De ongewone lezer van Alan Bennett

Ze was haar hondjes gevolgd. Die waren aan het keffen naar iets wat zich op een van de binnenplaatsen bevond. Het was een bibliobus. Hij stond naast de vuilbakken voor een van de keukendeuren. Het was een gedeelte van het paleis waar de koningin zelden kwam. Omdat ze haar hondjes amper wist te kalmeren, ging ze het trapje van de bus op om zich te verontschuldigen. Nu zij in de bibliobus was, diende zij een boek te lenen. Maar wat diende ze te lenen? Ze had nooit belangstelling voor lezen gehad. Dan zag ze een boek van Dame Ivy Compton-Burnett. De naam was haar bekend want zij had de schrijfster in de adelstand verheven.

De week daarop ging de koningin terug naar de bibliobus. Ondanks het geploeter had ze het boek uitgelezen. Zo was ze immers opgevoed. Het tweede boek dat ze meenam beviel haar beter. Het beviel haar zo goed dat ze zelfs een licht griepje voorwendde zodat ze kon blijven lezen. De koningin ontdekte al snel dat het ene boek naar het andere leidde. Gezien haar leeftijd – zij was toen al 70- had ze veel tijd in te halen. De dagen waren sowieso te kort voor Elizabeth II van Engeland om al de boeken te lezen die ze wou lezen. Ook was er spijt om de vele momenten die ze onbenut had gelaten. Ze had immers al veel schrijvers ontmoet.

“Nu troffen ze haar dikwijls aan in vreemde, weinig gefrequenteerde uithoeken van haar diverse paleizen, met de bril op het puntje van haar neus en een notitieboekje en schrijfgerei naast zich.” 

De leeswoede van de koningin blijft niet zonder gevolg. Haar taken voert ze nog steeds plichtsgetrouw uit, maar ze beperkt zich tot het strikt noodzakelijke, want er ligt immers een boek op haar te wachten. Uiteindelijk krijgt haar secretaris Sir Kevin de opdracht om haar te laten stoppen met lezen, want de lezende koningin zorgt voor gênante en pijnlijke situaties. Meer nog, het is ronduit subversief.

Subversiviteit is niet iets wat je associeert met de Engelse koningin en het instituut dat ze vertegenwoordigt. ‘De ongewone lezer’ is een dolkomische politieke satire, die een interessant inkijkje geeft in de verhoudingen tussen de koningin en haar hofhouding. De koningin wordt door Bennett subliem en menselijk neergezet. Bovendien is de leeswoede van de koningin heel herkenbaar voor de veellezers onder ons. ‘De ongewone lezer’ is dan ook een ode aan het lezen. Alleen zal jouw en mijn leeswoede nooit zo’n verstrekkende gevolgen hebben voor een natie, als die van Elizabeth II.

Oorspronkelijke titel: The Uncommon Reader.
Jaar van publicatie: 2008.

Uitgeverij Atlas Contact. Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema.

Een literaire bromance

Is het een bromance? Of is er meer aan de hand? Vooral de verfilmde versies van ‘Brideshead Revisited’ suggereren dat er meer aan de hand is tussen Lord Sebastian Flyte en Charles Ryder. Volgens sommige literatoren suggereren bepaalde zinnen en passages in het boek een fysieke relatie, en schreef Evelyn Waugh met ‘Brideshead Revisited’ (1945) een uiterst subtiele roman over de mannenliefde. Maar er zijn ook literatoren die menen dat enkel Sebastian homo is.

Veel vragen over aard relatie.

Over de aard van de relatie tussen Sebastian en Charles kreeg Evelyn Waugh veel vragen. Volgens hem voelde Charles een romantische affectie ten opzichte van de wereld die Sebastian vertegenwoordigde. Een wereld, die voor een jongen uit de middenklasse betoverend was. Bovendien had Charles nooit een familieleven gekend en werd hij bij de Flytes geconfronteerd met de hocus-pocus van het katholieke geloof. Dat katholieke geloof met zijn goddelijke genade is een belangrijk thema in ‘Brideshead Revisited’.

Relaties met mannen?

Uiteraard spreekt de ambivalente relatie tussen Sebastian en Charles meer tot de verbeelding dan het thema van de goddelijke genade. Bovendien trekken we maar al te graag gelijkenissen tussen een fictief werk en het leven van een kunstenaar. Vele zien in Charles een reïncarnatie van zijn schepper. Hoe zat het met Waughs seksualiteit? Tijdens zijn studententijd in Oxford zou hij relaties hebben gehad met mannen. Zou, want we weten het niet met zekerheid. Waugh was in Oxford bevriend met homoseksuele mannen. Enkele van die mannen, met name Hugh Lygon en Alastair Graham leverden de inspiratie voor Lord Sebastian Flyte. Waugh haalde de inspiratie voor zijn romanpersonages sowieso uit zijn eigen omgeving en vriendenkring. Hoewel, zijn personages de neiging hadden om hun eigen leven te gaan leiden eens ze op papier werden gezet!

