Verstopt in een achterhuis

Toen in 1991 de definitieve editie verscheen van ‘Het Achterhuis’ van Anne Frank hadden sommige Amerikaanse ouders het daar moeilijk mee. In de editie van 1947 waren namelijk dagboekpassages weggelaten, die aanstootgevend konden zijn voor conservatieve lezers. Het ging om dagboekpassages waarin Frank het had over haar ontluikende seksualiteit.

Een roodgeruit dagboek.

Het was immers voor haar dertiende verjaardag op 12 juni 1942, dat Anne van haar ouders een roodgeruit dagboek kreeg. Aanvankelijk schreef ze met tussenpozen. Een kleine maand na haar verjaardag nam de frequentie toe. Op 6 juli dook de familie Frank namelijk onder. Hun schuilplaats, een achterhuis van vader Franks kantoorpand, was niet enkel voor hen, maar ook voor de zakenpartner van Otto Frank, Hermann Van Pels en zijn gezin op voorhand ingericht. Vier maanden later kregen de twee families het gezelschap van Fritz Pfeffer. Levensmiddelen kregen de acht onderduikers van personeelsleden van Otto Franks bedrijven.

Verstopt in het achterhuis schreef de puberende Anne verhaaltjes, schreef mooie zinnen uit boeken over, en hield haar dagboek bij. Haar dagboek werd al gauw heel belangrijk en een dagelijks ritueel. Enkel in haar dagboek kon zij haar opkomende gevoelens voor Peter Van Pels, de zoon van Hermann kwijt. En haar strubbelingen met haar moeder. Anne droeg haar dagboekaantekeningen altijd aan iemand op. Deze imaginaire vriendinnen waren meer dan waarschijnlijk personages uit boeken.

“Ik weet dat ik kan schrijven. Een paar verhaaltjes zijn goed, m’n Achterhuisbeschrijvingen humoristisch, veel uit m’n dagboek spreekt, maar…of ik werkelijk talent heb, dat staat nog te bezien.”

5 april 1944

Een roman over het achterhuis.

Twee jaar later, in mei 1944 kreeg Anne het idee om een roman te schrijven over het achterhuis, want ze wou iets doen met haar schrijftalent na de oorlog. Ze droomde van een carrière als schrijfster of journaliste. Dus begon ze met het herschrijven van haar dagboek voor publicatie op grote losse vellen papier. Bij het herschrijven sneuvelde hele stukken tekst. Iedereen in het achterhuis kreeg van Anne een pseudoniem. Voor haar eigen familie had ze de familienaam Robin bedacht. Ook droeg ze haar aantekeningen consequent op aan één persoon, namelijk Kitty. Hoewel ze ijverig doorwerkte, kreeg ze haar schrijfproject niet rond. Het laatste wat ze herschreef was 29 maart 1944.

Op de ochtend van 4 augustus 1944 werden de onderduikers in het achterhuis ontdekt en afgevoerd. Twee kantoormedewerkers, Miep Gies en Bep Voskuijl vonden na de razzia Annes dagboekpapieren. Miep Gies bewaarde ze zorgvuldig en bezorgde ze aan Otto Frank na de oorlog. Alleen Otto Frank had de kampen overleefd. Alle anderen vonden de dood. Anne stierf aan tyfus; ze was vijftien. Ze was een van meer dan een miljoen joodse kinderen, die stierven tijdens de Holocaust.

De publicaties.

Dankzij de overtuigingskracht van vrienden en familieleden, bood Otto Frank Annes aantekeningen voor publicatie aan. Voor de editie van 1947 van ‘Het Achterhuis’ had Otto Frank noodgedwongen de oorspronkelijke aantekeningen en de herschreven versie van Annes aantekeningen gecombineerd. Van de oorspronkelijke aantekeningen ontbrak immers een heel jaar. Ook behield hij de door Anne bedachte pseudoniemen voor de andere onderduikers en hun helpers. ‘Het Achterhuis’ kreeg direct positieve recensies, en groeide al snel uit tot hét verhaal van de Tweede Wereldoorlog.

