Het eiland der kleurenblinden van Oliver Sacks

Afgezonderde gemeenschappen zijn vaak een ideale setting voor verhalen. Neuroloog Oliver Sacks was alvast opgegroeid met veel verhalen over eilanden, zeeën, schepen en zeelui. Als kind was hij erg ontvankelijk voor de fantasieën van schrijvers als Melville, Stevenson en H.G. Wells. Later raakte het gevoel voor het romantische, mythische, mysterieuze en avontuurlijke ondergeschikt aan de passie van de wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Hoewel, het Sacks voorkwam dat de kortverhalen van H.G. Wells kunnen beschouwd worden als metaforen voor bepaalde neurologische en psychologische realiteiten. Zo is er Wells kortverhaal ‘The Country of the Blind’ waarin een verdwaalde reiziger bij toeval in een afgelegen vallei in Zuid-Amerika terechtkomt. Hier treft hij een complete blindenmaatschappij aan.

Veertig jaar na ‘The Country of the Blind’ las Sacks een boek over doofheid op het eiland Martha’s Vineyard. Dit was echter geen verhaal ontsproten uit de fantasie van een auteur, maar de realiteit. Door de geïsoleerde ligging van de Vineyard en de onderlinge huwelijken had een recessief gen halverwege de negentiende eeuw gezorgd voor een gemeenschap, waarin een kwart van de bewoners stokdoof werd geboren. Dit had uiteraard consequenties voor de gehele gemeenschap: zowel doven als horenden bedienden zich van gebarentaal. Om het in Wells woorden te zeggen: op Martha’s Vineyard hadden ze een nieuwe fantasie geschapen. Uiteraard is zo’n nieuw geschapen fantasie enorm interessant voor wetenschappers.

Wetenschapper Sacks moest dan ook niet nadenken als hij onverwachts twee afzonderlijke reizen naar Micronesië mocht ondernemen. Als neuroloog wilde hij zien hoe men omging met erfelijke totale kleurenblindheid op Pingelap en Pohnpei, en met een progressieve, dodelijke neurodegeneratieve stoornis op Guam en Rota. Daarnaast was Sacks ook gegrepen door het culturele leven op de eilanden met hun unieke flora en fauna. Terug thuis begon het te kriebelen: hij moest zijn belevenissen en ervaringen op de Micronesische eilanden op papier zetten. Dit resulteerde in het boek ‘Het eiland der kleurenblinden’.

Sacks leidde namelijk een dubbelleven: hij was zowel wetenschapper als schrijver. Als schrijver schreef hij over de gevallen waarmee hij als neuroloog te maken kreeg met literaire en filosofische flair. In ‘Het eiland der kleurenblinden’ dompelt hij je onder in de Micronesische cultuur, waardoor het een soort wetenschappelijke reisgids is. Zijn materie, zijn waarnemingen en zijn passie weet hij geboeid over te brengen, waardoor je de keren dat hij in jargon vervalt door de vingers ziet. Voor diegene die genoten van de film ‘Awakenings’, gebaseerd op het boek van Oliver Sacks met dezelfde titel, gaan bepaalde scènes in het boek bekend overkomen.

Oorspronkelijke titel: The Island of the Colourblind
Jaar van publicatie: 1996

Onsterfelijke Bradbury

Volgens Steven Spielberg is Ray Bradbury (1920-2012) in de wereld van sciencefiction en fantasy onsterfelijk. De auteur dacht eerst aan een carrière als goochelaar, tot kermisartiest Mr Electro zijn pad kruiste. Mr Electro had zijn neus aangeraakt met een zwaard en hem opgedragen eeuwig te leven. Dat zag de toen elfjarige Bradbury wel zitten. Vanaf dan schreef hij zichzelf de onsterfelijkheid in. De komende zeven decennia schreef hij dagelijks. In het laatste decennium van zijn leven schreven zijn dochters uit wat hij hen dagelijks dicteerde. Zo verscheen een week voor zijn overleden in juni 2012 nog een essay van Bradbury in de New York Times.

Tienerschrijver.

Zijn vrouw, Marguerite Susan McClure had hij overigens in een boekwinkel in Los Angeles leren kennen. Zij was de eerste vrouw die de toen zesentwintige jarige schrijver uitvroeg. En allicht ook de eerste, die graag naar zijn verhalen luisterde. Echt populair was tienerschrijver Bradbury niet bij de meisjes. Met verhalen voorlezen wist hij hun hart niet te veroveren. In tegenstelling tot zijn leeftijdgenoten, haatte Bradbury party’s, want hij danste niet. Toch ging hij er naar toe, zocht naar eigen zeggen een typemachine, en zette zich neer om verhalen te schrijven. Zo deed hij toch iets nuttig met zijn tijd.

