In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over ‘Almayers luchtkasteel’ van Joseph Conrad.
‘Almayers luchtkasteel’ speelt zich af tegen de achtergrond van het koloniale bestuur in Nederlands-Indië. Kaspar Almayer ging ooit een veelbelovende toekomst tegemoet. Maar hij is arm en heeft niets om handen. Zijn huwelijk is doodgebloed en zijn vrouw veracht hem. Zijn enige troost is zijn dochter Nina. Voor haar houdt hij zijn dromen in stand over een goudmijn in de binnenlanden van Borneo.
Over zijn stappen in de literaire wereld zei Joseph Conrad (1857-1924) dat het even aanlokkelijk was als stiekem om het hoekje van een rovershol gluren en heel wat minder geruststellend. Er was evenwel geen reden tot ongerustheid want met zijn debuut ‘Almayers luchtkasteel’ liet hij een authentieke begaafdheid zien.
Hoewel hij een onbekende auteur was, kreeg hij veel recensies. Met Fisher Unwin had hij een uitstekende keuze gemaakt. Uitgeverij Fisher Unwin zorgde goed voor de auteurs in hun fonds en wist hun werk onder de aandacht van recensenten te brengen, zelfs als de datum van publicatie ongunstig was. Toen ‘Almayers luchtkasteel’ op 29 april 1895 verscheen, zinderde literair Londen nog na van Oscar Wildes arrestatie.
Een van de recensenten, met name H.G. Wells, zag veel potentieel in het debuut van de ex-zeeman. Hij roemde het voor zijn originaliteit. In tegenstelling tot andere schrijvers in zijn tijd schreef Conrad vooral over geïsoleerde personages die met zichzelf in conflict komen.
Als we het woord piraat horen, denken we direct aan hem. Hij mag dan wel niet het hoofdpersonage zijn van ‘Treasure Island’, hij is niettemin de innemendste. Naast de vele film- en theaterrollen duikt hij met regelmaat nog steeds op in de literatuur.
Scheepskok Silver
Met ‘Treasure Island’ (Schateiland) in 1881 schreef Robert Louis Stevenson (1850-1894) niet het eerste verhaal over piraten. Maar zijn verhaal over een begraven piratenschat op een eiland werd wel de blauwdruk voor alle verhalen over piraten. Ook in de populaire cultuur wemelt het van de papegaaien, de schatkaarten, de eenbenige piraten, schepen met zwarte zeilen en de onderlinge gevechten tussen piraten of op schepen.
Aanvankelijk was Stevensons verhaal in feuilleton verschenen onder de naam ‘The Sea-Cook’ in een tijdschrift voor jongens. Scheepskok John Silver was immers vitaal voor het verloop van dit avonturen- en coming-of-ageverhaal rond Jim Hawkins.
Wreed en levensgevaarlijke man.
Nadat Jim Hawkins een schatkaart van kapitein Flint vond, wordt een schip uitgerust om de schat te gaan zoeken. Wat de helden van het verhaal niet weten is dat de helft van de bemanning uit piraten bestaat. Hun leider was ooit de kwartiermeester van Flint. Geen piraat zou het overigens in zijn hoofd halen om Long John Silver voor het hoofd te stoten, want zelfs Flint had schrik van hem. Silver is een wreed en levensgevaarlijk man. Bovendien is hij een opportunist, altijd bereid om van kant te veranderen, zeker als hij daarmee zijn eigen vel kan redden. Hoewel zijn linkerbeen vlak is afgesneden onder zijn heup en hij met een kruk loopt, weet hij krachtig en snel over het onstabiele dek te lopen.
Nochtans had hij ieders vertrouwen. Niemand zag een piraat of schurk in hem. Want zeg nu zelf: een hardwerkende herbergier van een pub in Bristol. Een getrouwd man. Het had er alle schijn van dat hij een hardwerkende zeeman was. Vriendelijk, charmant en innemend. Die vriendelijkheid is overigens niet gespeeld. Ook zijn genegenheid voor de jonge Jim Hawkins is echt.
Onduidelijke voorgeschiedenis.