Met Lord Sebastian Flyte creëerde Waugh trouwens een opmerkelijk personage. Net als de dichter Sir John Betjeman nam Sebastian zijn teddybeer mee naar Oxford. Hier leert verteller Charles Ryder hen kennen. Het verhaal dat Charles vertelt beslaat ongeveer twintig jaar.

Een meesterwerk.

‘Brideshead Revisited’ werd in 1945 goed onthaald en is een klassieker in de Engelse literatuur. Het is dan ook, zowel inhoudelijk als technisch, een meesterwerk.

“I should like to bury something precious in every place where I’ve been happy and then, when I’m old and ugly and miserable, I could come back and dig it up and remember”.

Deze trailer komt van YouTube van het kanaal van Acorn Media US

Het fantoom van Alexander Wolf van Gajto Gazdanov

“Van al mijn herinneringen,van die eindeloze reeks ervaringen uit mijn leven, is de pijnlijkste de herinnering aan de enige moord die ik heb begaan. Sinds het moment dat die plaatsvond, kan ik me geen dag heugen dat ik er geen spijt over heb gevoeld”.

Het was een van de talloze voorvallen uit de Russische burgeroorlog geweest. Ik reed alleen op een zwarte merrie over een verlaten, verslingerde weg. Toen, in een bocht in de weg mijn paard neerzeeg. Het was neergeschoten. Ik slaagde er nog net in mijn voet uit de stijgbeugel los te maken. Niet ver van me vandaan naderde een ruiter op een wit paard. Ik trok een pistool. Op het moment dat de ruiter zijn teugels losliet schoot ik. Hij zakte uit zijn zadel en viel langzaam op de grond. Ik liep naar de man toe en boog me over hem. Hij was stervende. Plots droeg een windvlaag uit de verte het getrappel van een stel paarden naar me toe. Ik sprong op het witte paard en reed weg. Een paar dagen voor ik Rusland voorgoed verliet, verkocht ik het. Het pistool waarmee ik had geschoten wierp ik weg in de zee.

Parijs, 1936. De anonieme verteller krijgt een Engelstalige verhalenbundel in handen. In de bundel leest hij een verhaal waarin tot in het kleinste detail zijn moord beschreven staat. Voor de man is het duidelijk: de schrijver is diegene waarop hij geschoten heeft. Hij heet Alexander Wolf en woont in Londen. Tijdens een verblijf in Londen gaat de verteller langs bij de uitgever. De uitgever verzekert hem dat Alexander Wolf een Engelsman is en dat het verhaal verzonnen is. Maar terug thuis in Parijs ontmoet de verteller Vladimir Petrovitsj Voznesenski. Vladimir heeft met Sasja Wolf in de Russische burgeroorlog gevochten. Bijna had hij een dodenmis voor zijn vriend laten opdragen, nadat hij hem stervende terugvond. Maar Sasja Wolf overleefde. Vladimir is niet de enige Russische balling in Parijs, die Sasja oftewel Alexander Andrejevitsj kent. Maar waarom is de verteller zo geïnteresseerd in Alexander Wolf?

Gajto Gazdanov vocht in de Russische burgeroorlog, ontvluchtte Rusland en leefde vervolgens als balling in Parijs, waar hij zich ontpopte tot een van de begaafdste Russische emigrant-schrijvers. ‘Het fantoom van Alexander Wolf’ verscheen na de Tweede Wereldoorlog, omstreeks dezelfde periode als ‘De pest’ van Albert Camus.

Net als in ‘De pest’ is het verhaal in ‘Het fantoom van Alexander Wolf’ een manier om filosofische ideeën en gedachten over dood en leven aan te brengen. Gazdanov legde andere accenten. ‘Het fantoom van Alexander Wolf’ gaat onder meer over de dubbele onontkoombaarheid, doden of gedood worden. En de onwaarschijnlijke samenloop van omstandigheden die levens met elkaar verbindt. Het maakt ‘Het fantoom van Alexander Wolf’ tot een bevreemdend, maar intrigerend verhaal. Het einde werkt abrupt met een verteller, die ineens een andere kant van zichzelf laat zien. Toch had het verhaal niet anders kunnen eindigen.

Oorspronkelijke titel: Prizrak Aleksandra Wolfa
Jaar van publicatie: 1947-1948