Als hij niet schreef, zat hij met zijn neus in een boek Als kind bracht hij veel tijd door in de bibliotheek van zijn geboorteplaats Waukegan in Illionois. Ook de bibliotheek in Los Angeles kreeg de jonge Bradbury vaak over de vloer. Hoger onderwijs kon Bradbury wegens de Grote Depressie niet volgen. Zijn stiel leerde hij dan ook niet van literatuurprofessoren, maar van H.G. Wells, Jules Verne, Ernest Hemingway, Edgar Rice Burroughs en Edgar Allan Poe. Vooral Poe was zijn grote voorbeeld.

Ontsproten uit zijn fantasie.

Zijn passie voor boeken vond literaire expressie in zijn dystopische roman ‘Fahrenheit 451′, dat zich in de vierentwintigste eeuw afspeelt. De toekomst was nooit ver weg in Bradbury’s werk, wat te danken was aan zijn jeugdhelden Buck Rogers en Flash Gordon. Hoewel hij vooral gekend is als sciencefictionschrijver, zag hij zichzelf niet als een schrijver van sciencefiction, maar van fantasy. Zijn verhalen ontsproten immers uit zijn fantasie en niet uit de werkelijkheid of iets wat in de toekomst werkelijkheid kan worden, zoals dat in sciencefiction gebruikelijk is. In totaal schreef Bradbury meer dan dertig boeken en zeshonderd kortverhalen. Uit zijn typemachine kwamen naast essays, romans en kortverhalen ook gedichten en scenario’s voor filmen en feuilletons.

Bron: Wikipedia, Biography, Npr, New York Times en The Guardian

Het verborgen leven van Eurídice Gusmão van Martha Batalha

Rio de Janeiro, de jaren dertig van de vorige eeuw. De Portugese Seu Manuel verdiende meer dan voldoende om zijn gezin te onderhouden. Hij gunde zich de luxe om zijn dochters, Eurídice en Guida buitenschoolse activiteiten te laten doen. Guida koos voor Frans. Eurídice wilde blokfluit leren spelen. Voor het einde van de eerste maand haakte Guida al af. Eurídice vroeg om twee lessen per week te krijgen. Omdat zij talent had, kreeg ze de kans om naar het conservatorium te gaan. Haar ouders zeiden neen. De lessen blokfluit waren voor hen een middel om hun dochters vaardigheden te verruimen. Zo had ze meer kans op een goede huwelijkskandidaat.

Tien jaar later is Eurídice goed getrouwd en moeder van twee kinderen. Haar man Antenor heeft een belangrijke positie bij de bank. Na zich passioneel te hebben overgegeven aan koken en bakken had ze een nieuwe hobby gevonden: kleren naaien. Haar hobby liep echter uit de hand. Zij begon kleren te maken voor andere vrouwen. Tot haar man er achter kwam en haar verbood een naaiatelier in hun huis te beheren. Een vrouw behoort immers niet te werken. Zij heeft het huishouden en de zorg voor de kinderen. Wat hij echter vergeet is dat het huishouden gedaan wordt door een inwoonde huisbediende. Dus is Eurídice veroordeeld tot lange dagen op haar zetel zitten. Maar dan komt haar zus Guida terug in haar leven.

Twee zusters, twee verschillende soorten levens. Zo kan je grofweg ‘Het verborgen leven van Eurídice Gusmão’ omschrijven. Daarnaast zijn er nog andere vrouwenlevens verweven in Batalha’s debuut, wat tot amusante anekdotes leidt maar niet altijd bijdraagt tot het verhaal van de twee zussen, maar enkel tot de algemene sfeer van harde vrouwenlevens. De familieachtergrond van de mannen in het leven van de zussen wordt ook belicht. Zo kom je te weten waarom Eurídices man een huisvrouwtje wil. Het is voorspelbaar, want de reden is Anetors moeder, die niet geschikt was voor een leven als huisvrouw.

Batalha beschrijft het leven van de twee ondernemende zussen en hun kleurrijke omgeving met humor. Net als het gegeven van de alleswetende vertelster werkt die humor niet altijd. Het verhaal heeft een behoorlijk tempo, wat maakt dat je dit boek snel kan lezen. En ook snel weer vergeet.

Oorspronkelijke titel: A Vida Invisível de Eurídice Gusmão.
Jaar van publicatie: 2016.