Gespot: Regicide

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over Regicide van Robert Harris.

De foto van Robert Harris bij dit blog is van Dr. Jost Hindersmann. Hindersmann nam de foto in 2009 tijdens een auteurslezing in Keulen.

Vijftien bestsellers heeft Robert Harris (1957) al op zijn naam staan. Zijn werk wordt vertaald in veertig talen en hij is lid van de prestigieuze Royal Society of Literature. Zijn vrouw Gill Hornby en zijn schoonbroer Nick Hornby schrijven eveneens.

Harris’ faam berust vooral op zijn historische romans zoals Pompeii, de Cicero-trilogie en De officier. Met die laatste won hij vier literaire prijzen, waaronder de Sir Walter Scottprijs. De Frans-Italiaanse film J’accuse uit 2019, gebaseerd op De officier, kreeg in 2020 drie Césars. Dit ondanks de controverse rond regisseur Roman Polanski. Andere romans van Harris die verfilmd zijn, zijn Geest, Archangel, Enigma en Vaderland.

Zijn nieuwste roman ‘Regicide’ gaat over de klopjacht op koningsmoordenaars Edward Whalley en William Goffe.

In 1649 werd koning Charles I onthoofd. Na die onthoofding brak er in Engeland een burgeroorlog uit. In 1660 slaagt het leger erin de orde en de monarchie te herstellen. Onder Charles II ontstaat het Regicidecomité. De koningsmoord (= Regicide) moet gewroken worden: de mannen die het doodvonnis van Charles I ondertekenden, moeten opgespoord en terechtgesteld worden.

Generaal Edward Whalley en zijn schoonzoon kolonel William Goffe vluchten naar de VS. Als het van Richard Nayler afhangt, zullen ze hun straf ondergaan. Zal Nayler in zijn opzet slagen en Whalley en Goffe in de VS arresteren? Of zullen Whalley en Goffe ontsnappen?

De Nederlandse vertaling van Rogier van Kappel verschijnt rond 1 november. Meer info vind je op de website van uitgeverij Cargo.

Ik Claudius van Robert Graves

Robert Graves (1895 – 1985) was niet trots op zijn populairste werk. Hij had ‘Ik Claudius’ alleen maar geschreven omdat hij schulden had. Nochtans beweerde Graves dat Claudius (10 voor Chr. – 54) hem in een droom gevraagd had zijn verhaal te vertellen. Die droom kreeg de Britse auteur na zijn vertaling van ‘The Twelve Caesars’ van de Romeinse geschiedschrijver Suetonius (69 – 140). 

Hoewel ‘Ik Claudius’ een gefictionaliseerde autobiografie is, staat Claudius uitgebreid stil bij zijn 3 voorgangers: Augustus, Tiberius en Caligula. Een belangrijk personage is Livia, de derde vrouw van Augustus. Volgens Graves was het dankzij haar dat Tiberius aan de macht kwam. Om haar zoon aan de macht te krijgen had Livia verschillende familieleden vergiftigd. En eigenlijk had zij volgens de roddels in het oude Rome de hand gehad in elk schandaal en overlijden in de keizerlijke familie. De levensbeschrijvingen van Suetonius’ ‘Keizers van Rome’ bevatten namelijk onder meer pikante anekdotes, roddel en achterklap over de Julisch-Claudische dynastie waartoe voorgenoemde keizers en Claudius behoorde.

Toen Caligula vermoord werd, was Claudius nog het enig levend mannelijk lid van de keizerlijke familie. Claudius was kreupel, wist zijn hoofd niet stil te houden en stotterde. Hierdoor bracht hij de familie vaak in verlegenheid en bleef hij uit het publieke oog. Voor tijdgenoten was hij achterlijk, maar in werkelijkheid was hij intelligent en liefhebberde in geschiedenis en literatuur. 

Voor een historicus – want zo ziet Claudius zichzelf – is historische juistheid belangrijk. In het verleden kon hij niet schrijven wat hij wou, maar nu hij keizer is, ligt dat anders. Hij belooft de lezer een waarheidsgetrouw relaas. Toch is hij een onbetrouwbare verteller. 

Ook is Claudius een babbelkous. Hij verexcuseert zich een aantal keren bij de lezer omdat hij weer eens inging op iets dat niet direct met zijn eigen verhaal samenhangt. Die details en anekdotes zijn vaak een welgekomen afleiding tussen al de moorden, executies en verbanningen in deze literaire Romeinse soap. Bovendien dragen ze bij tot de couleur locale. Want de historische personages mogen dan wel op oudheidkundige roddel zijn gebaseerd, de omgeving, zeden en gewoonten zijn historisch correct. Graves had veel research gedaan voor zijn Claudius-romans. Dus Suetonius was niet zijn enige bron, zoals bleek uit zijn uitgebreide lijst van geraadpleegde literatuur in de opvolger van ‘Ik Claudius’, ‘Claudius de god’. 

