De man zonder verleden van Ruth Rendell

Romanschrijver Gerald Candless is op eenenzeventigjarige leeftijd overleden. Volgens krantenrecensenten behoort hij tot de vijfentwintig belangrijkste auteurs uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Gerald Candless was de geliefde echtgenoot van Ursula en de aanbeden vader van Sarah en Hope.

Niet lang na de dood van Gerald Candless wordt Hope gevraagd om haar memoires te schrijven over haar beroemde vader. Sarah neemt echter het schrijven van de biografie op zich. Tijdens haar research naar het familieverleden van haar vader blijkt al snel dat Gerald Candless niet was, wie hij zei dat hij was. Waarom nam haar vader de naam en identiteit van iemand anders aan? Had hij iets op zijn kerfstok? Hoe luidde zijn echte naam? En in hoeverre verwerkte hij reële feiten uit zijn verleden in zijn romans? En hoe kan het zijn dat zijn aanbeden dochters en geliefde vrouw van niets wisten?

‘De man zonder verleden’ is een roman die Rendell schreef onder haar pseudoniem Barbara Vine. Het is dus een spannend verhaal met thrillerelementen, waarin een stukje sociale geschiedenis wordt verteld. Deze roman draait om een gezin waarin alles perfect lijkt, maar waar de waarheid toch heel anders blijkt te zijn. Dit komt deels door het geheim van de vader. Een geheim, dat je als lezer al bij aanvang van het verhaal kan vermoeden, en dat gaandeweg meer en meer bevestigd wordt. En dat aantoont, dat het slechts illusie kan zijn voor Gerald Candless om een gelukkig gezinnetje te hebben, omdat hij zijn vrouw niet kan geven wat ze nodig heeft. Voor Ursula is het overlijden van haar man dan ook geen gemis, integendeel. Het is evengoed ook haar verhaal. Of beter gezegd, het verhaal van een generatie vrouwen opgroeiend in de jaren vijftig/zestig van de vorige eeuw.

Wat Gerald Candless’ geheim betreft, weet Rendell in het laatste hoofdstuk onzichtbaar een link te maken naar het heden, waaruit je enkel kan concluderen dat er nog niet zoveel veranderd is. Het laatste hoofdstuk voelde voor mij evenwel aan, als een einde dat je in een Poirotverhaal kunt verwachten: alle losse eindjes netjes uitgeklaard. Ik had – als lezer – graag wat meer eigen invulling gehad. Bovendien vond ik het onlogisch dat iemand zijn broer niet herkent, maar wel iemand die hij meer dan veertig jaar niet zag. Los daarvan is ‘De man zonder verleden’ een prima boek, dat toch wel eventjes tot nadenken stemt.

Oorspronkelijke titel: The Chimney Sweeper’s Boy.
Datum van publicatie: 1998.

Literaire zoeker

Hesse werd op 2 juli 1877 geboren in het Duitse Calw in een gezin, waar beide ouders missiewerk hadden gedaan. Bovendien was Hesses grootvader aan moederskant naast missionaris ook gespecialiseerd in de oosterse talen en cultuur van het Indische subcontinent.

Studies theologie.

Geboren in een familie waar religie zo belangrijk was, lag het voor de hand dat Hesse theologie ging studeren. In 1891 ging Hesse naar het klooster Maulbronn als seminarist. In een rigide omgeving waar elke vorm van individualisme werd ontmoedigd kon de jonge rebelse, temperamentvolle Hesse niet aarden. Zijn verblijf in klooster Maulbronn was dan ook van korte duur. Hesse liep van de ene op de andere dag weg uit het klooster. Het zou het begin worden van een persoonlijke crisis, ettelijke verblijven in verschillende onderwijsinstellingen, ruzies met zijn ouders, een poging tot zelfmoord en een opname in een gesticht.

Op zoek naar spiritualiteit.

