Laat eerbetoon voor Dumas

Op 5 december 1870 stierf Frankrijks grootste literaire exportproduct, Alexandre Dumas in het huis van zijn zoon in Puys, nabij Dieppe. De man, die ooit miljoenen had verdiend met zijn werk stierf berooid en vergeten. Vooral tijdens de laatste 10 jaar van zijn leven had hij zwaar ingeboet aan populariteit. De literaire markt vroeg realistische verhalen. Verhalen, die hij niet kon aanleveren, want in zijn werk was de waarheid ondergeschikt aan de fantasie.

Schrijven aan de lopende band.

Het duurde tot het midden van de twintigste eeuw vooraleer Dumas met Claude Schopp een biograaf kreeg. Volgens literatuurwetenschappers was Dumas het bestuderen niet waard, omdat hij te populair was en aan de lopende band schreef. Om tegemoet te komen aan die overproductie werkte Dumas overigens met verschillende ghost writers.

Geschiedenisleraar Auguste Maquet was zijn bekendste ghost writer. Maquet leverde het feitenmateriaal en de aanzet, waarmee Dumas aan de slag ging. Aan hun 20-jarige samenwerking kwam een abrupt einde toen Dumas Maquet niet meer kon betalen. Nochtans had het megasucces van ‘De drie musketiers’ en ‘De graaf van Monte-Cristo’ hem miljoenen opgebracht. Miljoenen, waar Maquet ook zijn steentje toe had bijgedragen. Dumas leefde echter op reusachtige voet. Zijn exuberante levensstijl was de echte motor achter zijn massaproductie.

Eerbetoon aan vader.

Met zijn werk bracht Dumas ook een eerbetoon aan zijn beroemde vader, Alex Dumas. Alex Dumas was de allereerste zwarte man die het tot generaal bracht, en was een van de kinderen, die markies de la Pailleterie had verwekt op San Domingo (*) bij Marie-Césette Dumas, een zwarte slavin. Alexandre Dumas heette eigenlijk de la Pailleterie en was een telg van een adellijke familie, maar bracht zijn kindertijd in armoede door. Net als zijn vader nam hij de naam Dumas aan en kreeg hij te maken met racisme. Het racisme liet Dumas niet over zijn kant gaan. Hij was fier op zijn Afrikaanse roots en gebruikte ‘le nègre’ als geuzennaam.

Herbegraving in Panthéon.

In 2002 kreeg Alexandre Dumas een postuum eerbetoon. Zo werd hij herbegraven in het Panthéon, de rustplaats van alle grote Fransen. Racisme was allicht de oorzaak waarom een van de grootste Franse schrijvers, en de meest populaire in zijn tijd niet meteen zijn plaats in het Panthéon kreeg.

(*) San Domingo is het huidige Haïti.
Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De foto bij dit bericht komt van Wikimedia Commons. Eerder schreef ik met de wraaklustige graaf’een blog over ‘De graaf van Monte-Cristo’. 

De non van Denis Diderot

‘De non’ zag het levenslicht dankzij een grap. Diderot en zijn vrienden misten de graag geziene markies de Croismore in de Parijse salons. Net voordat de markies de hoofdstad verliet, had hij zich ingezet voor de geruchtmakende zaak van Marguerite Delamare. Delamare was een non, die haar geloften aanvocht. Haar roeping was gedwongen geweest.

Wat Diderot en Co nodig hadden, was een nieuwe non. Die non kwam er in de persoon van de fictieve Suzanne Simonin. De markies trok zich inderdaad het lot van de jonge vrouw aan. Maar in plaats van spoorslags naar Parijs te komen, bood hij Suzanne aan om naar zijn landgoed te komen. Dat laatste was een dikke streep door de rekening van Diderot en zijn kornuiten. Ze moesten iets bedenken waardoor Suzanne niet kon reizen. Dus werd zij ziek. Uiteindelijk kreeg de markies een brief, waarin hem het schielijk overlijden van Suzanne werd medegedeeld. Bijgevoegd kon de markies haar memoires lezen. Diderot was zo opgegaan in zijn briefwisseling met de markies de Croismore, dat hij intussen een roman had geschreven over zijn non.

Beter gezegd, hij schreef een bijna-volwaardige roman, want het einde van ‘De non’ is abrupt en gehaast. De schrijver-filosof was altijd met tien dingen tegelijkertijd bezig, zodat ‘De non’ op een gegeven moment in een lade verdween. Een publicatie was niet aan de orde. Na een verblijf van drie maanden in de gevangenis van Vincennes had Diderot schriftelijk beloofd zijn mening over religie voor zich te houden. Volgens de autoriteiten waren Diderots ideeën over religie gevaarlijk, en was de man een ketter.

