De stem van het Britse Imperium

Hij behoorde tot de meest gelezen schrijvers aan het begin van de twintigste eeuw. Maar omdat hij de stem was van het Britse Imperium verflauwde zijn faam en naam na de Eerste Wereldoorlog. Hoewel sommige biografen menen dat het kort door de bocht is om hem weg te zetten als een vrouwenhater, fascist, racist en een imperialistische oorlogsstoker blijft Kipling controversieel.

Toch is er nog steeds belangstelling voor zijn Jungleboeken, de roman ‘Kim’ en de ‘Just So Stories’. Kipling was immers een buitengewoon begaafd schrijver. Die bovendien schreef in een authentieke stem over het leven in zijn tijd.

Geboren in India.

Joseph Rudyard Kipling werd op 30 december 1865 geboren in Bombay, India in een artistieke familie. Zijn vader John Lockwood Kipling was naast museumconservator ook illustrator, journalist en schrijver. Zijn moeder Alice MacDonald was een dichteres en schrijfster. Kiplings voornaam verwijst overigens naar Rudyard Lake nabij het Engelse dorp Rudyard, waar zijn ouders elkaar hadden ontmoet.

In 1871 stuurden de Kiplings hun zoon en dochter naar Engeland. Hier brachten Rudyard en Trix 5 ongelukkige jaren door bij een pleeggezin. Op 12-jarige leeftijd ging Kipling op internaat in Devon. Hier moedigde de rector hem aan om te schrijven. Toen Kipling 4 jaar later terugging naar India werkte hij als journalist voor 2 kranten. Dankzij zijn reizen doorheen India, kreeg Kipling kennis van de Hindoestaanse gewoontes en waarden. In zijn vrije tijd hield hij zich bezig met het schrijven van poëzie en verhalen. Zijn verhalenbundel ‘Plain Tales from the Hills’ (1888) werd in Engeland goed onthaald en in 1889 verhuisde hij naar Londen.

Mowgli, Kim en Just so Stories.

In 1892 trouwde hij met de Amerikaanse Caroline Balestier en verkaste met haar naar Vermont in de VS. In Vermont zagen zijn 2 dochters en de verhalen rond het wolvenkind Mowgli het levenslicht. Een ruzie met de familie van zijn vrouw resulteerde in een terugkeer naar Engeland, waar Kipling een huis kocht in Sussex. Hier werd het gezin Kipling gecomplementeerd met een zoon, John.

In Engeland kreeg Kipling toen voornamelijk naam als dichter met de bundels Barrack Room Ballads (1892) en The Seven Seas (1896). In 1901 verscheen zijn geliefdste werk ‘Kim’, een coming of age verhaal over een Iers weeskind dat opgroeit in de straten van Lahore, het toenmalige India. Na de dood van zijn oudste dochter Josephine schreef en illustreerde hij de ‘Just so Stories for children’ (1906). Dit werk met zijn kleurrijke en ingenieuze woordspelingen zou de Ierse schrijver James Joyce hebben beïnvloed.

Nobelprijs en de Groote oorlog.

In 1907 kreeg hij als eerste Engelse schrijver de Nobelprijs voor literatuur. Hij was toen nog maar 44.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog schreef hij propagandamateriaal en bezocht hij het oorlogsfront in Frankrijk. Aanvankelijk was zijn zoon John afgewezen voor militaire dienst omwille van zijn slechte ogen. Maar via Kiplings relaties kon John toch naar het leger en de oorlog in Europa. John zou echter nooit meer terugkeren. De dood van John was een zware klap voor Kipling. Hij trad vervolgens toe tot de Imperial War Graves Commission en was daar verantwoordelijk voor de inscripties op de graven van de gesneuvelden.

Zijn laatste jaren.

In het jaar voor zijn dood schreef Kipling ‘Something of myself’ een autobiografie over zijn leven als schrijver. In dit onvoltooid werk gaf hij de wereld een uniek inkijk in het brein van een man die de Victoriaanse waarden van plicht, gehoorzaamheid en patriottisme hoog in het vaandel had gedragen en die evengoed sympathiseerde met bandieten en kinderen.

Kipling was dol op kinderen en las ze graag verhalen voor. En hij was groots in het vertellen van verhalen. Kipling-personages als Mowgli, Shere Khan, Bagheera en Baloo gingen dan ook in de loop van de twintigste eeuw een eigen leven leiden in de populaire cultuur.

In de nacht van 12 januari 1936 kreeg Kipling een bloeding in zijn dunne darm. Hij onderging een operatie. Maar overleed 6 dagen later. Voor 18 januari was hij al ten onrechte dood verklaard in een tijdschrift. Op zijn doodsbericht reageerde Kipling met de volgende woorden: ik heb net gelezen dat ik dood ben. Vergeet me niet uit de lijst met abonnees te verwijderen.

Kiplings assen werden bijgezet in Poets’ Corner in Westminster Abbey, waar ze rusten naast de graven van Charles Dickens en Thomas Hardy.

De foto bij dit blog is van Elliott & Fry en is in het publieke domein.

De levenden en de doden in Winsford van Håkan Nesser

Ze kwamen aan in Winsford toen het donker was. Vlak voor middernacht lag zij in het doorgezakte tweepersoonsbed in de slaapkamer van Darne Lodge. Daarvoor waren ze al in slaap gevallen voor de open haard: zij in de schommelstoel en hij op een schapenvacht.

