Spotlight op: Pallieter

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag is het spotlight gericht op: Pallieter van Felix Timmermans.

Na een coma bracht Felix Timmermans (1886-1947) met ‘Pallieter’ (1916) een loflied uit op het leven. Timmermans’ loflied kende meer dan dertig drukken en vestigde zijn naam als schrijver. In zijn later werk typeerde Timmermans als geen ander het Vlaamse buitenleven, wat versterkt werd door zijn gebruik van kleurrijk dialect.

In ‘Pallieter’ gunt Timmermans ons een blik in het leven van een levensgenieter. Pallieter melkt de dag, leeft van dag tot dag en van kermis naar kermis. Samen met een heleboel dieren en een huishoudster leeft Pallieter in huize Reynaert. Tijdens een groot feest ontmoet hij Marieke en vraagt hij haar ten huwelijk. Toch blijft de vrijheid lonken. De komst van een spoorweg naar zijn idyllisch stukje grond is de aanleiding om met vrouw en kinderen de wijde wereld in te trekken.

Omdat het boek de lusten opwekte, verbood de kerk het. In 1933 verscheen een gekuiste versie.

In die eerste Lieve vrouwkensdagen was de Lente ziek. De zon bleef weg en klaterde maar van tijd tot tijd, zoo door een wolkenholleken, een bussel licht op de gele boterbloemen.

De foto van Felix Timmersmans bij dit bericht komt van Wikimedia Commons.

Het rapport van de gendarme van Georges Simenon

“Boerderij Le Gros-Noyer, in Sainte-Odile, via Fontenay-le-Comte. De weg naar La Rochelle nemen en vijf kilometer voorbij Fontenay afslaan naar Maillezais.”

Het papiertje met de aanwijzingen lag bij de tafelpoot. Het was net daarvoor uit één van de zakken van de kleding van de onbekende man gevallen. De gendarme merkte nog net op tijd op dat Joséphine Roy het papiertje had opgeraapt. Étienne was er zeker van dat zijn vrouw het had willen verdonkeremanen. 

Het was een zaterdag, zoals elke zaterdag geweest. De oude Roy was bij de dieren. Étienne was naar Fontenay-le-Comte. De vrouwen hadden gewerkt op de zolder. Het was daar, door het ronde raam, dat Lucile om half vijf iemand zag liggen bij de dikke, omgevallen notenboom. Later nadat de bestelwagen van Ligier, de poelier van Sainte-Odile was langsgereden, zag Lucile dat de onbekende meer naar rechts lag van waar ze hem eerst had gezien.

Nu ligt de man in een bed op de bovenverdieping. De gendarme probeert te achterhalen wie de man is, en waarom hij op weg was naar de boerderij. 

Merkwaardig: de blikken zoeken elkaar, ontvluchten elkaar, glijden weg, blijven aan iets willekeurigs hangen, zoeken elkaar opnieuw en ontsnappen zodra ze elkaar hebben gevonden. 

Als lezer merk je al snel dat er onderhuidse spanningen zijn tussen de gezinsleden. Hoewel niemand van het gezin ook maar iets te maken heeft met het ongeluk, is er duidelijk iets gaande. Maar wat? Nadat je iets meer te weten komt over de rare vader, de onstuimige dochter en de rokkenjagende oude Roy, focust het verhaal zich meer en meer op de sterkhouder van het gezin, de moeder.

‘Het rapport van de gendarme’ begint als een misdaadverhaal. Maar verschuift meer en meer naar een psychologisch drama, waarin vermoedens de uitkomst bepalen. Een familiedrama is onvermijdelijk. Weer een pareltje van Simenon, dat vorig jaar voor het eerst in het Nederlands werd vertaald door Reintje Groos en Jan Pieter van der Sterre.

Oorspronkelijke titel: Le rapport du gendarme.
Jaar van publicatie: 1944.

Fictieve held: de gentleman-inbreker

Umberto via Unplash

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige vinden hun weg naar andere cultuuruitingen. Dit dankzij hun intelligentie en hun lange vingers. Arsène Lupin is de bekendste. Maar zeker niet de enige. 

De gentleman-inbreker staat in de schaduw van Sherlock Holmes. Want net als de grote detective is de gentleman-inbreker een meester in de vermomming. 

Van links naar rechts: Raffles en Bunny, Arsène Lupin en Lord Lister.

A.J. Raffles.

Cricketspeler Arthur J. Raffles was de eerste gentleman-dief. Zijn geestelijke vader, E.W. Hornung (1866-1921), was getrouwd met een zus van Sir Arthur Conan Doyle. Voor de creatie van Raffles en zijn assistent Harry ‘Bunny’ Manders baseerde Hornung zich op zijn vrienden Oscar Wilde en Lord Alfred Douglas. En op de literaire helden van zijn beroemde schoonbroer. 

Doyle vond het geen goed idee dat Hornung een crimineel tot held verhief. Maar Raffles en Bunny wisten de lezer al snel voor zich in te palmen. Holmes bleef weliswaar de populairste, maar Raffles wist de tweede plaats te verzekeren. 

Arsène Lupin.

Ook in Frankrijk stonden mensen in de rij voor de avonturen van Holmes en Raffles. Een Frans antwoord drong zich dan ook op.

Uitgever Pierre Lafitte van het wetenschappelijke tijdschrift ‘Je sais tout’ vroeg aan schrijver Maurice Leblanc (1864-1941) of hij een feuilleton kon voorzien met een personage gebaseerd op Raffles dat de concurrentie aankon met Sherlock Holmes. Het feuilleton dat Leblanc aanleverde, heette: ‘L’Arrestation d’Arsène Lupin’ (1905). Door het grote succes van het feuilleton zag Leblanc zich genoodzaakt om Lupin te laten ontsnappen uit de gevangenis. 

In tegenstelling tot Raffles wiens avonturen duurde tot 1914, bleef Lupin tot aan de dood van Leblanc avonturen beleven. Leblanc dacht er meermaals aan om te stoppen met Arsène Lupin. Maar de gentleman-dief was te populair. Voor de Fransen is Arsène Lupin overigens nog steeds een icoon. 

Naast de gelijkenissen tussen de twee gentleman-dieven zijn er ook verschillen. Voor beide is stelen weliswaar een sport, maar voor Raffles is het een noodzaak. Lupins motief is wraak: hij wil het onrecht wreken dat zijn vader is aangedaan. 

Lord Lister.

Met Lord Lister creëerde Kurt Matull een Duitse Raffles. ‘Lord Lister, genannt Raffles, der Meisterdieb’ verscheen in 1908 in een Duits pulpblad. Zijn avonturen verschenen onder meer in Nederland en België.

Inspecteur Baxter van Scotland Yard vroeg Sherlock Holmes of hij hem kon helpen bij het klissen van Lord Lister. Maar Holmes bedankte daarvoor.