Spotlight op: Het ijs.

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag is het spotlight gericht op: Het ijs van Anna Kavan.

Anna Kavan werd geboren als Helen Emily Woods (1901-1968) in een gegoede Britse familie in Cannes (Frankrijk). Haar jeugd bracht zij door in Europa en de VS. In haar fictie voerde zij vooral disfunctionele familiale relaties op. Haar jeugd had ze als eenzaam ervaren en haar ouders als nalatig in hun zorg.

Toen ze 19 was, trouwde ze met een ex-lief van haar moeder. Haar huwelijk met de 29-jarige Donald Ferguson duurde maar 3 jaar. Met Ferguson woonde ze in Birma. In Birma was haar carrière als schrijfster begonnen. De publicatie van haar eerste roman A Charmed Circle kwam er in 1929. Intussen was zij hertrouwd en had ze heroïne ontdekt.

A Charmed Circle en de daarop volgende vijf romans bracht Woods uit onder het schrijverspseudoniem Helen Ferguson.

Toen in 1938 haar tweede huwelijk spaak liep en ze een zelfmoordpoging ondernam, werd ze opgenomen in een privékliniek in Zwitserland. Voor de rest van haar leven werd ze meermaals opgenomen voor ofwel een zelfmoordpoging, een depressie of haar heroïneverslaving.

In 1939 nam ze de naam Anna Kavan aan.

Haar eerste werk als Anna Kavan was Asylum Piece (1940), een bundel kortverhalen over onthechting en mentale problemen. Deze bundel was haar eerste experimenteel werk. Er zouden er nog volgen. Kavan experimenteerde de daarop volgende jaren met realisme, surrealisme en absurdisme. In 1967 – een jaar voor haar overlijden – verscheen dan uiteindelijk de roman die haar succes bracht, Ice (Het ijs). Een bevreemdende roman, die nergens mee te vergelijken is en die werd uitgeroepen tot de beste sciencefiction roman van het jaar.

In een bevroren, post-nucleair landschap begint een anonieme verteller een zoektocht naar een vreemd en ongrijpbaar meisje. Voor haar steekt de verteller bevroren zeeën over en baant zich een weg door verwoeste steden, om haar te bevrijden uit de greep van een tiran, voordat het ijs om hen heen dichtslibt.

Haar haar was verbazingwekkend, zilverwit, het haar van een albino, glinsterend als maanlicht, als door de maan beschenen Venetiaans glas. Ik behandelde haar als een meisje van glas; soms leek ze nauwelijks echt te zijn.

25 mei 1895: Wilde veroordeeld voor ontucht.

Op 25 mei 1895 werd schrijver Oscar Wilde (1854 – 1900) veroordeeld tot twee jaar dwangarbeid. Zijn misdaad: ontucht. Wildes seksuele handelingen met mannen waren in strijd met de sociaal-ethische normen van zijn tijd.

Meer nog, het was een misdaad.

Het was allemaal begonnen in februari 1895 toen de Markies van Queensberry (1844 – 1900) Oscar Wilde beschuldigde van sodomie. Wilde had toen al vier jaar een relatie met Lord Alfred Douglas (1870 – 1945), een zoon van de Markies van Queensberry. Wilde ging in het verweer en begon een proces wegens smaad tegen de markies.

Het was aan de verdediging van de markies om te bewijzen dat de beweringen van hun cliënt hout sneden. Privédetectives werden ingezet en die vonden mannen die Wilde betaald had voor seks, en die bereid waren dit onder ede te verklaren.

Op aanraden van zijn verdediging liet Wilde de beschuldigen van smaad tegen de markies vallen. Daarop maakte de markies de bewijzen van Wildes ontucht over aan Scotland Yard.

In de rechtszaak van de staat tegen Oscar Wilde kwam op 25 mei 1895 een einde met een veroordeling tot 2 jaar dwangarbeid. Een ongewoon zware straf voor een man uit een prominente Ierse familie.

De mediagekte rond Oscar Wilde kwam daarmee niet tot een einde. De kranten bleven over Wilde schrijven. En zijn naam viel bij elke misdaad waarbij een man seksuele handelingen had verricht met een andere man. Homofobie nam toe. Voor de man in de straat waren homomannen seksuele roofdieren.

Ook werd kunst geassocieerd met homo-erotiek en een overmatige interesse in kleding met verwijfdheid.

Boeken volgens Steinbeck

Op 20 september 1943 schreef John Steinbeck (1902 – 1968) aan zijn vrouw: “ik heb dingen gedaan die ik moest doen, en ik denk niet dat iets me ertoe zal brengen ze opnieuw te doen.” Eerder die maand had Steinbeck de geallieerde landing in Italië meegemaakt. Twijfels over zijn eigen moed waren daarbij snel verdwenen.

Tijdens de explosies in Italië waren zijn trommelvliezen gebarsten en was hij geraakt door granaatscherven. Een jaar later raakte Steinbeck weer gewond tijdens een explosie in Noord-Afrika. Hij werkte dan wel als oorlogscorrespondent, naast eten en drinken met de soldaten achter vijandelijke linies, vocht hij ook met hen mee.

In Noord-Afrika raakte hij oorlogsmoe en nam hij ontslag.

Als oorlogscorrespondent concentreerde Steinbeck zich op de menselijke kant van de oorlog, in plaats van op de gevechten. En vertelde hij de verhalen van diegene die tijdens de oorlog amper aandacht kregen, maar die toch belangrijk waren voor de oorlogsinspanningen zoals mijnenvegers en havenarbeiders. Die aandacht was immers zijn handelsmerk als schrijver.

Zijn verslagen voor de New York Herald Tribune werden in 1958 gebundeld onder de titel Once There Was a War.