Zij is een grote naam in Zweden. Elke Zweed kent haar van de televisie. Voor de dorpelingen in het afgelegen Winsford is ze een schrijfster die samen met haar hond 6 maanden verblijft op de heide. Voor de huur van de cottage gaf ze de familienaam van haar moeder op.

Er gebeuren rare dingen rond Darne Lodge. Zo vindt Maria dode fazanten voor haar deur. Gelukkig is daar nog een lieve Engelsman, die haar beschermt en die verliefd op haar wordt.

Een goede schrijver weet hoe hij het onwaarschijnlijke geloofwaardig maakt. Want Maria ’s verhaal is best vreemd. Familie en vrienden weten niet beter of Maria en Martin Holinek zijn voor 6 maanden met hun hond naar Marokko. Maar Maria duikt met hond op in een uithoek van Engeland met als enig doel: Castor overleven. Dan is er nog haar terugreis naar Zweden en de vermeende wanhoopsdaad van Martin.

Maar terug naar het begin van het verhaal. Dat begint met de aankomst van Maria en Castor in Winsford. Mondjesmaat kom je meer te weten over wat er aan hun aankomst in Winsford is voorafgegaan. Ook leer je meer over Maria’s leven en haar huwelijk met Martin.

Een deel van het verhaal gaat over de reden waarom Martin Holinek persé naar Marokko wou, en over het boek dat hij daar wou schrijven. Aan de hand van zijn dagboeken en notities komt Maria stukje bij beetje te weten dat haar echtgenoot een geheim had.

Maria maakte genoeg mee in haar leven: de dood van haar zus, de dood van haar verloofde, de ontrouw van Martin, een postnatale depressie, een schandaal rond de zus van Martin en onlangs nog rond Martin zelf. Hierdoor krijg je sympathie voor haar, maar anderzijds is er iets loos met haar. Aanvankelijk lijkt het alsof de recente gebeurtenissen iets intuïtief hebben, maar geleidelijk aan besef je dat Maria iets berekend heeft. Gaat ze slagen in haar opzet? En wat met die lieve Engelsman? Was hij maar een tijdverdrijf of voelt zij iets voor hem?

Kortom: ‘De levenden en de doden in Winsford’ is een knap geconstrueerd en spannend psychologisch verhaal waarin je de gebeurtenissen enkel vanuit het standpunt van Maria Holinek beleeft en ondergaat.

Oorspronkelijke titel: Levande och döda i Winsford.
Jaar van publicatie: 2013.

Vertaald door Ydelet Westra.

Dankbare dood van Peter Robinson

De onlangs overleden Britse misdaadauteur Peter Robinson (1950-2022) was gekend van zijn serie rond hoofdinspecteur Alan Banks. De eerste Banks – Gallows View (Stille blik) verscheen in 1987 en bleef niet onopgemerkt. Robinson schreef het boek uit heimwee. Dertien jaar eerder was hij vanuit Engeland naar Canada geëmigreerd. In eerste instantie om te studeren – in Engeland kon hij slechts een Bachelor of Arts behalen, in Canada een Master of Arts. In tweede instantie om te doceren en een gezin te stichten.

In ‘Dankbare dood’ vindt een vrouw het verwrongen lichaam van een uitgemergelde, oude man in een grijs windjack en blauwe spijkerbroek. Het lichaam is gedumpt op een verlaten spoor, niet ver van het huis van het slachtoffer. In de broekzak van de man vindt de politie £ 5000. Zelfmoord is niet uit te sluiten. Maar de politie gaat uit van moord. Een zaak dus voor Banks en zijn team.

‘Dankbare dood’ is het 21e boek in de serie. Niet handig als je – zoals ik – nog geen boek van Banks hebt gelezen. En niet vertrouwd bent met de tv-serie. Maar het verhaal hield me in touw met zijn verschillende onderzoekpistes.

Het slachtoffer, universitair docent Gavin Miller was ontslagen na aantijgingen van seksuele intimidatie. De directeur – een vriend van Miller – deed niets met de getuigenis van een studente die beweerde dat de aantijgingen tegen Miller verzonnen waren. Waarom deed die vriend niets? Heeft die iets te verbergen en is Miller dat te weten gekomen? Kregen ze soms ruzie? Waren de aantijgingen inderdaad verzonnen of viel Miller meisjes lastig?

Vlak voor zijn dood sprak Miller over een handelszaak die hij ging openen. Verwachtte hij nog meer geld dan die £ 5000 die op hem gevonden zijn? Perste hij soms iemand af? Of is er een drugslink? De politie vond namelijk drugs bij hem.

Dan is er nog lady Veronica Chalmers. Een paar dagen voor zijn dood belde Miller haar. Hun gesprek duurde 7 minuten. Nochtans beweert lady Chalmers dat ze hem niet kende. Het is duidelijk dat ze liegt, maar waarom? Deze piste houdt vooral Banks bezig. Het krijgt zijn volle aandacht als hij van zijn oversten te horen krijgt dat hij haar met rust moet laten.

De ontknoping is ietwat teleurstellend. Maar dat is een detail. Want de reis naar de ontknoping langs de jaren 60 en 80 is opmerkelijk en knap. En de personages zijn goed uitgewerkt. Dus blijkbaar is dit een serie die ik toch wel moet lezen.

Oorspronkelijke titel: Children of the Revolution.
Jaar van publicatie:
2013.
Vertaling: Valerie Janssen.
Uitgeverij: A.W. Bruna Uitgevers.