Toen de nachten koud waren van Susanna Jones

Spannende historische fictie

In plaats van de dienstmeid ging haar moeder mee naar de universiteit. Mevrouw Farringdon wou haar dochter Grace alsnog overhalen niet naar Candlin College te gaan. Aan het begin van de twintigste eeuw werd van meisjes namelijk verlangd dat ze thuis bleven en geduldig hun toekomst afwachtten.

Op Candlin College richtte Grace de Genootschap voor Zuidpoolreizigers op. Net als thuis wou Grace ontdekkingsreisje spelen en de kracht van de verbeelding gebruiken om zich in te leven in de avonturen van de Zuidpoolreizigers. Samen met Lenora Locke, Cicely Parr en Winifred Hooper ging ze de routes van de expedities volgen en de wetenschappelijke onderzoekingen nader bekijken. In tegenstelling tot Grace waren voorgenoemde jonge dames niet begiftigd met een rijke fantasie. Enkel Cicely Parr kon zich een voorstelling maken van de kou en de geleden ontbering van de Zuidpoolreizigers. Zij was een ervaren bergbeklimster, en stelde voor om tijdens de komende vakantie de Snowdonia in Wales te beklimmen. Na de Snowdonia volgde nog een beklimming in de Alpen.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog verschuilt Grace zich in haar ouderlijke huis. Tijdens de expedities van het Genootschap zijn er akelige dingen gebeurd, en enkel Grace kan antwoorden geven.

In ‘Toen de nachten koud waren’ bewandelt Jones de dunne lijn tussen gezonde verbeeldingskracht en waanideeën. In de huidige tijd is Grace hoogstwaarschijnlijk paranoïde. Wanneer juist de fantasie doorslaat naar een ongezonde toestand blijft duister, vooral omdat de Farringdons een traditie hebben van gekke familieleden. De historische setting waartegen het verhaal zich afspeelt, is bijzonder interessant. Lenora en Winifred sympathiseren met de suffragettes, terwijl Cicely niet gelooft in gelijkheid voor man en vrouw, wat zorgt voor interessante conversaties, situaties en anekdotes. De setting is ook een geschikt decor voor gekortwiekte ambities, rivaliteit en jaloezie. Kortom, ‘Toen de nachten koud waren’ is voor iedereen die houdt van spannende historische fictie en onbetrouwbare protagonisten.

Oorspronkelijke titel: When Nights Were Cold.
Jaar van publicatie: 2012.

Rivierdieven van Michael Crummey

Expeditie naar de Beothuk.

Voor de gebeurtenissen, die de Canadese schrijver Crummey in ‘Rivierdieven’ beschrijft, werd het land in andere termen beschreven. Namelijk in de taal van de Beothuk, de oorspronkelijke bewoners van Newfoundland. Aanvang negentiende eeuw, de periode waarin ‘Rivierdieven’ speelt, was het leefgebied van de Beothukindianen geslonken tot Red Indian Lake, de River Exploits en zijn stroomgebied en delen van de kust en van de eilanden van Notre Dame Bay aan de noordkust van Newfoundland. Als culturele groep hielden de Beothuk vanaf 1829 op te bestaan.

‘Rivierdieven’ begint met de ontvoering van een Beothuk vrouw door Engelse kolonisten in 1819. De kolonisten vielen het indianendorp aan, om hetgeen de indianen van hun gestolen hadden, terug te stelen.

Niet enkel de Beothuk stalen van de kolonisten, ook de kolonisten stalen land, en vooral rivier van de Beothuk. De titel ‘Rivierdieven’ is dus tweeledig. Hoewel ‘Rivierdieven’ op historische feiten is gebaseerd, is het een werk van de verbeelding. Focus ligt op de Peytons, vader en zoon. Diegene die probeert te achterhalen wat er nu juist gebeurd is bij de ontvoering van de Indiaanse vrouw, is kolonel David Buchan. Buchan is geen onbekende voor de Peytons. Negen jaar voor de ontvoering leidde Buchan namelijk een vreedzame expeditie naar de Beothuk, waar onder meer de Peytons deel van uitmaakten. Een expeditie die jammerlijk mislukte.

