Kinderidool Paddington nu ook filmster

Sinds eind november speelt de film ‘Paddington’ in de bioscoopzalen. De film is gebaseerd op de boeken van Michael Bond. Michael Bond werkte als cameraman, wanneer hij tijdens de kerstaankopen in 1956 een kleine eenzame speelgoed teddybeer ontdekte bij Selfridges. Michael kocht het beertje voor zijn vrouw, Brenda. Daar Michael en Brenda in de nabijheid van Paddington Station in Londen woonden, noemden ze de teddybeer: Paddington.

Tien dagen na de aankoop van het beertje had Michael een boek geschreven over een beer genaamd Paddington. Paddington is een jonge bruine beer uit Peru, die in Londen belandt en in Paddington Station wordt opgemerkt door de familie Brown, die hem adopteert. Beertje Paddington heet voluit dan ook Paddington Brown. Als het boek ‘A bear called Paddington’ in 1958 verscheen, veroverde het al heel snel de kinderharten.

Bond schreef meer dan 20 verhalen rond het beertje dat altijd in de problemen komt, maar de beste bedoelingen heeft. Naast de boeken, die intussen in meer dan 40 talen zijn vertaald, en verschillende televisieseries en pluchen varianten, is er nu de film.

Paddington_Bear_in_bronze
Standbeeld van Paddington in Paddington Station, Londen.

Bron: Wikipedia en website Michael Bond.
De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van shrinkin’violet uit Bristol, UK.

Steenkoud van Stuart MacBride

Een rauw verhaal.

‘Steenkoud’ speelt zich af in het winterse Aberdeen, waar aan kroegen, kerken en regen geen gebrek is. Inspecteur Logan McRae gaat na een lange afwezigheid terug aan het werk. Omdat Logan een steekpartij overleefde, noemen zijn collega’s hem ‘Lazarus’. Net als Lazarus keerde Logan terug uit de dood.

Op Logans eerste werkdag wordt het lichaam van een driejarig jongetje gevonden. In de dagen daarna krijgt hij te maken met een vermoord meisje, twee verdwenen kleuters en een afrekening in het gokmilieu. Daarenboven wordt Logan ingedeeld bij een andere hoofdinspecteur en krijgt hij een assistente: agente Jackie Watson, bijgenaamd de ballenbreekster. Op de achtergrond speelt een rechtszaak tegen een verpleger, en is er nog een psychiatrische patiënt die een zelfstandig leven buiten een inrichting niet aankan. En blijkbaar is er iemand binnen het korps die de lokale krant tipt. Kortom, genoeg elementen die je aandacht vragen als lezer.

‘Steenkoud’ is een rauw verhaal. Die rauwe toonzetting en de humor van de schrijver zorgde ervoor dat het verhaal me pas halverwege het boek begon aan te spreken. Ook was het wennen aan de karakters. MacBride voert kleurrijke karakters op, die interessant zijn uitgewerkt. Het stoorde me aanvankelijk dat Logan terug kwam uit ziekteverlof, want zo leek het alsof het hier ging om een tweede boek in de reeks, terwijl ‘Steenkoud’ MacBride’s debuut was. Aanvankelijk lijkt er een verband te zijn tussen de verschillende zaken, maar je wordt als lezer vaak op het verkeerde been gezet. Ondanks de clichés beviel dit boek me wel.

Oorspronkelijke titel: Cold Granite.
Jaar van publicatie: 2005.

Vertaling: Peter van Dijk.

Butcher’s crossing van John Williams

Een anti-western.

Na zijn Harvardopleiding in 1870, trekt de jonge Will Andrews naar het echte Amerika. Op aanraden van zijn vader, een lekenpredikant, is Will op zoek naar huidenhandelaar McDonald. Will vindt McDonald uiteindelijk in Butcher’s Crossing, een gehucht ergens op de prairie in Kansas. Via McDonald leert Will bizonjager Miller kennen. Miller weet Will zo ver te krijgen, dat hij hem geld geeft voor een expeditie naar een verstopte vallei met duizenden bizons.

Naast Andrews en Miller bestaat de expeditie verder uit Schneider en Hoge. Als ze de vallei vinden, wil Miller niet weggaan vooraleer hij elke bizon gedood heeft. Verrast door de plots invallende winter is het viertal verplicht om langer te blijven dan voorzien. Na negen maanden komen de drie overblijvende mannen, zonder huiden, aan in Butcher’s Crossing. Het gehucht is in de tussentijd enorm veranderd.

Helemaal op het einde heeft Andrews het over de ijdelheid die hem en andere drijft, waardoor het verhaal ineens iets moralistisch krijgt. Als er een moraal is, dan is ze goed weggestopt. De ijdelheid waar Andrews het over heeft, doet me ongewild denken aan de zeven hoofdzonden. In vergelijking met de ruige allesoverheersende natuur in ‘Butcher’s Crossing’ kan de mens enkel nietig zijn, en allicht ook zondig. In zijn setting is ‘Butcher’s Crossing’ een echte western. Qua verhaal is het eerder een anti-western, mits er geen stoere helden zijn, die sneller schieten dan hun schaduw.

Over helden gesproken: aanvankelijk lijkt Will de protagonist, maar de focus verschuift geleidelijk naar de groep en dan naar de natuur. Omdat Williams meestal de achternaam van de expeditieleden gebruikt, is er een bepaalde afstandelijkheid. Ik had zo weinig voeling met de karakters. Toegegeven, ik kan weinig sympathie opbrengen voor een groep mannen, die bizons nodeloos afslacht. Ik heb bijgevolg geen boodschap aan hoe je een bizon best neerschiet en vilt. Hoewel ik beducht was voor het dieronvriendelijke karakter, viel dit redelijk mee. Al bij al deel ik het enthousiasme rond Butcher’s Crossing niet.

Oorspronkelijke titel: Butcher’s Crossing
Jaar van publicatie: 1960