Expo 58 van Jonathan Coe

Onze man in Brussel.

Thomas Foley werkt al veertien jaar voor het Centraal Bureau Informatievoorziening (CBI). Zijn werk bestaat vooral uit het schrijven van teksten voor brochures over veiligheid en volksgezondheid, wat hij oersaai vindt. Ook zijn persoonlijk leven is allesbehalve boeiend. Thomas snakt dan ook naar verandering.

Die verandering komt er in de vorm van een wereldtentoonstelling in Brussel. Het CBI neemt de eindverantwoordelijkheid op zich voor het thema van het paviljoen. Naast het officiële paviljoen komt er ook een pub: de Britannia. Voor de pub heeft men een man in Brussel nodig. De keuze valt op Thomas. Dit is uiteraard een kans, die Thomas niet onbenut kan laten. Hij laat vrouw en kind achter in Londen, en gaat voor 6 maanden naar Brussel.

Expo 1958 paviljoen van Engeland / United Kongdom
Expo 1958 paviljoen van Engeland / United Kongdom. Bron Wikipedia

In Brussel voelt Thomas zich bevrijd van de ketens van zijn huwelijk. Hij raakt gefascineerd door alles wat hij ziet op de expo. Ondanks de Koude Oorlog, hebben de Belgen het Amerikaanse en Russische paviljoen naast elkaar geplaatst. Maar kunnen de Amerikanen en bondgenoten wel zo vrij omgaan met de Russen en bondgenoten, en vice versa? Thomas zal al snel ondervinden, dat de Britse geheime dienst wel degelijk een oogje in het zeil houdt.

In ‘Expo 58’ speelt Jonathan Coe met clichés ontleend aan spionageverhalen. Zo dragen de agenten van de Britse geheime dienst gleufhoeden en herinneren ze Thomas eraan dat gesprekken nooit plaatsvonden. Thomas lijkt op Clark Gable en de vrouwen zijn uiteraard bloedmooi. Coe weet die clichés perfect te gebruiken, geheel in lijn met het verhaal dat hij vertelt. Eigenlijk is het niet correct om te spreken over clichés, want het zijn veeleer knipoogjes, subtiele grapjes. Enkel naar het einde toe, begin je te beseffen welke prijs onze weinig opvallende ambtenaar uiteindelijk betaalt.

Zoals de omslag vermeldt, is ‘Expo 58’ literair vermaak van de bovenste plank.

Oorspronkelijke titel: Expo 58
Jaar van uitgave: 2011

Leven en liefde van Charlotte Brontë

Liefde in Brussel.

In ‘Leven en liefde’ vertrekt William Crimsworth naar Brussel om Engels te onderwijzen en om een fortuin te maken. Aanvankelijk geeft hij les aan de jongensschool van mijnheer Pelet. Het duurt niet lang of de directrice van de nabijgelegen meisjesschool, benadert William met de vraag of hij ook in haar school wil werken. William aanvaardt haar aanbod en voelt liefde voor de directrice, Zoraïde Reuter. Zoraïde is echter verloofd met mijnheer Pelet, maar houdt William aan het lijntje. Intussen heeft William een van de onderwijzeressen, Frances, als leerlinge aanvaard. Terwijl hij Frances begeleidt raakt hij betoverd door haar intelligentie.

‘Leven en liefde’ was Charlotte Brontës eerste boek. Het werd pas na de dood van de schrijfster in 1857 gepubliceerd en kende een lauwe ontvangst. Ook nu nog wordt het boek afgedaan als een niet-geslaagd debuut van een jonge schrijfster. Ik kan dit noch bevestigen noch ontkrachten, mits ‘Leven en liefde’ mijn eerste boek was van Charlotte Brontë.

Belangrijke thema’s in ‘Leven en liefde’ zijn sociale positie en religie. Zo hebben zowel William als Frances weinig te bieden als huwelijkskandidaat; zij hebben weinig sociale contacten en zijn niet rijk. Niettemin slagen ze erin een succesvol leven op te bouwen. Daarnaast zijn er de religieuze verschillen tussen beide vrouwen. Zo is de katholieke Zoraïde manipulatief, hypocriet en onbetrouwbaar terwijl de protestantse Frances hardwerkend en eerlijk is. Het ligt dan ook voor de hand dat William Frances verkiest.

De meningen over de verschillen in religie, cultuur en onderwijs waren relevant in Brontës tijd, maar zal weinige vandaag aanspreken. Ik vond ‘Leven en liefde’ redelijk interessant, omdat het me een inkijk gaf in de visies over religie in de Victoriaanse maatschappij. Echt boeien deed het niet.

Oorspronkelijke titel: The Professor.
Jaar van publicatie: 1857.