Schrijven volgens Shafak

Het werk van de Turks-Britse schrijfster Elif Shafak (1971) wordt in meer dan 50 talen vertaald. In Turkije is de veel gelauwerde Shafak de best verkopende vrouwelijke schrijfster. Eigenlijk heet ze Şafak, maar in het Engels werd dit Shafak.

Elif Şafak werd geboren in Frankrijk in een intellectueel maar disfunctioneel gezin. Na de scheiding van haar ouders werd ze grootgebracht door haar moeder en grootmoeder in Turkije. Naast Ankara bracht ze haar tienerjaren door in Madrid (Spanje) en Amman (Jordanië). Ze heeft een diploma in Gender- en Vrouwenstudies en behaalde een doctoraat in de Politieke Wetenschappen.

Na een aantal Turkse romans schreef ze haar eerste Engelse roman in de Verenigde Staten, waar ze werkte als onderzoekster aan de Mount Holyoke Women’s College in South Hadley, Massachusetts. Haar tweede Engelse roman ‘The Bastard of Istanbul’ (De bastaard van Istanbul) in 2006 leverde haar een vervolging op in Turkije. Een van haar personages had de moorden op de Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog namelijk een genocide genoemd. Şafak werd vrijgesproken.

In 2019 heette het dat ze seksueel geweld en kindermishandeling vergoelijkt. Hiervoor kan in ze in Turkije vervolgd worden. Gelukkig leefde ze dan al met haar gezin in Londen. In haar zelfopgelegde ballingschap draagt ze Istanbul echter nog steeds in haar hart.

Istanbul, de Ottomaanse cultuur en het soefisme heeft haar aandacht. Net als feminisme, vrije meninguiting en de rechten van seksuele minderheden. Naast fictie en non fictie schrijft ze voor Europese en Amerikaanse kranten en tijdschriften.

Het beeld bij dit blog is van Chris Boland; www.chrisboland.com.

Vijf kleine biggetjes van Agatha Christie

Het lang, slank meisje van even in de twintig was een en al vitaliteit. Zij was het genre vrouw waar je beslist nog een tweede maal naar kijkt. Door haar aanwezigheid voelde Poirot zich kwiek, verjongd en geïnteresseerd. Nadat zij haar zaak uitlegde, begreep Poirot aanvankelijk niet wat zij van hem verlangde.

Zestien jaar geleden was Carla 5 jaar oud. Op een dag moest ze plots haar ouderlijk huis verlaten en werd ze meegenomen naar een boerderij. Toen ging ze op een boot naar Canada. In Montreal ging ze wonen bij haar oom Simon en tante Louise. Van hen kreeg ze haar Canadese naam, Lemarchant. Maar ze vergat nooit dat ze ooit een andere had gehad.

Op haar eenentwintigste kreeg ze de waarheid te horen. Haar moeder Caroline had haar vader Amyas Crale vermoord. Doordat er verzachtende omstandigheden waren is haar moeder niet opgehangen maar is haar vonnis omgezet in levenslange dwangarbeid. Een jaar na het proces stierf Caroline. Voor ze stierf schreef ze een brief aan haar dochtertje; Ze wou haar hierin de zekerheid geven van haar onschuld.
.
Poirot accepteert Carla’s verzekering van haar moeders onschuld niet, maar wil niettemin de waarheid voor haar achterhalen. Vooreerst gaat hij naar de verdediger. De verdediging had het toen op zelfmoord gegooid. Maar de levenslustige Amyas Crale was de man er niet naar om zelfmoord te plegen. Bovendien deed Caroline geen enkele poging om zichzelf te rechtvaardigen. Zij en Amyas leefden al jaren als kat en hond. Hij legde het steeds met andere vrouwen aan. Dat was nu eenmaal zijn temperament als artiest. Zijn liefdesgeschiedenissen waaiden altijd over want hij hield alleen van haar. Maar voor zijn laatste verovering wou hij zijn vrouw verlaten, waarop Caroline hem bedreigde met de dood.

Na de verdediger gaat de Belgische detective naar de 5 getuigen, die hij de 5 kleine biggetjes noemt. De curieuze titel ‘Vijf kleine biggetjes’ verwijst naar een Engels kinderrijmpje. Dame Agatha Christie had iets met kinderrijmpjes: titels van haar detectives verwezen er vaak naar. In de VS kreeg dit Poirot-verhaal de titel ‘Murder in Retrospect’. Poirot laat de getuigen immers terugblikken op die fatale dag.