John Silver is een gentleman. Netjes op zichzelf. Verre van roekeloos of verkwistend. Intelligent en welbespraakt. Wat bracht zo’n ontwikkeld man eigenlijk tot de piraterij? Silvers onduidelijke voorgeschiedenis maakt hem nog interessanter voor de lezer. Ook laat het einde van ‘Treasure Island’ de mogelijkheid open voor nieuwe avonturen, zowel voor Jim Hawkins als voor Long John Silver.
Van links naar rechts: Robert Louis Stevenson. Long John Silver en Jim Hawkins in de editie van ‘Treasure Island’ uit 1911. De schatkaart getekend door Robert Louis Stevenson voor ‘Treasure Island’. De afbeeldingen zijn in het publieke domein.
Robert Louis Stevenson heeft nooit een vervolg of een voorgeschiedenis geschreven op ‘Treasure Island’. Maar na hem hebben veel schrijvers dat wel gedaan. Ze schreven nieuwe avonturen rond zowel Long John Silver als kapitein Flint. Ook in onze eeuw weten Long John Silver en kapitein Flint nog steeds het publiek te boeien. Zo ging de Amerikaanse realistische televisieserie ‘Black Sails’ (2014-2017) over de periode voorafgaand aan Stevensons ‘Treasure Island’. De serie verhaalt onder meer hoe John Silver piraat werd, hoe hij zijn been kwijtgeraakte en hoe hij het tot leider van de piraten bracht.
De foto bij dit blog is in het publieke domein en is van Herbert Rose Barraud.
Zijn sentimentaliteit wordt vandaag de dag niet meer gesmaakt. Ondanks die smet op zijn werk was hij een meester in toneeleffecten en in het beschrijven van zijn personages. Zes van zijn toneelstukken zijn van onbetwistbare hoge kwaliteit: ‘Quality Street’ (1901), ‘The Admirable Crichton’ (1902), ‘What Every Woman Knows’ (1908), ‘The Twelve-Pound Look’ (1910), ‘The Will’ (1913) en ‘Dear Brutus’ (1917).
Zijn bekendste toneelstuk was ‘Peter Pan’. Op de première van dat stuk op 27 december 1904 was hij bloednerveus. Ging het publiek wel klappen als Peter Pan hen zou vragen of ze geloofden in elfen? Naast elfen speelden – geloof het of niet – piraten en Indianen een rol in het stuk. Met acteurs die door de lucht vlogen en 50 scènes, was het iets wat nog nooit vertoond was voor kinderen.
Hij moest na de première de openingsscène wel aanpassen. Want behoorlijk wat jonge kinderen hadden zich bezeerd nadat ze thuis van sofa’s en stoelen waren gesprongen. Dat ze zich bezeerd hadden was omdat ze geen sterrenstof hadden.
Een gulzige lezer.
James Matthew Barrie werd op 9 mei 1860 geboren in het Schotse Kirriemuir, als negende kind van David Barrie en Margaret Ogilvy. Op zesjarige leeftijd verloor hij zijn oudere broer David bij een schaatsongeval. Voor Margaret was David de jongen die altijd kind zou blijven en die nooit de harde realiteit van het leven zou kennen. Om zijn moeder af te leiden van haar verdriet, bedelde de jonge Barrie om verhalen. Margaret vertelde hem dan meestal verhalen over de streek en haar eigen jeugd. Daarnaast trachtte Barrie de plaats van zijn oudere broer in te nemen door te fluiten zoals hem.
Barrie was een sportieve maar dromerige jongen. Op zijn veertiende was hij een gulzige lezer van het werk van jeugdauteur Robert Michael Ballantyne (1825-1894), James Fenimore Cooper (1789-1851) en penny dreadfuls. De verhalen over piraten, Indianen en bandieten vonden al snel hun weg in spelletjes en toneelstukjes, waarbij het washuis van de familie Barrie dienst deed als theater.
Al op een jonge leeftijd wist Barrie dat hij schrijver wou worden. Maar zijn moeder had andere plannen met hem. Bovendien wou zijn vader dat zijn zonen studeerden. Toch wist Barrie tot een compromis te komen en mocht hij literatuur gaan studeren.
Werken als journalist.
