In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Confessions of an English Opium-Eater’.
In 1821 veroorzaakte Thomas De Quincey (1785-1859) heel wat deining met de publicatie van zijn autobiografie: “Bekentenissen van een Engelse opiumeter.” Hierin gaf hij toe dat hij verslaafd was aan laudanum, een opiumpreparaat. Laudanum kon je toen zonder problemen als pijnstiller kopen bij de apotheker om de hoek.
Vele vonden dat De Quincey een te positief beeld gaf van zijn verslaving. Die angst was niet ongegrond, want in de daarop volgende decennia volgden nogal wat Engelse schrijvers De Quinceys voorbeeld.
Een van de personages in Sir Arthur Conan Doyles kortverhaal ‘The man with the twisted lip’ (1891) begon te experimenteren met drugs na het lezen van De Quinceys bekentenissen. Doyles’ creatie Sherlock Holmes gebruikt ook regelmatig drugs.
De jonge Thomas heeft als enige van zijn familie de Ierse hongersnood (1845-1850) overleeft. Ook overleefde hij de overtocht per schip naar Canada. Vanuit Canada trok hij naar de VS, waar hij mooie John Cole leerde kennen. Volgens Thomas is John zo knap als wie dan ook die ooit geleefd heeft. Mooie John wordt Thomas’ partner voor het leven. Omwille van het geld treden ze op in een saloon, verkleed als vrouw. Nadien nemen ze dienst in het Amerikaanse leger, waar ze strijden tegen de indianen.
Na hun legerdienst sluiten ze zich aan bij een reizend gezelschap. Samen met mooie John heeft Thomas, die weer optreedt als Thomasina, een Indiaans meisje Winona geadopteerd. Lang duren de optredens van het reizend gezelschap niet, want de Amerikaanse burgeroorlog dient zich aan. John en Thomas worden weer soldaat en laten hun dochter achter in veilige handen. Na de verschrikkingen van de burgeroorlog trekken ze met Winona naar Tennessee om een nieuw begin te maken. Maar dan moeten ze onverwacht hun dochter terug sturen naar haar volk. Thomas zet echter alles op alles om Winona terug te krijgen. Of is het Thomasina, want net als de Winkte bij de Sioux trekt krijgsman Thomas in vredestijd liever jurken aan.
Met ‘Dagen zonder eind’ vertelt Barry een meeslepend verhaal, dat niet voor iedereen is. De beschrijvingen van oorlog en geweld zijn echt heel gruwelijk, waardoor je het boek soms opzij ligt. Toch vormt die gruwel een interessant contrast met de poëtische taal van Barry. En uiteraard is er Thomas, een unieke McNulty stem, die vaak vloekt als een dokwerker (= havenarbeider), wat het verhaal authentieker maakt. Tijd om stil te staan bij zijn gevoelens en ervaringen heeft hij amper. Woorden voor wat hij voelt en ervaart, heeft hij niet. Hij weet alleen dat hij John doodgraag ziet en liever jurken draagt. En dat de Winkte in zijn nieuwe vaderland hem de weg hebben gewezen.
Oorspronkelijke titel: Days Without End. Jaar van publicatie: 2016. Vertaald door Jan Willem Reitsma / Em. Querido’s Uitgeverij. Oorspronkelijke uitgever: Faber & Faber, London.
Dublin, 1954. Tijdens een benefietvoorstelling voor mensen en kinderen met een hersenverlamming las dokter Collis het eerste hoofdstuk voor van een bijzondere autobiografie. De toen 22-jarige invalide auteur, Christy Brown, zat in de zaal omringd door zijn ouders en familieleden. Brown had zijn autobiografie geschreven met zijn linkervoet.
Browns linkervoet was lang zijn voornaamste communicatiemiddel met de buitenwereld. Christy Brown (1932-1981) kreeg kort na zijn geboorte een ernstige hersenverlamming, een aandoening die jaren later door dokter Collis werd vastgesteld. Op een dag, Christy was toen 5, greep hij met zijn linkervoet een stukje geel krijt. Hij maakte een wilde soort krabbel op een lei, waarop zijn moeder een letter A tekende en hem vroeg die na te tekenen. Het kostte hem enorm veel moeite, maar het lukte hem uiteindelijk. Vanaf dan leerde zijn moeder hem het alfabet aan, en leerde de jongen zichzelf spellen en lezen.
Met zijn linkervoet leerde Brown zichzelf ook schilderen en schijven. Zijn schrijven kreeg een enorme stimulans wanneer hij dokter Robert Collis leerde kennen. Christy Brown was toen 17. Dokter Collis behandelde de jonge aankomende schrijver in zijn centrum voor mensen met hersenverlamming. Dankzij die behandeling leerde Brown spreken en lopen. Bovendien kreeg hij les in onder meer wiskunde en literatuur.
Het autobiografische ‘Mijn linkervoet’ laat inderdaad zien hoe Christy Brown de wereld en zijn handicap ervoer. Naarmate Brown zich geestelijk ontwikkelde, werd hij zich tegelijkertijd meer en meer bewust van de beperking van zijn lichaam, wat sterke diepmenselijke en pijnlijke scènes oplevert. Ondanks depressieve gevoelens en frustraties is ‘Mijn linkervoet’ vooral een unieke triomf van wilskracht, van een held, die zichzelf absoluut niet als zodanig ziet. Opvallend is de mooie poëtische en rake taal, wat eerder zeldzaam is voor een autobiografie. Een aanrader.
In 1989 vertolkte Daniel Day-Lewis de invalide Christy Brown in de film, My left foot, wat hem een Oscar opleverde. Daniel Day-Lewis’ vader, schrijver en dichter Cecil Day-Lewis was een vriend van dokter Collis.
Oorspronkelijke titel: My Left Foot. Datum van publicatie: 1954.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.