts werk nog korter en zijn stijl nog minimalistischer. Niettemin experimenteerde hij met onder meer muziek in zijn werk. Zijn latere werken, zoals Worstward Ho, kende een ritmische cadans die bijna als een muzikale compositie aanvoelde.

Voor zijn filmproject, Film (1965) onderging Beckett de stilistische en thematische invloed van zowel Buster Keaton als Charlie Chaplin. De iconen van de stomme film stonden bekend om hun fysieke komedie en hun vermogen om existentiële thema’s en vragen uit te drukken zonder dialoog. Hun kunst sloot naadloos aan bij Becketts eigen minimalistische en absurdistische stijl.

Zijn allerlaatste werk – een gedicht – schreef Beckett in bed, na zijn hospitalisatie voor de behandeling van longemfyseem. Die chronische longziekte werd Beckett in 1989 fataal. Vijf maanden voor hem was zijn vrouw Suzanne overleden. De Becketts werden samen begraven op het Cimetière du Montparnasse in Parijs, waar ze een eenvoudige granieten grafsteen delen. Een grafsteen die voldoet aan Becketts richtlijn: “Mijn grafsteen mag elke kleur hebben, zolang het maar grijs is.”

Een ander land.

van Karel Schoeman (1939-2017).


Datum van publicatie: 2006.

Nederlandse vertaling © Riet de Jong-Goossens. Vertaling Woord vooraf © Lourens van Veluw.
Uitgegeven bij Uitgeverij Aldo Manuzio – Kampen in 2017.

1870, Bloemfontein, Zuid-Afrika.

Een specialist in Den Haag had hem verteld dat het klimaat in Bloemfontein goed was voor zijn borstkwaal. Tot zijn eigen verbazing en die van zijn omgeving besloot Versluis om de lange reis naar Zuid-Afrika te ondernemen.

“Dat het eindpunt van de reis bereikt was, wist hij niet eens: hij was zich niet bewust van het feit dat ze aangekomen waren en het schijnbaar eindeloos gehots en gerammel, gekraak, geschud en gezwaai van de koets opgehouden was.”

Net als velen voor en velen na hem kwam Versluis meer dood dan levend aan in Bloemfontein. Hij had het bewustzijn verloren toen ze hem binnen droegen in een hotel. De arts die hem onderzocht toen hij weer wakker werd, gaf hem een uitbrander en deed hem beseffen hoe onverantwoord hij was geweest om in zijn toestand zo’n verre reis te maken.

Langzaam sterkte Versluis aan. Op een dag kreeg hij bezoek van Herr Hirsch, de koopman die zich over hem ontfermd had tijdens zijn eindeloze tocht naar Bloemfontein. Via Herr Hirsch leerde Versluis dominee Scheffler van de lutherse kerk kennen. Dankzij dominee Scheffler vond Versluis onderdak bij het Nederlandse echtpaar Van der Vliet. Het hotel was te druk geworden voor Versluis. Ook was er een Schotse dame binnengedragen wiens hoesten Versluis te veel herinnerde aan zijn eigen ziekte.

Intussen was hij al een paar keer gaan wandelen in Bloemfontein en had hij zich afgevraagd wat hem in godsnaam bezield had om naar dit land af te reizen. Ergens herinnerde dit land hem aan Europa, maar het riep ook zijn afschuw op.

Via de Hirschen, de Schefflers en zijn verblijf bij het echtpaar Van der Vliet maakte hij kennis met de geëmigreerde Duitsers en Nederlanders. Hij werd probleemloos opgenomen in die gemeenschappen en was deel van hun sociale en culturele bijeenkomsten. Buitenstaanders met tuberculose ging hij aanvankelijk liever uit de weg. Toch bood hij door toeval aan te waken bij het sterfbed van een jonge Nederlandse tbc-patiënt. Toen de jongeman stierf in zijn armen, besefte Versluis dat ook hij zal sterven in Zuid-Afrika, dat er geen genezing is voor zijn tuberculose.

Voor deze roman associeerde ik Zuid-Afrikaanse literatuur met Apartheid en de politieke en maatschappelijke veranderingen tijdens en na de Apartheid. Deze roman blijft door de setting in 1870 daar ver van weg. Het woord vooraf geschreven door J.M. Coetzee, een Australische schrijver met Zuid-Afrikaanse roots, leerde me evenwel dat Schoeman vragen en thema’s in deze roman behandelde die veel Zuid-Afrikaanse schrijvers heeft beziggehouden.

Die vragen en thema’s komen aan bod in een roman waarin je in eerste instantie de laatste maanden volgt van de welgestelde Nederlander Versluis. Versluis hoopt dat het klimaat in Bloemfontein gunstig zal zijn voor zijn ziekte. Als hij beseft dat hij zal sterven in Zuid-Afrika, is Holland een verre herinnering en Bloemfontein een ‘thuis’.

Vanuit het perspectief van Versluis leer je meer over de Europese immigranten, hun leven en hun beslommeringen. De Nederlandse en Duitse immigranten zien de verengelsing van Bloemfontein met zijn steeds groeiende Engelse gemeenschap met lede ogen aan. Hun kinderen sturen ze naar Europa, naar het land van herkomst, om daar te studeren. Maar dat brengt dan weer andere problemen met zich mee. Zo stuurde de oude dominee Scheffler zijn zoon naar Duitsland. In Duitsland miste de jonge dominee Scheffler Afrika. Terug in Afrika mist hij Duitsland. En intussen weet hij niet wie hij nu eigenlijk is, een Europeaan of een Afrikaan. Voor zijn gehandicapte zus Adéle, die enkel Afrika kent, stelt zich dat probleem niet. Ondanks de verwijdering tussen haar Europese opvoeding en de Afrikaanse realiteit, vindt Adéle dat zij deel uitmaakt van Afrika.

Door zijn achtergrond en milieu heeft Versluis een beperkt perspectief. Opgegroeid met bedienden, vindt hij niet meer dan normaal dat de Europeanen in Bloemfontein bedienden hebben. Zijn interacties met de eigenlijke bewoners van Zuid-Afrika zijn beperkt, maar juist daardoor veelzeggend.

Zoals Coetzee stelt: er gebeurt weinig in Een ander land. Voor mij was dit inderdaad een roman die je makkelijk een paar dagen kan laten liggen, om daarna weer op te pakken en te genieten. Want op een of andere manier werkte dit verhaal wel voor mij. Het proces van verandering bij Versluis gaat traag maar gestaag. En een ander land krijgt in dit verhaal vele betekenissen en verwijzingen.

Wat mij betreft: Een ander land is een ontdekking en een aanrader. Ik ga alvast meer lezen van Karel Schoeman.