Stille wateren van Patricia Highsmith

Tegenover vrienden spreekt hij over een tijdelijke dwaling. Maar Melinda’s dwaling duurt nu al 3 jaar. Alleszins laat hij haar gedrag gelaten over zich heen gaan. Zolang Melinda voor hun dochter Trixie zorgt en het huishouden doet, tolereert hij haar seksuele escapades. En speelt hij gastheer voor haar minnaars. Naast zijn vrienden is iedereen in Little Wesley op de hoogte van haar dwaling en zijn eindeloos geduld.

Patricia Highsmith (1921-1995) werd geboren in Texas, groeide op in New York en bracht het grootste deel van haar leven door in Europa. Veel van haar boeken zijn veelvuldig verfilmd, door onder meer Alfred Hitchcock. De gebeurtenissen bij Highsmith zijn vaak onwaarschijnlijk. Maar het ging the queen of suspense vooral om de innerlijke realiteit van haar personages.

Centraal in ‘Stille wateren’ staat dan ook de innerlijke realiteit van Vic Van Allen. En die is heel anders dan zijn onverschillige en gelaten gedrag. Want Vic is jaloers en ergert zich blauw aan de hele situatie. Hij walgt van Melinda. Snapt niet wat ze ziet in die slome en idiote mannen waar ze de koffer mee induikt. Bovendien is ze allesbehalve discreet.

In een poging om zijn vrouw terug voor zich te winnen vertelt Vic voor de grap dat hij een van Melinda’s vroegere minnaars vermoord heeft. De man waar hij het over heeft, is inderdaad vermoord. En het duurt niet lang of iedereen in Little Wesley is op de hoogte van Vics bekentenis. Hoewel de moordenaar gevonden wordt, blijft er niettemin iets hangen van zijn ‘grap’. Als er daadwerkelijk iets raars en ergs gebeurt met een van Melinda’s minnaars is zij er van overtuigd dat Vic er iets mee te maken heeft. Maar kan zij dit wel bewijzen? Is er wel iemand die haar geloofd?

Tot het einde blijf je in het ongewisse. Intussen leef je mee met Vic, zelfs als hij aan het moorden slaat. En krijg je een bloedhekel aan Melinda. Maar dat is juist de crux van dit briljante verhaal: de sympathie die je voor de moordenaar voelt en de antipathie voor het slachtoffer. Je bent overigens niet alleen. Ook in Little Wesley kan Melinda op weinig sympathie rekenen. Enkel in de laatste paragrafen van dit verhaal besef je hoe ongepast je sympathie voor Vic eigenlijk is.

Oorspronkelijke titel: Deep Water.
Jaar van publicatie: 1957.

Schrijven volgens Christie.

Toen Agatha Christie (1890-1976) stierf, had ze het onmogelijke bereikt. Wereldwijd had ze meer dan 2 biljoen exemplaren van haar romans verkocht. Sinds haar eerste boek ‘The Mysterious Affair at Styles’ (1920) had ze enkel maar bestsellers geschreven. Met 66 detectiveromans, 20 toneelstukken, 4 non-fictiewerken, 15 kortverhalen en 6 romans geschreven onder het pseudoniem Mary Westmacott had ze een omvangrijk oeuvre nagelaten.

Na de dood van haar dochter Rosalind in 2004 dook er een opmerkelijke erfenis op: 73 handgeschreven notitieboeken. Die notitieboeken gaven een unieke blik in Christies werkwijze. Christie-expert John Curran schreef er een boek over: ‘Agatha Christie’s secret notebooks. Fifty Years of Mysteries in the Making.’

Schrijven gebeurde in vlagen en opwellingen. Ideeën, oplossingen en invalshoeken voor haar verhalen dienden zich meestal onverwacht aan terwijl ze aan het winkelen was. Of iets in haar huishouden deed. Naast ideeën, observaties en toevallig gehoorde dialogen noteerde ze in haar notitieboeken dingen die ze uit de krant haalde. De krant was een goede bron voor eigenaardige verhalen over gepleegde misdaden of gebruikte vergiften.

Het beeld komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein.

De universele Burgess

De foto van Anthony Burgess is van Mark Hillary via Flickr.

Anthony Burgess (1917-1993) ging ervan uit dat hij snel vergeten zou zijn. Zijn boeken werden inderdaad decennialang niet meer herdrukt. Volgens sommigen schreef hij te snel en te veel, wat ten koste ging van de kwaliteit. Sinds het begin van de 21e eeuw is er in de Angelsaksische wereld echter een vernieuwde belangstelling voor zijn werk.

Dat hij überhaupt voltijds was beginnen te schrijven kwam door een hersentumor. Hoewel de dokters hem nog maar een jaar hadden gegeven, overleefde hij zijn tumor met 33 jaar.

Zijn eenzame jeugd en geloof.

Anthony Burgess werd op 25 februari 1917 geboren in Manchester als John Burgess Wilson. Het jaar daarop stierven zijn zuster Muriel en zijn moeder Elizabeth aan de Spaanse griep. De kleine Jack werd dan ook aanvankelijk door een tante en later door zijn stiefmoeder grootgebracht. Vader Wilson blonk uit in afwezigheid en was meestal dronken.

In zijn eenzame jeugd schreef hij al zijn eerste gedichten en kortverhalen. Nadat hij ‘Prélude à l’après-midi’ van Claude Debussy had gehoord op de radio, liet hij zijn familie weten dat hij componist wou worden. Prompt kreeg hij het antwoord dat daar geen geld mee te verdienen viel. Niettemin leerde Burgess zichzelf piano en viool spelen en muziek lezen, zodat hij muziek kon schrijven en componeren. Op zijn achttiende had hij al zijn eerste symphonie geschreven.