Al bij al herinneren de biggetjes zich meer dan voldoende. Doordat bijna iedereen ervan overtuigd is dat Caroline Crale het had gedaan, ligt haar schuld er iets te dik bovenop. Zij zal inderdaad onschuldig zijn. Maar als zij onschuldig is, wie heeft het dan gedaan? Uiteraard moet het een van de 5 biggetjes zijn. Naar goede Poirot-traditie worden de getuigen in de finale opgetrommeld voor een confrontatie. En jawel hoor, de kleine grijze celletjes weten het weer op te lossen. De ontknoping is aannemelijk en er hangt zelfs een belofte van eerherstel voor Caroline Crale in de lucht. Eind goed, al goed.

Oorspronkelijke titel: Five Little Pigs.
Jaar van publicatie: 1943.

Vertaling: L.J. Verver. Under exclusive license to Overamstel Uitgever bv, 2015.

Klein eiland van Andrea Levy

Tijdens een schrijfcursus kreeg ze de raad: schrijf over wat je kent. Dus begon Andrea Levy (1956-2019) te schrijven over haar ervaringen als zwarte Britse vrouw in een overwegend witte maatschappij. Voor haar vierde roman ‘Klein Eiland’ pakte ze het anders aan: ze luisterde naar de verhalen van haar familieleden.

Klein eiland gaat over de immigratie vanuit Jamaica naar Engeland in 1948. Naast de onnuchtering en desillusies rond die immigratie waren er de oorlogsherinneringen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden namelijk vele duizenden Jamaicanen bij de RAF gediend, onder hen ook Levy’s oom en vader.

Levy’s ouders, Winston en Amy behoorden tot de Windrush Generation. Na de Tweede Wereldoorlog had het Verenigd Koninkrijk immigranten nodig om hun land te helpen heropbouwen. Vanaf 1947 kwamen immigranten vanuit de verschillende landen van de Commonwealth naar het moederland, waar ze naast werk ook een Brits paspoort kregen. Vooral mensen uit Brits-West-Indië (Bahama’s, Jamaica, Trinidad en Tobago, de Britse Maagdeneilanden…) maakten de overtocht naar Engeland met de oceaanstomer HMT Empire Windrush.

‘Klein eiland’ bleek een gouden zet. Het leverde Levy onder meer de Whitbread Book of the Year, de Commonwealth Writers’ Prize en de Orange Price for Fiction op. Bovendien werd het verwerkt voor het theater en het kleine scherm.

Voor ‘Klein eiland’ koos Levy voor vier vertelperspectieven: Hortense Joseph, Gilbert Joseph, Queenie Bligh en Bernard Bligh. Hortense en Gilbert zijn zwart. Queenie en Bernard wit.

Voor mij waren de verhalen van Hortense en Gilbert belangwekkend. Bij de verhalen van Queenie en Bernard verslapte mijn aandacht aanzienlijk. Bernards verhaal heb ik amper gelezen. Zijn Indiaas oorlogsverhaal staat voor mijn gevoel los van de verhalen van Hortense, Joseph en Queenie.

De drie andere verhalen komen wel samen. Aanvankelijk arriveert Hortense in Londen, waar Gilbert al zes maanden verblijft. Gilbert is een van de huurders van Queenie. Queenie is een oude kennis van Gilbert van toen hij diende bij de RAF. Hoewel de oorlog al drie jaar voorbij is, is Bernard nog steeds niet thuisgekomen.

Ik snap wel wat de schrijfster beoogde met haar vier perspectieven. Terwijl Bernard naar de oorlog gaat omdat hij moet, is Gilbert als zwarte man met een joodse vader dubbel gemotiveerd om te gaan vechten. Als dochter van een slager, opgegroeid op een boerderij keren Queenies kansen aanzienlijk als ze trouwt met een goede partij. Voor Hortense daarentegen weegt haar opvoeding zwaarder door dan haar opleiding als lerares, waardoor ze geen les kan geven in de school van haar keuze. In Engeland blijkt dan weer dat haar opleiding en diploma niets waard zijn. De vier perspectieven zorgen immers voor de nodige contrasten en tegenstellingen.

Maar ik, ik wou liever blijven lezen over Hortense en Gilbert.

Al bij al gaat dit boek mij wel bijblijven. Dit vooral door het openlijk racisme. Helemaal tenenkrommend is hoe het Amerikaanse leger in het Verenigd Koninkrijk vasthield aan zijn rassensegregatie. En dan is er nog het gegeven van de gekleurde oorlogsbaby’s, waar de Engelse maatschappij geen raad mee wist.

Oorspronkelijke titel: Small Island.
Jaar van publicatie: 2004.

Nederlandse vertaling: Arthur de Smet en De Geus BV (2007).

De trailer bij deze recensie komt van het kanaal van National Theatre op YouTube.