Door de schitterende BBC reeks uit 1976 gebaseerd op ‘Ik Claudius’ en ‘Claudius de god’ vond de Claudius-reeks van Graves zijn weg naar menig Vlaamse en Nederlandse huisbibliotheek. Een Nederlandse vertaling van beide boeken is enkel nog tweedehands te verkrijgen. Het is evenwel de moeite om er jacht op te maken. In de Engelse literatuur worden de Claudius-boeken terecht gezien als dé blauwdruk voor historische romans. Want je zou haast vergeten dat het geen geschiedenis maar fictie is. 

Trailer van de BBC serie ‘I Claudius’ met een jonge Derek Jacobi in de rol van Claudius.

Oorspronkelijke titel: I Claudius.
Jaar van publicatie: 1934

Vertaald door Th. Wink.

Het heldenpad van Tim Parks

Victor Hugo, Alexandre Dumas en George Sand hadden bewondering voor de Che Guevara van hun tijd: Giuseppe Garibaldi (1807-1882). Militaire campagnes in Zuid-Amerika en Europa hadden van de Italiaanse generaal een beroemdheid gemaakt.

Samen met Camillo Cavour, Victor Emanuel II van Italië en Giuseppe Mazzini is Garibaldi een van de Italiaanse vaders des vaderlands. Met zijn Roodhemden vocht Garibaldi vanaf 1860 voor de vrijheid en eenwording van Italië.

In 1848 was er al een poging geweest om Italië te verenigen. Die poging eindigde met Garibaldi’s vlucht uit Rome met 4.000 Roodhemden. Na een mars, waarin ze achterna werden gezeten door de Oostenrijkers en Fransen, bereikte Garibaldi San Marino met 250 Roodhemden. Vanuit San Marino wist hij met zijn vrouw Anita en enkele getrouwen naar Portovenere aan de Ligurische kust te ontsnappen.

Anita Garibaldi zou Portovenere nooit bereiken: zij stierf aan malaria. Per boot via Portovenere vond Garibaldi een tijdelijke verblijfplaats in Marokko bij een rijke Italiaanse handelaar. Twaalf jaar later en vele avonturen rijker was hij terug op het appél. Toen trok hij van Sicilië naar Napels en zo helemaal naar Rome met zijn Roodhemden, die – net als in 1848 – amper militair geschoold waren.

In 2019 liep Tim Parks met zijn tweede Italiaanse vrouw Garibaldi’s mars na. Let wel, niet de mars van 1860 die van Italië een eengemaakt land en koninkrijk maakte, maar de mars van Rome naar San Marino en vervolgens Ravenna van twaalf jaar eerder. Na het lezen van het dagboek van Gustav Hoffstetter, een adjudant van Garibaldi had Parks graag in die tijd geleefd en in de laarzen van de Garibaldini gestaan. Omdat dit niet kan, nam hij dus genoegen met in hun voetsporen te treden door zijn wandelschoenen aan te trekken met Hoffstetters dagboek als gids.

Ik vind het een raar gegeven: het narijden of nalopen van een tocht of reis van een of andere held. Maar gezien de kennis van Tim Parks over Italië verwachtte ik vooral over Italië te lezen.

De Britse schrijver woont al meer dan 40 jaar in Italië en nam na de Brexit ook de Italiaanse nationaliteit aan. Als vertaler vertaalde hij het werk van onder meer Alberto Moravia, Italo Calvino, Niccolo Machiavelli en Cesare Pavese naar het Engels. Het was de liefde die hem in 1978 naar Italië had gebracht. Na twee huwelijken met Italiaanse vrouwen en drie kinderen is hij echter nog steeds een buitenlander voor de Italianen.

In de loop der jaren hebben Eleonora en ik gemerkt dat als we een drankje bestellen in bepaalde cafés, het duurder zal zijn als ik de bestelling doe, en de barman hoort dat ik een buitenlander ben.

In ‘Het Heldenpad’ is het vooral via zulke terloopse opmerkingen en details dat ik glimpjes kreeg in de Italiaanse ziel. De historische achtergrond en Hoffstetters dagboek waarrond dit reisverhaal is opgebouwd maakt het met momenten saai. Ook verloopt de wandeltocht steeds volgens hetzelfde stramien: vroeg vertrekken, zere voeten en blaren, peesontstekingen en de zoektocht naar een slaapplaats.

Een te vermijden reisverslag?! Toch niet. Zo krijgt Anita Garibaldi in ‘Het heldenpad’ het podium dat ze verdient. De Braziliaanse was een van de eerste vrouwen die een rol kreeg in de geschiedschrijving van Italië en Uruguay. Zij vocht mee aan de zijde van haar echtgenoot tijdens de revoluties in eerdergenoemde landen en groeide uit tot een feministisch icoon. ‘The Hero’s Way’ kan dus zowel op haar als op haar echtgenoot slaan. Hero wordt in het Engels immers beschouwd als een genderneutraal woord.

Oorspronkelijke titel: The Hero’s Way.
Jaar van publicatie: 2021. Bij Harvill Secker, Londen.

Copyright Nederlandse vertaling © Corine Kisling/Bv Uitgeverij De Arbeidspers, Amsterdam.