Omdat hij geboren was in een katholieke familie werd de naam Anthony toegevoegd aan zijn naam na zijn plechtige communie. Toen in 1956 zijn eerste boek werd gepubliceerd, was dat onder het pseudoniem Anthony Burgess. Burgess was trouwens de achternaam van zijn moeder.

Als tiener brak hij met zijn katholieke geloof. De obsessie voor de kerk en het geloof bleef. In zijn werk ging hij steeds terug naar spirituele thema’s en speelde de problematiek van goed en kwaad een belangrijke rol.

In dienst van het vaderland.

Op de universiteit van Manchester ontmoette hij zijn toekomstige vrouw Lynne Jones. Jones en Burgess stapte in 1942 in het huwelijksbootje. In die tijd was Burgess sergeant, leidde hij een militaire dansband en was hij afgestudeerd als bachelor of arts in de Engelse letterkunde.

Een groot deel van de Tweede Wereldoorlog was hij gestationeerd in Gibraltar, waar hij als lid van de Army Educational Corps cursussen gaf. Hoewel hij niet erg geliefd was in het leger door zijn lak aan autoriteit, wist het leger zijn flair voor talen te waarderen. Pas in 1946 hing Burgess zijn pet van sergeant-majoor aan de haak. Na een rustige periode als leerkracht koos Burgess in 1953 voor het avontuur door een job te accepteren als officier onderwijs in Maleisië bij de Colonial Office.

In Maleisië hield hij zich tijdens zijn vrije uren bezig met creatief schrijven. Dit creatief schrijven zag Burgess voornamelijk als een hobby voor gentlemen. Toch zag in 1956 zijn eerste roman het publicatielicht. ‘Time for a Tiger’ zou het eerste deel worden van zijn Maleisische trilogie.

Zijn fameuze tumor.

In 1958 verhuisde Burgess en zijn vrouw naar Brunei, op het eiland Borneo. Hier viel Burgess op een dag flauw in een klaslokaal en werd hij ontslagen uit de British Colonial Service. Volgens Burgess hadden de dokters hem toen gediagnosticeerd met een hersentumor en zou hij binnen het jaar sterven. Omdat Burgess Lynne niet onbemiddeld kon achterlaten begon hij als een gek te schrijven. Op een jaar tijd schreef hij 5 romans. En wonder boven wonder was zijn tumor miraculeus verdwenen. Tijdens dat fameus jaar had hij samen met Lynn ook nog 3 romans vanuit het Frans vertaald.

Die tumor was een van de vele verzinsels van Burgess. Jaren later beweerde hij dat hij om politieke redenen ontslagen was. Zijn tumor die geen tumor was, was een cocktail van overwerk, professionele teleurstelling, chronische constipatie en ondervoeding door langdurig alcoholgebruik.

Niet enkel Burgess maar ook Lynne dronk. In tegenstelling tot Burgess bezweek zij in 1968 aan leverfalen; Zij was 47. Vijf weken na haar dood trouwde Burgess met zijn maîtresse, Liana Macellari.

Volgens een vriend van Burgess was Lynne een vreselijke vrouw. En was hun huwelijk stormachtig. Maar zij was zijn muze en een grote hulp voor Burgess bij zijn carrière als schrijver. Alleszins hadden ze tijdens die 6 jaar dat ze in Azië woonden, kunnen sparen. Bovendien had Lynne geld geërfd zodat hij voluit kon gaan voor zijn gentleman-hobby.

Uomo universale.

Voltijds schrijven voor Burgess hield in dat hij 365 dagen op 365 dagen schreef. Per dag schreef hij minstens 1000 woorden. Naast schrijven deed hij ineens ook het corrigeren en reviseren. De dagelijkse copy die hij schreef, was dus op het einde van zijn werkdag pers- of drukklaar. Naast schrijver was hij criticus, journalist, librettoschrijver, componist, essayist, vertaler, linguïst, screenwriter, toneelschrijver en omroeper. Daarnaast vond hij nog tijd om op televisie zijn mening te geven over cultuur. Of reclame te maken voor zijn nieuwste roman.

Burgess is vooral bekend van ‘A Clockwork Orange’, een in zowel taalkundig als inhoudelijk opzicht opmerkelijke roman over de leider van een jeugdbende. Alex en zijn bendeleden communiceren in Nadsat, een taal gebaseerd op Russisch, Bargoens, Romani en Engelse straattaal. Andere bekende romans zijn ‘A Long Day Wanes’ (een trilogie over de dekolonisatie van Maleisië) en Earthly Powers (Machten der duisternis), waarvoor hij in 1980 de Charles Baudelaireprijs kreeg. Gekend zijn ook zijn critische studies van James Joyce, William Shakespeare, Ernest Hemingway en D.H. Lawrence.

Als journalist schreef hij over alle mogelijke onderwerpen: van het testen van een wagen tot het bespreken van goulash. Dit in het Engels, Italiaans of Frans. Burgess kon zich verder nog uitdrukken in het Maleisisch, Russisch, Duits, Spaans, Italiaans en Welsh.

Omwille van belastingsredenen verruilde hij eind jaren 60 Engeland voor Malta, gevolgd door verblijven in respectievelijk Italië, Frankrijk, de VS en Monaco. Hoewel hij dacht dat hij ergens zou sterven in een Zuid-Europees land, keerde hij voor zijn dood terug naar Engeland. Hier stierf hij op 22 november 1993 aan longkanker. Op zijn sterfbed schreef hij nog de roman ‘Byrne’, over een Ierse Don Juan en bigamist.

Naast een omvangrijk artistiek oeuvre liet Burgess een erfenis na van 3 miljoen dollar en een groot portfolio van huizen en appartementen.