De verkoper van Joseph O’Connor

Bekentenis van een verkoper.

Dublin, 1994. Billy Sweeneys wereld is ingestort. Bij een gewelddadige overval is zijn jongste dochter Maeve ongelukkig ten val gekomen. Maeve wordt nu in een kunstmatige coma gehouden. De kans dat ze ooit ontwaakt is klein. Maar een verkoper moet hoop hebben, houdt Billy zichzelf voor.

Billy begint met een dagboek, waarin hij een aantal dingen voor zijn dochter opschrijft. Dingen over zijn huwelijk. Dingen waarover hij nooit met Maeve heeft gesproken. Dingen die gebeurd zijn nadat hij besloten had om het recht in eigen handen te nemen. Een van de overvallers wist immers te ontsnappen en ontliep zijn straf.

Toeval wil, dat hij die man, Donal Quinn op een avond tegenkomt. Maar hij raakt zijn spoor kwijt. Toch geeft Billy niet op. Hij blijft zoeken naar Quinn, terwijl hij de perfecte moord beraamt. Zijn wraaktocht brengt hem zelfs naar de onderbuik van Dublin. Als hij Quinn te grazen neemt, lopen de dingen anders dan gepland.

“Lieveling, als ik in mijn dagboek die laatste, vreselijke maanden van vorig jaar opsla, lees ik weer dat ik Donal Quinn voor het eerst heb gezien op die ochtend in oktober in zaal 29 van de Four Courts, waar het stonk naar schimmel en oude, stoffige, in leer gebonden boeken.”

Eigenlijk zijn de dingen niet wat ze lijken te zijn in deze roman. O’Connor schotelt je een merkwaardig verhaal voor, dat meermaals verrast. Afgaande op de korte inhoud lijkt ‘De verkoper’ een thriller over een man die wraak wil nemen op een van de overvallers van zijn jongste dochter. Maar ‘De verkoper’ is vooral een melancholische biecht van een man, die het grootste deel van zijn leven meer dronk dan goed voor hem was, en die voor de liefde op de vlucht ging. Wanneer hij Quinn ontvoert, begint hij terug te drinken. Maar als de rollen worden omgedraaid en Quinn hem weet te overmeesteren, is hij ineens weer nuchter. Quinn weet zijn voordeel te doen met zijn ontvoering, wat tot schitterende situaties en schelmse dialogen leidt.

Kortom: ‘De verkoper’ verrast, boeit, ontroert en laat je lachen.

Oorspronkelijke titel: The Salesman.
Jaar van publicatie: 1998

De wraaklustige graaf

Sommige klassiekers zijn gemeengoed. Zo behoort ‘Le Comte de Monte-Cristo’ uit 1844 ons allen toe. 

Alexandre Dumas baseerde zijn verhaal rond de lotgevallen van Edmond Dantès op de waargebeurde geschiedenis van de Franse schoenmaker Pierre Picaud. In 1807 werd Picaud valselijk beschuldigd van spionage voor de Engelsen. Die beschuldigingen had hij te danken aan drie jaloerse vrienden. Na zijn gevangenschap kwam hij in het bezit van een schat. Belust op wraak spoorde hij zijn vrienden op om hen te laten boeten voor wat zij hem hadden aangedaan.

Dumas’ hoofdpersonage Dantès verblijft veertien jaar onschuldig in château d’If, een gevangenis. Na zijn spectaculaire ontsnapping is het eiland Monte-Cristo de eerste bestemming, die hij aandoet. Hier ligt namelijk een schat. Dankzij die schat begint Edmond Dantès een nieuw leven. Bij een nieuw leven hoort een nieuwe naam en identiteit. Dantès is nu de graaf van Monte-Cristo. De nieuwbakken graaf ademt wraak. Indertijd hebben drie mannen hem belasterd. Door hen zat hij onschuldig vast. Nu is hun tijd om te lijden gekomen.

Immens succes ondanks censuur.