“Heeft Christus zelf monniken en nonnen ingesteld? Kan de Kerk echt niet zonder kloosterordes? Wat voor behoefte heeft de hemelse bruidegom aan zoveel dwaze maagden en de mensheid aan zoveel slachtoffers? Zal men dan nooit de noodzaak voelen om de toegang te versmallen tot die poelen van ellende waar toekomstige generaties in verloren gaan? Wat betekenen al die plichtmatige gebeden die men daar prevelt vergeleken met een oprecht gegeven aalmoes? Hoe kan God, die de mens heeft geschapen als een sociaal wezen, het goedkeuren dat hij zich opsluit?”

‘De non’ is geen anti-religieus, maar een anti-klerikaal boek. Ook is het een sociale aanklacht tegen het toenmalig gebruik om onwettige kinderen op te sluiten in een klooster. Suzannes moeder hoopt haar fout goed te maken door de vrucht van haar ontrouw non te laten worden. Maar de diepgelovige Suzanne wil helemaal geen non worden. Omdat het geen vrije maar een gedwongen keuze is, kan zij nooit een goede non zijn.

In haar eerste klooster wordt Suzanne zwaar gepest en vernederd. In het tweede klooster vat moeder-overste een lichamelijke passie voor haar op. En als Suzanne, dankzij de hulp van een priester, weet te ontsnappen uit haar derde klooster, krijgt zij wederom te maken met seksuele intimidatie.

Voor een 18e-eeuws boek leest ‘De non’ bijzonder vlot. Het korte leven van Suzanne Simonin flitst zo aan je voorbij. Het is duidelijk dat ‘De non’ ontstond terwijl Diderot schreef. Het verhaal leent zich tot buitensporige dramatiek, maar ‘De non’ houdt een goede balans tussen emotie en rede. Daarnaast is ‘De non’ ook een laagdrempelige en interessante manier om kennis te maken met de ideeën van Diderot en de Verlichting.

Oorspronkelijke titel: La Religieuse.
Datum van publicatie: 1796.

Conclaaf van Robert Harris

Sede vacante. De Heilige Vader is overleden. Als deken van het college van kardinalen is Jacopi Lomeli verantwoordelijk voor de organisatie van het conclaaf. Hij had nooit kunnen denken dat hij ooit een conclaaf zou organiseren. Hoewel hij een paar jaar geleden genezen was verklaard van prostaatkanker, geloofde kardinaal Lomeli dat hij voor de paus zou sterven. Hij had geprobeerd om af te treden, maar daar wou de paus niet van weten.

Drie weken later is het zo ver: 118 kardinalen laten zich opsluiten voor de duur van het conclaaf. Kranten, laptops en mobiele telefoons zijn verboden, want de kardinalen mogen geen contact hebben met de buitenwereld. Vaticaankenners voorspellen een lang conclaaf vol verdeeldheid.

Niemand wil paus worden. Toch willen de meeste prinsen van de kerk doorstoten naar het hoogste ambt. Lobbyen is geen onbekend gegeven bij deze vrome mannen. Ook kardinaal Lomeli is ambitieus. Lomeli wil alles in goede banen leiden en de kerk van schandalen vrijwaren. Sommige van zijn mede-kardinalen maken het hem niet makkelijk. Kardinaal Lomeli moet diep gaan, toch weet hij het conclaaf en het verhaal te sturen. Het verhaal is lineair. Het begint met de dood van de paus en eindigt met de verkiezing van een nieuwe.

‘Conclaaf’ is een literaire thriller volgens het boekje: de spanning stijgt evenredig met de ontwikkelingen, die steevast leiden tot nieuwe wendingen. Zelfs de stemrondes zijn buitengewoon spannend. Je neemt de vergezochte zoektocht naar compromitterende documenten er gezwind bij, want tijd om daar bij stil te staan, heb je niet. Nadat het stof van de machinaties is gaan liggen, laat Harris de buitenwereld het conclaaf ruw verstoren. Die ruwe verstoring zorgt voor een onverwachte apotheose en eensgezinde kardinalen. Habemus papam, op het moment wanneer die het meest nodig is.

Oorspronkelijke titel: Conclave.
Jaar van publicatie: 2016.
Nederlandse vertaling: Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre (2016).