Dagen zonder eind van Sebastian Barry

Thomas of Thomasina?

De jonge Thomas heeft als enige van zijn familie de Ierse hongersnood (1845-1850) overleeft. Ook overleefde hij de overtocht per schip naar Canada. Vanuit Canada trok hij naar de VS, waar hij mooie John Cole leerde kennen. Volgens Thomas is John zo knap als wie dan ook die ooit geleefd heeft. Mooie John wordt Thomas’ partner voor het leven. Omwille van het geld treden ze op in een saloon, verkleed als vrouw. Nadien nemen ze dienst in het Amerikaanse leger, waar ze strijden tegen de indianen.

Na hun legerdienst sluiten ze zich aan bij een reizend gezelschap. Samen met mooie John heeft Thomas, die weer optreedt als Thomasina, een Indiaans meisje Winona geadopteerd. Lang duren de optredens van het reizend gezelschap niet, want de Amerikaanse burgeroorlog dient zich aan. John en Thomas worden weer soldaat en laten hun dochter achter in veilige handen. Na de verschrikkingen van de burgeroorlog trekken ze met Winona naar Tennessee om een nieuw begin te maken. Maar dan moeten ze onverwacht hun dochter terug sturen naar haar volk. Thomas zet echter alles op alles om Winona terug te krijgen. Of is het Thomasina, want net als de Winkte bij de Sioux trekt krijgsman Thomas in vredestijd liever jurken aan.

Met ‘Dagen zonder eind’ vertelt Barry een meeslepend verhaal, dat niet voor iedereen is. Bovendien zijn de beschrijvingen van oorlog en geweld echt heel gruwelijk, waardoor je het boek soms opzij ligt. Toch vormt die gruwel een interessant contrast met de poëtische taal van Barry. En uiteraard is er Thomas, een unieke McNulty stem, die vaak vloekt als een dokwerker (= havenarbeider), wat het verhaal authentieker maakt. Tijd om stil te staan bij zijn gevoelens en ervaringen heeft hij amper. Woorden voor wat hij voelt en ervaart, heeft hij niet. Hij weet alleen dat hij John doodgraag ziet, en liever jurken draagt. En dat de Winkte in zijn nieuwe vaderland hem de weg hebben gewezen.

“Je bloed bevat oud verdriet als een tweede natuur en nieuw verdriet dat de tunnels van je verstand tot waanzin drijft. Dat vanbinnen een groot tumult veroorzaakt.”

 

Oorspronkelijke titel: Days Without End
Jaar van publicatie: 2016

De spookverschijning van Michael Punke

De man die terugkeerde uit de dood.

Het westen van de Verenigde Staten, 1823. De concurrentie in de pelshandel dreef trappers (pelsjagers) meer en meer in onbekend en gevaarlijk gebied. Gebied dat vaak nog onvoldoende of totaal niet in kaart was gebracht. Werk dus voor avonturier-trappers. En anno 2015, een bron van talloze verhalen en mythes over hoe het westen van Amerika werd veroverd.

Nogal wat van die avonturier-trappers werden huishoudnamen. Zo was er Hugh Glass, die een aanval van een grizzlybeer overleefde, en wiens verhaal al meermaals literair werd verwerkt. Ook Hollywood produceerde intussen al twee films rond het leven van Glass: ‘Man in the Wilderness’ en ‘The Revenant’. ‘De spookverschijning’ van Michael Punke is het boek waarop ‘The Revenant gebaseerd is. Het werd al eerder in het Nederlands uitgegeven onder de titel ‘Wraak’. Een revenant is trouwens een spookachtige verschijning, die uit de dood is teruggekeerd.

Hugh_Glass_Sculpture

Beeld van John Lee Lopez

Nadat Hugh Glass is aangevallen door een grizzlybeer besluit de leider van de groep pelsjagers om Glass met twee mannen achter te laten. De taak van de twee mannen, Bridger en Fitzgerald, is om Glass een fatsoenlijke begrafenis te geven. Echter, de zwaar toegetakelde Glass lijkt niet te willen sterven. Uiteindelijk laten Bridger en Fitzgerald hem in de steek. Daarbij beroven ze Glass van de weinige bezittingen die hij heeft, waardoor hij niets meer heeft om zichzelf in leven te houden. De woede om deze laffe beroving geeft de bijna-dode Glass nieuwe kracht. Hij wil blijven leven om zijn moordenaars te vermoorden. Voortgedreven door wraak onderneemt Glass een tocht van bijna 5000 kilometer door de Amerikaanse wildernis.

