Een zachte hand van Leïla Slimani

Myriam Massé is in shock. Zij was vroeger thuisgekomen want zij wou met de kinderen naar de draaimolen. Aangekomen in haar appartement schreeuwt zij zichzelf schor. Adam is dood. Zijn levenloos lichaam drijft tussen de speeltjes. Mila is in allerijl naar het ziekenhuis gebracht, maar zij zal de aanval niet overleven.

Myriam wil haar baan als advocaat hervatten, maar met twee kleine kinderen is dat niet evident. Haar man, Paul maakt bezwaar als zij spreekt over een nanny. Toch gaat Myriam op zoek. Met Louise heeft zij het getroffen; zij is de perfecte nanny. Niet alleen zorgt Louise voor de kinderen, zij zorgt ook voor het huishouden. Myriam en Paul zijn het niet altijd eens met hoe zij de kinderen opvoedt, maar tijd om daar bij stil te staan, nemen ze niet. Dat Louise bijna dag en nacht in de weer voor hen is, en geen eigen leven heeft, is ver van hun bed. Nanny’s zijn eigenlijk wegwerpproducten. Je gebruikt ze zolang je ze nodig hebt.

Het aanklagen van de nanny als wegwerpproduct was aanvankelijk Leïla Slimani’s uitgangspunt voor ‘Een zachte hand’. Zij zat op een gegeven moment vast met haar verhaal, en kreeg een eurekamoment toen zij las over een Amerikaanse nanny die de kinderen van haar werkgever had vermoord. De moord op de kinderen Massé werd bijgevolg het uitgangspunt van haar roman. Als lezer verwacht je dan een verhaal dat je vertelt wat Louise dreef tot haar daad. Een antwoord blijft uit. Slimani schept wel een kader en context, maar zij had de moord op de kinderen er evengoed kunnen uitlaten, want zij weet onvoldoende door te dringen in het wezen van de zaak. Haar sterkte ligt duidelijk bij het aan de kaak stellen van wantoestanden. ‘Een zachte hand’ zindert dan ook bij haar messcherpe maatschappelijke observaties. Blijkbaar volstaat dat laatste om een prestigieuze literaire prijs te winnen. Het is de schrijfster van harte gegund, maar ik verwachtte meer.

Oorspronkelijke titel: Chanson douce.
Jaar van publicatie: 2016. 

Zijn tijd ver vooruit

De Franse schrijver Stendhal (1783-1826) had zijn visie over schrijven. Geheel in zijn visie cultiveerde hij een droge en sobere stijl met korte en bondige zinnen. Om zijn stijl zo droog en sober te houden, las hij naar eigen zeggen dagelijks het Burgerlijk Wetboek. Zijn tijdgenoten wisten zijn stijl niet te appreciëren. Zij waren gewoon aan de lange en mooie zinnen van Stendhals collega-schrijvers van de Romantiek. Een stijl, die Stendhal steevast afdeed als literair bedrog. Hij was gekant tegen elke vorm van bladvullerij. Bovendien schreef hij in de derde persoon en was hij een vroege beoefenaar van het Realisme. Zo is de klassieker ‘Le Rouge et le Noir’ geïnspireerd op een waargebeurd verhaal. Met zowel ‘La Chartreuse de Parme’ (De Kartuize van Parma) als ‘Le Rouge et le Noir’ (Het rood en het zwart) schreef Stendhal een afspiegeling van zijn tijd. Zijn roman ‘Lucien Leuwen’ bleef onafgewerkt. De realistisch politieke tijdsgeest van ‘Lucien Leuwen’ zou hem zuur opgebroken zijn als hij het had afgemaakt en gepubliceerd.

Late appreciatie.

Appreciatie voor Stendhals werk kwam er pas in de twintigste eeuw. ‘Le Rouge et le Noir’ was volgens de Franse schrijver en de Nobelprijswinnaar voor literatuur, André Gide, een roman voor de twintigste eeuw. Stendhal was zijn tijd ver vooruit met zijn scherpe analyse van de psychologie van zijn personages. ‘Le Rouge et le Noir’ was Stendhal tweede roman. Het verscheen in 1830. Stendhal was toen 47. Zijn eerste roman ‘Armance’ had hij vier jaar daarvoor geschreven. Hij had al een rijk en avontuurlijk leven achter de rug als onder meer luitenant in het Franse leger van Napoleon. Ook had hij gereisd en in Italië en Duitsland gewoond.

Zijn pseudoniem.

Zijn pseudoniem had hij overigens ontleend aan de Duitse stad Stendal. Stendal was de geboorteplaats van Johann Joachim Winckelman, een gekend kunsthistoricus en archeoloog, die Stendhal enorm bewonderde. Naast Stendhal gebruikte Marie-Henri Beyle nog andere pseudoniemen in zijn correspondentie, autobiografische werken en essays. In zijn essays had Stendhal het vooral over zijn passies: de politiek, de kunst, de muziek en de liefde. De liefde was belangrijk in zijn leven. Hoewel hij nooit trouwde, had hij affaires met getrouwde vrouwen. Ook zijn fictieve helden gaan op zoek naar geluk, liefde en passie zonder zich door maatschappelijke conventies te laten tegenhouden. Zijn helden zijn dan ook de afspiegeling van hun geestelijke vader.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De afbeelding bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van Olof Johan Södermark. 

Spotlight op: De onschuldigen

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘The Turn of the Screw’ van Henry James.

Op 10 januari 1895 schreef Henry James in zijn notities de opzet van een spookverhaal, dat hem eerder verteld was door de aartsbisschop van Canterbury. Meer dan twee jaar later werkte James zijn opzet uit. De rechten had hij dan al verkocht aan het Amerikaanse tijdschrift Collier’s Weekly. Omdat hij nood had aan een nieuw lezerspubliek maakte hij er zijn werk van om het verhaal zo angstaanjagend mogelijk te krijgen. Toen hij de correcties voor zijn feuilleton deed was hij zo bang van het verhaal dat hij had gecreëerd, dat hij amper durfde te gaan slapen.

In ‘The Turn of the Screw’ (De onschuldigen) neemt een gouvernante de zorg op zich van twee kinderen. Op het verlaten landgoed van haar opdrachtgever ziet de gouvernante spookachtige gedaanten. Enkel zij ziet die gedaanten. Gaandeweg echter meent zij dat de kinderen met de spoken spreken en samenspannen.

‘The Turn of the Screw’ is niet het enige spookverhaal dat James schreef, maar het is wel zijn bekendste. Het kreeg bij publicatie in 1898 laaiend enthousiaste kritieken. In de twintigste eeuw volgde talrijke interpretaties van deze horrorklassieker in zowel de literatuur als de populaire cultuur.

De foto van de auteur komt van Wikimedia Commons en is van H. Walter Barnett