Hoogstwaarschijnlijk vond de toenmalige paus ‘De graaf van Monte-Cristo’ moreel verwerpelijk. Want het boek kwam op de lijst van verboden boeken (de Index librorum prohibitorum). Bijna alle boeken van de populaire Franse schrijver waren op die lijst van verboden boeken terug te vinden. Toch deed dit geen afbreuk aan het succes van de schrijver en zijn nepgraaf. Oorspronkelijk werd ‘De graaf van Monte-Cristo’ als serie gepubliceerd in het Journal Débats. De serie liep van augustus 1844 tot januari 1846 en bestond uit achttien delen. Vanwege het immense succes volgde in 1844 al een boek van de eerste twee delen. Niet alleen Frankrijk ging plat voor de wraaklustige graaf, ook de rest van Europa volgde.

“Il faut avoir voulu mourir, pour savoir combien il est bon de vivre.”

Gestorven in bittere armoede.

In de nasleep van zijn succes engageerde Dumas de bekende architect Hyppolyte Durand. Durand bouwde Dumas’ droomhuis: le château de Monte-Cristo in Port-Marly. Naast le château de Monte-Cristo verrees ook een château d’If, of een werkruimte voor de schrijver. Hoewel Dumas een fortuin verdiende en zijn graaf furore bleef maken, moest hij in 1848 zijn kasteel, bijbehorende grond en gebouwen verkopen. De schrijver had namelijk een gat in zijn hand. De man die ons ‘De graaf van Monte-Cristo’ en ‘De drie musketiers’ gaf, stierf in bittere armoede.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia.
De foto bij dit bericht komt van Pixabay.

Serena van Ron Rash

Wraak en weerwraak in de Appalachen.

Pemberton was in Boston om de nalatenschap van zijn vader af te handelen. Tijdens zijn driemaandelijks verblijf leerde de houtbaron een bloedmooie vrouw kennen. Wanneer Pemberton terugreist naar zijn bedrijf in de bergen van North Carolina, reist er een kersverse bruid met hem mee. Serena is niet alleen bloedmooi en sexy, maar weet ook alles over hout. Met haar kennis van zaken dwingt ze snel respect af bij de houthakkers en de compagnons van haar man.

Het verhaal dat volgt, beslaat twee jaar. In die twee jaar neemt de werkdruk in het houtkamp gestaag toe, en gaan de arbeidersongelukken in stijgende lijn. Dankzij de Grote Depressie is er geen gebrek aan arbeiderskrachten. Zo weten de Pembertons tijdig alle bomen op hun land om te hakken. De natuurbeschermers zijn namelijk bezig met de bouw van een nationaal park, The Great Smoky Mountains. Ze azen op een stuk land van de Pembertons. De Pembertons weten door omkoperij en moord te voorkomen dat ze dat stuk land verliezen aan het nationaal park.

Het bloedspoor dat de Pembertons aanrichten word je grotendeels onrechtstreeks verteld via de gesprekken van de houthakkers. Wat een aparte kijk geeft op de handelswijze van de nietsontziende houtbaron en zijn vrouw. In zekere zin is ‘Serena’ de kroniek van een verloren gevecht, want het nationale park is er in 1934 gekomen. Serena is vooruitziend. Zij weet tijdig te verkassen naar het buitenland. Dit allicht dankzij de oude vrouw in het houtkamp, die de gave van de voorspellingen heeft. De voorspellingen, dromen en de manier waarop Serena beschreven wordt als zij in het houtkamp rondrijdt, geeft de roman met momenten iets surrealistisch.

‘Serena’ vraagt geduld, want in de eerste hoofdstukken leer je heel wat personages kennen. De roman komt zo traag op gang. Belangrijk om weten is, dat Rash in ‘Serena’ technieken uit de theaterwereld toepast. Zo onthullen de dialogen de ware aard van de personages en laten ze je zien wat je moet weten als lezer. Hoe Serena reageert op anderen, zegt veel over haar normen, waarden en motieven. Als je haar enkel zou beoordelen op haar gedrag, dan is zij eendimensionaal, maar aan de hand van wat ze zegt en hoe ze reageert, heb je een complex intelligent personage met een grenzeloze ambitie. Van het moment dat Serena een handlanger krijgt in de vorm van een houthakker, gooit Rash het plot om, en werkt een eerdere verhaallijn uit. Die verhaallijn leidt tot wraak en weerwraak en overstijgt de tijd die het verhaal beslaat. Het resultaat is een verhaal zo zwart als het land na de doortocht van de vernielende houtkap. Kortom: ‘Serena’ is een gitzwart, onalledaags verhaal.

Oorspronkelijke titel: Serena.
Jaar van publicatie: 2008.