‘De spookverschijning’ begint gelijk met de beroving van Glass door Fitzgerald en Bridger en gaat dan terug in de tijd, naar het begin van de expeditie en de aanval door de beer. Nadien volgt de tocht van Glass door de Amerikaanse wildernis. Zo halverwege het boek vroeg ik me af of het nog zin had om verder te lezen. Het begon me namelijk te vervelen: de zoveelste beschrijving van het maken van een kampvuur, van het vinden van voedsel, van het vermijden van indianen….Het is een aaneenrijging van steeds hetzelfde en het voelde op den duur meer aan als het lezen van non-fictie dan fictie. Buiten het sterke emotionele begin zijn enige andere gevoelens of emoties met een lichtje te zoeken.

Als Glass dan zijn moordenaars gevonden heeft, gebeurt er …ja, wat gebeurt er nu precies! Zo bleef ik achter met de vraag: wat was de opzet van dit boek? ‘De spookverschijning’ gaat vooral om wat avonturier-trappers te verduren hadden in het ruige wilde westen van Amerika. En daar ben ik niet in geïnteresseerd. Het spreekt wel voor de schrijver dat ik het boek helemaal gelezen heb, maar het was een leeservaring die ik gerust had kunnen missen. Kortom: niet mijn ding.

Geen aanrader, tenzij je houdt van een half interessant boek, want de eerste helft over de uit-de-dood-teruggekeerde-held is best goed.

 

Oorspronkelijke titel: The Revenant.
Jaar van publicatie: 2002.

Butcher’s crossing van John Williams

Een anti-western.

Na zijn Harvardopleiding in 1870, trekt de jonge Will Andrews naar het echte Amerika. Op aanraden van zijn vader, een lekenpredikant, is Will op zoek naar huidenhandelaar McDonald. Will vindt McDonald uiteindelijk in Butcher’s Crossing, een gehucht ergens op de prairie in Kansas. Via McDonald leert Will bizonjager Miller kennen. Miller weet Will zo ver te krijgen, dat hij hem geld geeft voor een expeditie naar een verstopte vallei met duizenden bizons.

Naast Andrews en Miller bestaat de expeditie verder uit Schneider en Hoge. Als ze  de vallei vinden, wil Miller niet weggaan vooraleer hij elke bizon gedood heeft. Verrast door de plots invallende winter is het viertal verplicht om langer te blijven dan voorzien. Na negen maanden komen de drie overblijvende mannen, zonder huiden, aan in Butcher’s Crossing. Het gehucht is in de tussentijd enorm veranderd.

Helemaal op het einde heeft Andrews het over de ijdelheid die hem en andere drijft, waardoor het verhaal ineens iets moralistisch krijgt. Als er een moraal is, dan is ze goed weggestopt. De ijdelheid waar Andrews het over heeft, doet me ongewild denken aan de zeven hoofdzonden. In vergelijking met de ruige allesoverheersende natuur in ‘Butcher’s Crossing’ kan de mens enkel nietig zijn, en allicht ook zondig. In zijn setting is ‘Butcher’s Crossing’ een echte western. Qua verhaal is het eerder een anti-western, mits er geen stoere helden zijn, die sneller schieten dan hun schaduw.

Over helden gesproken: aanvankelijk lijkt Will de protagonist, maar de focus verschuift geleidelijk naar de groep en dan naar de natuur. Omdat Williams meestal de achternaam van de expeditieleden gebruikt, is er een bepaalde afstandelijkheid. Ik had zo weinig voeling met de karakters. Toegegeven, ik kan weinig sympathie opbrengen voor een groep mannen, die bizons nodeloos afslacht. Ik heb bijgevolg geen boodschap aan hoe je een bizon best neerschiet en vilt. Hoewel ik beducht was voor het dieronvriendelijke karakter, viel dit redelijk mee. Al bij al deel ik het enthousiasme rond Butcher’s Crossing niet.

 

Oorspronkelijke titel: Butcher’s Crossing
Jaar van publicatie: 1960