Een van zijn studiegenoten op de universiteit van Edinburgh was de schrijver-in-wording van Sherlock Holmes, Arthur Conan Doyle. Doyle plaagde Barrie met zijn grootte. Maar besefte dat er buiten Barries lengte niets klein was aan de man. Met 1,60 m was Barrie inderdaad klein. Op zijn veertiende was hij gestopt met groeien. Ook was hij mager, sprak als een jongen en zag eruit als een jongen, want hij had geen baardgroei. Dat laatste zou hij maar pas jaren later krijgen.
Na zijn studies begon Barrie te werken als journalist voor The Nottingham Journal. Onder het pseudoniem Hippomenes schreef hij vooral columns en essays. Zijn tewerkstelling bij The Nottingham Journal kwam tot een einde toen de krant financiële moeilijkheden kreeg en mensen moest ontslaan. Gelukkig was de Londense St. James’s Gazette geïnteresseerd in de stukken die Barrie hen bezorgde en waarin hij schreef over het oude Schotland. Die stukken dienden later als basis voor ‘Auld Licht Idylls’ (1888), ‘A Window in Thrums’ (1890) en ‘The Little Minister’ (1891). Die romans waren zo succesvol dat Barrie voltijds kon schrijven. Na de toneelbewerking van ‘The Little Minister’ wijdde hij zich hoofdzakelijk aan het schrijven van toneelstukken.
Kinderloos huwelijk.
Via zijn vriend Jerome K. Jerome ontmoette hij de actrice Mary Ansell. Ansell en Barrie werden goede vrienden. Die vriendschap ontging de Londense roddelpers niet, die zich afvroeg of er soms een huwelijk op til was voor de bekende schrijver. Barrie en Ansell trouwde op 9 juli 1894 in Kirriemuir. Hun huwelijksreis ging naar Zwitserland, waar het koppel een sint-bernard puppy kocht.
Het huwelijk bleek al snel een ramp. En blijkbaar was het tijdens de huwelijksreis niet geconsumeerd. Vijftien jaar later volgde een scheiding. Kinderen hadden de Barries niet. Maar in datzelfde jaar werd Barrie een van de voogden van de vijf zonen van Arthur (1863-1907) en Sylvia (1866-1910) Llewelyn Davies. Het waren overigens de kinderen Davies die Barrie de inspiratie hadden gegeven voor Peter Pan.
Tijdens Barries leven werd er vaak gesuggereerd dat hij pedofiel was.
J.M. Barrie als kapitein Hook en Michael Llewelyn Davies als Peter Pan.
Barries verdriet.
Volgens Nicholas Llewelyn Davies (1903-1980), de jongste van de vijf was er geen sprake van ongepaste intimiteiten of opmerkingen bij oom Jim. Integendeel. Als laatste van The Lost Boys was Nicholas een belangrijke bron van informatie voor de schrijver Andrew Birkin, die in 1978 de BBC miniserie ‘J.M. Barrie and The Lost Boys’ schreef. Volgens Birkin was J.M. Barrie impotent.
Niet alleen schreef Barrie een boek over een jongen die altijd kind bleef, ook was een van zijn broers altijd een kind gebleven en was hij in zijn groei blijven steken. Blijkbaar heeft hij zijn hele leven geleden onder het feit dat hij zo klein was, geen echte man was en geen kinderen kon krijgen.
Barries erfenis.
Acht jaar voor zijn dood werd Sir Barrie benaderd door het Great Ormond Street Hospital. Het Londense kinderziekenhuis wou een nieuwe vleugel en had daarvoor land nodig. In plaats van in hun commissie te zetelen droeg Barrie de rechten van Peter Pan over. In 1988 kreeg het kinderziekenhuis het eeuwigdurend recht op royalty’s van alle commerciële exploitaties op het podium, het grote en kleine scherm en andere publicaties van het verhaal van Peter Pan. Het Great Ormond Street Hospital geeft vandaag de dag hoop aan kinderen over de hele wereld die lijden aan de zeldzaamste, meest complexe en vaak levensbedreigende aandoeningen.
Sir James Matthew Barrie stierf aan een longontsteking op 19 juni 1937. Hij werd begraven naast zijn ouders in zijn Wee Red Toon, Kirriemuir.
De video komt van het YouTube-kanaal van Andrew Birkin. Naast de miniserie ‘J.M. Barrie and The Lost Boys’ schreef Birkin ook een biografie. Daarnaast onderhoudt hij een website over het leven en werk van J.M. Barrie.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.