In 1986 verscheen de wetenschappelijke editie van ‘Het Achterhuis’. Deze editie heeft de bewaard gebleven originele aantekeningen, de door Anne herwerkte versie, en de versie die de meeste lezers kennen, namelijk de door Otto Frank samengestelde versie. De versie van Otto Frank is allicht nog steeds de meest gelezen, want de ongecensureerde versie van 1991 is voor sommige jeugdige Amerikaanse lezers een verboden vrucht.

Bron: Wikipedia en het Anne Frank Museum

De kleren die wij dragen van Linda Grant

Vivien Kovacs’ vader is vorige week overleden. Op weg naar Benson Court en de flat van haar vader moet Vivien omlopen. Zo komt ze voor het eerst sinds jaren voorbij de kledingwinkel in Seymour Street. Ze ziet het trieste bordje dat de opheffing aankondigt. Achter de toonbank staat Eunice. Het is dertig jaar geleden sinds ze haar voor het laatst zag. In een impuls stapt ze naar binnen. Eunice herkent haar en bezorgt haar een koopje. Tijdens het afrekenen loopt het mis. De oude wrijvingen tussen beide zijn intussen naar boven gekomen. Voor Eunice is Vivien nog steeds het bemoeizieke nichtje van haar grote liefde, Sándor Kovacs en de oorzaak van zijn voortijdige dood.

Aangekomen in de flat van haar vader loopt Vivien naar de kleerkast van haar moeder. Hier vindt ze de doos met de serie cassettebandjes en de vellen papier waarop ze het leven van haar oom had uitgetikt. Haar oom had haar in dienst genomen, om haar zijn leven en dat van haar familie te vertellen. Via hem kreeg ze op haar vijfentwintigste een identiteit. Ze voelde zich meer verwant met hem, dan met haar vader.

Haar ouders waren rare excentrieke Oost-Europeanen met wonderlijke opvattingen. Als jongvolwassene had Vivien het daar moeilijk mee. Haar ouders leefden als muizen teruggetrokken in hun flatje. Een flatje, waar ze bij aankomst in Londen ingetrokken waren, en waar ze heel hun leven bleven wonen. Ze lieten hun dochter dopen in de Anglicaanse kerk, gaven haar echter nooit een sok om haar kerstcadeaus in te steken, want zij waren joods.

In ‘De kleren die we dragen’ krijg je een verhaal volgens een gekend stramien: vrouw van middelbare leeftijd kijkt terug op haar leven naar aanleiding van de dood van haar vader. Centraal staat die zomer, waarin ze haar oom leerde kennen en een moeilijke periode doormaakte. Een zomer waarin ook het extreemrechtse National Front opkwam. Uiteraard legt de auteur een link met wat Viviens oom tijdens de Tweede Wereldoorlog in Hongarije had meegemaakt, maar louter om Viviens gedrag te duiden, want het oorlogsgegeven blijft op de achtergrond. Eigenlijk vertelt ‘De kleren die we dragen’ een coming of age verhaal, waarin kleding een hulpmiddel is om iemand anders te worden: de hippie, de punker, de skinhead. Het is iets dat ervoor zorgt dat je ergens bij kan horen. Een belangrijk gegeven overigens in de tijd waarin het verhaal zich grotendeels afspeelt, namelijk de jaren zeventig in Londen. Een roerige periode, waarin een jonge vrouw zichzelf probeert te vinden, vaak aan de zelfkant van de maatschappij, net als haar oom. Ondanks die kleren kan zij echter niets veranderen aan de kleur van haar huid.

Naast de zoekende Vivien, het ik-personage, is ‘De kleren die we dragen’ een verhaal over de confrontatie tussen twee broers. Niet alleen weet de schrijfster de sfeer van die tijd en de familiedynamiek weer te geven, ze weet je ook in haar prachtig geschreven en heerlijk vertelde roman aan te zetten tot denken.