Met ‘Rivierdieven’ vertelt Crummey een interessant en ongekend stukje geschiedenis. En het is duidelijk dat Crummey vertrouwd is met de geschiedenis van zijn regio, en dat hij opgroeide met verhalen over de Beothukindianen. Er is echter een gegeven in het verhaal, dat voor de lezer die niet gekend is met die geschiedenis, een klein mysterie vormt. Waarom wil de Beothuk vrouw niet terug naar haar eigen mensen? Het antwoord kan je op Wikipedia lezen: een Beothuk die bij Europeanen had geleefd, werd bij terugkeer in haar/zijn stam gedood. Het is niet cruciaal voor het verhaal, maar wel interessant om weten.

De auteur neemt geen moreel standpunt in; hij vertelt gewoon een verhaal. Het verhaal is zo geconstrueerd dat je meer en meer details te weten komt naarmate je vordert in het verhaal, zonder ooit het gevoel te krijgen dat de auteur gegevens achterhoudt. Die constructie, de beeldende taal en de mooi uitgewerkte personages maakt ‘Rivierdieven’ tot een prachtig historische avonturenroman, die je niet onberoerd laat.

 

Oorspronkelijke titel: River Thieves.
Datum van publicatie: 2001.

Butcher’s crossing van John Williams

Een anti-western.

Na zijn Harvardopleiding in 1870, trekt de jonge Will Andrews naar het echte Amerika. Op aanraden van zijn vader, een lekenpredikant, is Will op zoek naar huidenhandelaar McDonald. Will vindt McDonald uiteindelijk in Butcher’s Crossing, een gehucht ergens op de prairie in Kansas. Via McDonald leert Will bizonjager Miller kennen. Miller weet Will zo ver te krijgen, dat hij hem geld geeft voor een expeditie naar een verstopte vallei met duizenden bizons.

Naast Andrews en Miller bestaat de expeditie verder uit Schneider en Hoge. Als ze  de vallei vinden, wil Miller niet weggaan vooraleer hij elke bizon gedood heeft. Verrast door de plots invallende winter is het viertal verplicht om langer te blijven dan voorzien. Na negen maanden komen de drie overblijvende mannen, zonder huiden, aan in Butcher’s Crossing. Het gehucht is in de tussentijd enorm veranderd.

Helemaal op het einde heeft Andrews het over de ijdelheid die hem en andere drijft, waardoor het verhaal ineens iets moralistisch krijgt. Als er een moraal is, dan is ze goed weggestopt. De ijdelheid waar Andrews het over heeft, doet me ongewild denken aan de zeven hoofdzonden. In vergelijking met de ruige allesoverheersende natuur in ‘Butcher’s Crossing’ kan de mens enkel nietig zijn, en allicht ook zondig. In zijn setting is ‘Butcher’s Crossing’ een echte western. Qua verhaal is het eerder een anti-western, mits er geen stoere helden zijn, die sneller schieten dan hun schaduw.

Over helden gesproken: aanvankelijk lijkt Will de protagonist, maar de focus verschuift geleidelijk naar de groep en dan naar de natuur. Omdat Williams meestal de achternaam van de expeditieleden gebruikt, is er een bepaalde afstandelijkheid. Ik had zo weinig voeling met de karakters. Toegegeven, ik kan weinig sympathie opbrengen voor een groep mannen, die bizons nodeloos afslacht. Ik heb bijgevolg geen boodschap aan hoe je een bizon best neerschiet en vilt. Hoewel ik beducht was voor het dieronvriendelijke karakter, viel dit redelijk mee. Al bij al deel ik het enthousiasme rond Butcher’s Crossing niet.

 

Oorspronkelijke titel: Butcher’s Crossing
Jaar van publicatie: 1960