De pest van Albert Camus

Over de sluimerende bacil van de pest.

Op een morgen struikelde dr. Bernard Rieux over een dode rat, die midden op het portaal lag. Hij schoof het dier gedachteloos opzij. Eenmaal op straat bedacht hij zich en ging de conciërge waarschuwen. Als de dokter ’s avonds thuiskwam, zag hij een rat in het portaal sterven. De dag daarop lagen er drie dode ratten in het portaal. Nog een dag later ging het om tien dode ratten. Het was geen alleenstaand geval. Overal in Oran vonden de mensen dode ratten.

Tien dagen later werd dr. Rieux bij de conciërge geroepen. De man kon niet meer. Hij had hevige pijnen in zijn liezen en onder zijn oksels. Later waren zijn lymfeklieren in zijn hals en ledematen gezwollen, en kreeg hij geleidelijk grote builen op zijn lichaam. Dr. Rieux liet hem isoleren, maar toen was het al te laat. Het was niet het enige sterfgeval. Er stierven nog mensen. Zij hadden allemaal dezelfde symptomen. Het duurde niet lang of de stad werd afgesloten en de noodtoestand uitgeroepen. Pas een jaar later gingen de stadsmuren terug open en was de strijd tegen de pest gestreden.

Volgens algemene opinie waren de merkwaardige gebeurtenissen tijdens dat jaar niet op hun plaats. Bovendien is het Algerijnse Oran maar een alledaagse, lelijke en saaie stad. De verteller van het verhaal heeft zijn eigen ooggetuigenverslag opgenomen, maar krijgt ook van andere ooggetuigenverslagen. Het verhaal volgt dan ook verschillende personages, elk met hun eigen visie op dood, leven en omgaan met de absurde situatie waarin ze leven. ‘De pest’ getuigt van wat gebeurd is, niet meer mag gebeuren, maar sowieso terug zal gebeuren. De bacil van de pest sterft immers nooit; zij sluimert.

Hoewel er weinig gebeurt in ‘De pest’ geeft het veel stof tot nadenken. Naast schrijver was in de Algerije geboren Camus ook filosoof. Hij ontwikkelde zijn eigen filosofie: het absurdisme, dat ontstond in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Het absurdisme zit dan ook verwerkt in zijn literaire erfenis. Zijn meest geliefde roman ‘De pest’ is een allegorie, waarin de associaties met het nazisme overduidelijk zijn. Het is evenwel geen werk verstild in de tijd waarin het geschreven is, maar een klassieker die je toch minstens een keer moet gelezen hebben.

 

 

Oorspronkelijke titel: La Peste.
Jaar van publicatie: 1947

Het meisje met alle gaven van M.R. Carey

Dystopisch horrorverhaal.

Elke ochtend wacht Melanie in haar cel tot ze wordt opgehaald. Onder zware bewaking wordt ze in een rolstoel gezet en naar het klaslokaal gebracht. Melanie is tien, leert graag en houdt enorm van Griekse mythen. Ze houdt vooral van juffrouw Helen Justineau. Soms komen er kinderen bij in haar klas, soms verdwijnen er.

Naast de leerkrachten en militairen die de kinderen bewaken, is er Caroline Caldwell. Wat Caldwell juist doet, is niet duidelijk voor Melanie. Tot ze op een dag naar het laboratorium van Caroline Caldwell wordt gebracht. Net als Caldwell iets vreselijks met Melanie wil doen, wordt de basis aangevallen. Na de aanval blijven enkel Caroline Caldwell, Helen Justineau, sergeant Parks, soldaat Kieran Gallagher en Melanie over. De volwassenen besluiten naar Beacon, hun hoofdbasis te gaan. Ondanks de bedreiging die Melanie voor hen vormt, nemen ze haar mee. Melanie mag er dan wel uitzien als een lief schattig meisje, ze is een honger.

Ondanks mijn bedenkingen of ik dit wel een boek voor mij ging zijn, wou ik het niettemin proberen. Vooral de titel intrigerende me. ‘Het meisje met alle gaven’ verwijst namelijk naar Pandora. Volgens de Griekse mythologie was Pandora de eerste vrouw. Ze werd door de goden naar de aarde gestuurd om onheil over de mensen te brengen. In dit verhaal is het onheil al gebeurd, want in de maatschappij die Carey beschrijft, wil je niet leven. ‘Het meisje met alle gaven’ is dan ook een dystopisch verhaal met horrorelementen. Je leest het best niet voor het slapen gaan!

Sommige beschrijvingen waren voor mij té gruwelijk en te langdradig, maar ‘Het meisje met alle gaven’ kent ook heel ontroerende momenten. Het is een verhaal over vertrouwen, deel uitmaken van een familie en identiteit. Zo komt Melanie tijdens de tocht naar Beacon te weten wat ze is. Ze ondergaat bovendien een geleidelijke transformatie naar volwassenheid, die heel geloofwaardig blijft. Niet enkel Melanie, ook de andere personages worden knap neergezet. Enkel het einde was overhaast. De clou mocht meer uitgewerkt zijn. Niettemin een intrigerend verhaal, dat de hype verdient.

 

Oorspronkelijke titel: The Girl with All the Gifts.
Datum van publicatie: 2014.

Schipbreuk van Akira Yoshimura

Wachten op een schipbreuk.

Met ‘Schipbreuk’ van Akira Yoshimura zit je in een afgelegen, arm vissersdorp in de Japanse middeleeuwen. Visvangst en zoutwinning brengen vaak niet genoeg op, zodat de dorpelingen zich moeten verkopen voor contractarbeid. Jaarlijks hopen de dorpelingen op de komst van een ofunesame: een schip dat in de storm op de klippen slaat als geschenk van de goden. Dankzij de lading van zo’n schip kan het dorp weer even overleven.

Bij aanvang van het verhaal heeft Isaku’s vader zich in ruil voor graan voor drie jaar contractarbeid verkocht. Isaku, 9 jaar, is nu het hoofd van het gezin. Hij is verantwoordelijk voor zijn moeder, zijn jongere broer en zusjes. Vlak voordat zijn vader terug verwacht wordt, strandt er een schip. De lading van dit schip brengt het dorp allesbehalve de zegen.

De vergankelijkheid van het leven is een belangrijk thema in de Japanse literatuur. Centraal in ‘Schipbreuk’ staat dan ook: leven en dood. Een groot deel van het verhaal gaat over het leven van de dorpelingen aan de hand van de seizoenen. Naast de wisselende seizoenen met zijn tradities en gebruiken zijn er de huwelijken, de geboortes en overlijdens. Het wordt haast monotoon en het verhaal kent nogal wat herhaling, maar gelukkig wordt het nooit saai. Yoshimura’s taalgebruik is simpel, haast poëtisch in zijn eenvoud. En hoewel er schijnbaar weinig gebeurt, gebeurt er juist heel veel.

Wat met Isaku’s familie en het dorp gebeurd is, heeft zo moeten zijn. Isaku accepteert dan ook zijn lot, wat niet zo makkelijk te begrijpen is vanuit onze cultuur. Isaku, en daarmee ook de lezer, observeren het leven in het dorp. Als je het verhaal ontdoet van de Japanse tradities en gewoontes, heb je een verhaal over de strijd om te overleven, het noodlot, en de impact van de natuur.

 

Oorspronkelijke titel: Hasen.
Jaar van publicatie: 1982.