“Weet je, je bent een vrouw die graag om de vijf minuten een ander gezicht opzet, alsof jij een nieuwe jurk aantrekt, terwijl dat helemaal niet hoeft, want jij bent zo mooi van jouzelf, met jouw eigen gezicht.”

Oorspronkelijke titel: The Clothes On Their Backs.
Jaar van publicatie: 2008.

Op het scherp van de snede van William Somerset Maugham

Foto door Vincenzo Malagoli op Pexels.com

Oorspronkelijke titel: The Razor’s Edge.
Datum van publicatie: 1944.

Nadat Larry Darrell terugkwam uit Frankrijk, had zijn voogd voorgesteld om te gaan studeren. Larry weigerde. Zijn omgeving stelde zich begripvol op. Larry had het immers zwaar gehad tijdens de Eerste Wereldoorlog, en was twee keer gewond geraakt. Nu is het echter al een jaar geleden dat Larry zijn uniform van de luchtmacht uittrok. Verschillende zakenlui in Chicago boden hem al een job aan, maar Larry bedankte hen. Onlangs sloeg Larry zelfs een baan af, die zijn beste vriend Gray voor hem geregeld had. Het was een pracht van een gelegenheid, want Larry kon in de zaak van Grays vader komen. Zijn beslissing stuit op onbegrip, vooral omdat hij zich intussen verloofd heeft met zijn jeugdvriendin, Isabel.

De familie van zijn verloofde vindt het ongehoord als Larry aankondigt dat hij wil lanterfanten. Zijn verloofde, Isabel is in eerste instantie bereid om te wachten. Tot zij beseft dat Larry het decadente societyleven, waarin ze beide zijn opgegroeid, beu is. Zij wil mooie jurken dragen en lunchen met belangrijke mensen. Dus trouwt ze maar met Larry’s beste vriend, Gray Maturin. Terwijl Larry’s jeugdvrienden leven volgens de waarden van hun stand en goed boeren, gaat Larry op zoek naar de zin van het leven. Momenten van luieren en meditatie wisselt Larry af met werk in een kolenmijn en op een boerderij.

‘Op het scherp van de snede’ omvat Maughams herinneringen aan een man met wie hij zo nu en dan, met lange tussenpozen, in nauwe aanraking kwam. Een man, die hij naar eigen zeggen, had leren kennen via de oom van Isabel. Maugham is namelijk een personage in zijn eigen roman. Een personage dat van lunch naar lunch gaat, cocktails nipt met Gray en Isabel en tot in de vroege uurtje in een bistro praat met Larry. ‘Op de scherp van de snede’ drijft op gesprekken en vlijmscherpe observaties. Vooral de interacties met Isabels oom, de goedhartige maar snobistische Elliott Templeton zijn hemels. Hoewel Maugham aardig is voor zijn personages, is de ironie nooit ver weg. Ook weet hij soms de beweegredenen van zijn personages naar boven te halen via een pittige discussie. Naast een treffend beeld van de kringen waarin Maugham zich beweegt, is er de kritische blik op de tijd, waartegen het verhaal zich afspeelt.

‘Op het scherp van de snede’ is geen verstild tijdsdocument maar een analyse van de kleine en grote menselijke kantjes. Het enige minpuntje: mijn tweedehandse Nederlandstalige versie dateert van 1978 en is redelijk ouderwets. Voor drie euro heb ik evenwel een koopje gedaan, want ‘Op het scherp van de snede’ is geweldig. Een eigentijds vertaalde Nederlandstalige versie van ‘A Razor’s Edge’ zou gepast zijn. William Somerset Maugham was immers een van de meest geliefde schrijvers van zijn tijd, en ‘The Razor’s Edge’ was zijn laatste belangrijke werk.