Nora van Colm Tóibín

Hij had helse pijnen. De arts weigerde hem morfine te geven. Nora, zijn vrouw, kon enkel bidden dat de pijn voor haar man snel voorbij zou zijn. Gelukkig heeft zijn lijden niet lang geduurd. Zijn vroege en plotse dood was voor vele een schok. Maurice was enorm geliefd. Zijn weduwe krijgt dan ook veel aanloop na zijn overlijden.

Van de vier kinderen zijn er twee het huis uit wegens studies. Nora heeft enkel Conor en Donal om voor te zorgen. Maar wat met de jongens als ze weer gaat werken? Ze moet wel gaan werken, want met haar weduwepensioen komt zij er niet. Ze gaat terug voor Gibney werken. Toen ze met Maurice trouwde, was ze blij dat ze haar job bij Gibney kon opgeven, want ze werkte daar niet graag. Toen Peggy Gibney haar uitnodigde, wist Nora dat ze haar oude baan ging terugkrijgen, en dat ze die niet kon weigeren. In het kleinsteedse Enniscorthy weet iedereen alles van elkaar. De mensen bedoelen het goed, maar die sociale controle werkt niettemin benauwend voor Nora.

Met al die aanloop en bemoeienissen krijgt zij amper de tijd om haar herinneringen een plek te geven. Ook moet Nora zelfstandig beslissingen nemen, wat niet zo makkelijk is, want ze heeft haar verplichtingen.

Geen drama, geen belangrijke wendingen, geen apotheose en ook geen poëtische taal in ‘Nora’, maar een subtiel indringend portret van een weduwe in het kleinsteedse Ierland van de jaren zestig. Tijdens de drie jaar dat je de veertigjarige Nora volgt, zie je haar geleidelijk veranderen. Via een toevallige kennis ontdekt ze de wereld van de muziek en de zang. Een wereld, waar Maurice niet veel mee ophad, maar die Nora raakt. Als weduwe ontdekt Nora wat ze zelf leuk en interessant vindt, maar het is eieren lopen, want als moeder behoort zichzelf op te offeren. Het zijn dan ook kleine stapjes, die ze zet naar een leven zonder Maurice. Nora’s ontvoogding loopt parallel met het opkomend feminisme, de maanlanding, Bloody Sunday, en het zoeken van haar eigen kinderen naar hun plaats in de wereld.

Oorspronkelijke titel: Nora Webster.
Datum van publicatie: 2014.

De verkoper van Joseph O’Connor

Dublin, 1994. Billy Sweeneys wereld is ingestort. Bij een gewelddadige overval is zijn jongste dochter Maeve ongelukkig ten val gekomen. Maeve wordt nu in een kunstmatige coma gehouden. De kans dat ze ooit ontwaakt is klein. Maar een verkoper moet hoop hebben, houdt Billy zichzelf voor.

Billy begint met een dagboek, waarin hij een aantal dingen voor zijn dochter opschrijft. Dingen over zijn huwelijk. Dingen waarover hij nooit met Maeve heeft gesproken. Dingen die gebeurd zijn nadat hij besloten had om het recht in eigen handen te nemen. Een van de overvallers wist immers te ontsnappen en ontliep zijn straf.

Toeval wil, dat hij die man, Donal Quinn op een avond tegenkomt. Maar hij raakt zijn spoor kwijt. Toch geeft Billy niet op. Hij blijft zoeken naar Quinn, terwijl hij de perfecte moord beraamt. Zijn wraaktocht brengt hem zelfs naar de onderbuik van Dublin. Als hij Quinn te grazen neemt, lopen de dingen anders dan gepland.

Eigenlijk zijn de dingen niet wat ze lijken te zijn in deze roman. O’Connor schotelt je een merkwaardig verhaal voor, dat meermaals verrast. Afgaande op de korte inhoud lijkt ‘De verkoper’ een thriller over een man die wraak wil nemen op een van de overvallers van zijn jongste dochter. Maar ‘De verkoper’ is vooral een melancholische biecht van een man, die het grootste deel van zijn leven meer dronk dan goed voor hem was, en die voor de liefde op de vlucht ging. Wanneer hij Quinn ontvoert, begint hij terug te drinken. Maar als de rollen worden omgedraaid en Quinn hem weet te overmeesteren, is hij ineens weer nuchter. Quinn weet zijn voordeel te doen met zijn ontvoering, wat tot schitterende situaties en schelmse dialogen leidt.

Kortom: ‘De verkoper’ verrast, boeit, ontroert en laat je lachen.

Oorspronkelijke titel: The Salesman.
Jaar van publicatie: 1998

De wraaklustige graaf

Alexandre Dumas baseerde zijn verhaal rond de lotgevallen van Edmond Dantès op de waargebeurde geschiedenis van de Franse schoenmaker Pierre Picaud. In 1807 werd Picaud valselijk beschuldigd van spionage voor de Engelsen. Die beschuldigingen had hij te danken aan drie jaloerse vrienden. Na zijn gevangenschap kwam hij in het bezit van een schat. Belust op wraak spoorde hij zijn vrienden op om hen te laten boeten voor wat zij hem hadden aangedaan.

Dumas’ hoofdpersonage Dantès verblijft veertien jaar onschuldig in château d’If, een gevangenis. Na zijn spectaculaire ontsnapping is het eiland Monte-Cristo de eerste bestemming, die hij aandoet. Hier ligt namelijk een schat. Dankzij die schat begint Edmond Dantès een nieuw leven. Bij een nieuw leven hoort een nieuwe naam en identiteit. Dantès is nu de graaf van Monte-Cristo. De nieuwbakken graaf ademt wraak. Indertijd hebben drie mannen hem belasterd. Door hen zat hij onschuldig vast. Nu is hun tijd om te lijden gekomen.

Immens succes ondanks censuur.

Hoogstwaarschijnlijk vond de toenmalige paus ‘De graaf van Monte-Cristo’ moreel verwerpelijk. Want het boek kwam op de lijst van verboden boeken (de Index librorum prohibitorum). Bijna alle boeken van de populaire Franse schrijver waren op die lijst van verboden boeken terug te vinden. Toch deed dit geen afbreuk aan het succes van de schrijver en zijn nepgraaf. Oorspronkelijk werd ‘De graaf van Monte-Cristo’ als serie gepubliceerd in het Journal Débats. De serie liep van augustus 1844 tot januari 1846 en bestond uit achttien delen. Vanwege het immense succes volgde in 1844 al een boek van de eerste twee delen. Niet alleen Frankrijk ging plat voor de wraaklustige graaf, ook de rest van Europa volgde.

“Il faut avoir voulu mourir, pour savoir combien il est bon de vivre.”

Gestorven in bittere armoede.

In de nasleep van zijn succes engageerde Dumas de bekende architect Hyppolyte Durand. Durand bouwde Dumas’ droomhuis: le château de Monte-Cristo in Port-Marly. Naast le château de Monte-Cristo verrees ook een château d’If, of een werkruimte voor de schrijver. Hoewel Dumas een fortuin verdiende en zijn graaf furore bleef maken, moest hij in 1848 zijn kasteel, bijbehorende grond en gebouwen verkopen. De schrijver had namelijk een gat in zijn hand. De man die ons ‘De graaf van Monte-Cristo’ en ‘De drie musketiers’ gaf, stierf in bittere armoede.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia.
De foto bij dit bericht komt van Pixabay.