Na een aantal werkstages begon de negentienjarige Hesse het boekenvak te leren in een boekhandel in Tübiningen, die gespecialiseerd was in theologie, recht en filologie. In zijn vrije tijd las Hesse theologisch werk, Griekse mythen en het werk van Goethe, Shiller en Lessing. Net als zijn grootvader verdiepte Hesse zich in de oosterse religies en filosofieën. En wat westerse filosofen betrof, ging Hesses voorkeur uit naar Nietzsche, Plato, Spinoza en Schopenhauer. Ook een reis naar Indonesië en Sri Lanka in 1911 maakte een diepe indruk op Hesse. Hesse volgde weliswaar niet het religieuze pad dat zijn ouders voor hem voorzien hadden, zingeving was niettemin belangrijk. Net als zijn romanfiguren was Hermann Hesse op zoek naar authenticiteit, zelfkennis en spiritualiteit.

In 1903 zei Hesse het verkopen van boeken voorgoed vaarwel. Door het succes van zijn eerste roman ‘Peter Camenzind’ kon hij zich vestigen als schrijver. Voor ‘Peter Camenzind’ had Hesse al een paar dichtbundels uitgegeven, die echter geen financieel succes waren. In datzelfde jaar zou de schrijver ook voor de eerste keer trouwen. Hesse trouwde driemaal.

De Wereldoorlogen.

Ondanks zijn afkeer voor het Duits nationalisme werkte Hesse tijdens de Eerste Wereldoorlog als oorlogsvrijwilliger. Omwille van een oogaandoening was hij niet geschikt voor militaire dienst. Zijn afkeer voor het nationalisme sprak Hesse overigens uit in een essay: ‘Och Freunde, nicht diese Töne’ (vrienden, geen retoriek) waarin hij de intellectuele wereld opriep om niet mee te gaan in de nationalistische waanzin en haat. Het leverde Hesse haatbrieven en aanvallen van de pers op. Ook vrienden keerden zich af. Hesse bleef zich evenwel uitspreken tegen bepaalde politieke en maatschappelijke tendensen, en vanaf 1923 waarschuwde hij voor het opkomend nazisme en fascisme.

Hoewel hij nooit zijn publieke afkeer voor Hitlers nationaal-socialisten uitsprak, stelde hij vanaf 1932 zijn huis in Zwitserland open voor schrijvers die Duitsland ontvluchtten. Hesse woonde sinds 1912 namelijk permanent in Zwitserland, en had sinds 1923 de Zwitserse nationaliteit. Thomas Mann en Bertolt Brecht waren de eersten van vele schrijvers die bij de Hesses in Zwitserland een tijdelijk en veilig onderkomen vonden.

Laatste levensjaren.

Hesses laatste roman ‘Das Glasperlenspiel’ (Het kralenspel) verscheen in 1943 in Zwitserland. De laatste twintig jaar van zijn leven zou Hesse wijden aan schilderen, het schrijven van brieven en kortverhalen.

Bron foto: Fotocollectie Algemeen Nederlands Persbureau, Den Haag via Commons Wikimedia. Lees ook mijn bericht rond Hesses klassieker: Siddhartha

De oorlog van het einde van de wereld van Mario Vargas Llosa

Hij heette Antonio Vicente Mendes Maciel. De sertão-bewoners in het laat negentiende-eeuwse Brazilië kende hem als de Raadgever. Hij kwam altijd onverwacht en te voet. Liep steevast naar de kerk in de dorpen in de sertão om te kijken of die al hersteld was. Vroeg naar de parochiepriester, die er meestal niet was. Na twee uur gebeden te hebben vroeg hij vergiffenis aan Onze-Lieve-Heer voor de armtierige toestand waarin zijn huis verkeerde. Bij het vallen van de avond gaf hij zijn raadgevingen. Hij sprak over eenvoudige dingen. Dingen die de sertão-bewoners begrepen en met de moedermelk hadden meegekregen. Mans raadgevingen gingen immers over het geloof, het laatste Oordeel en het einde van de wereld. Volgens de Raadgever zou de wereld het jaar 1900 niet halen.

Als in 1889 de federale republiek Brazilië ontstond, was de Raadgever ontzet. Met het instellen van de republiek kwamen namelijk heel wat veranderingen: de kerk werd van de staat gescheiden, het burgerlijk huwelijk werd ingesteld, er kwam vrijheid van godsdienst, begraafplaatsen vielen onder de gemeente….Voor de Raadgever waren dit onaanvaardbare ketterijen. Dit was het werk van de Antichrist.

Intussen had de Raadgever al heel wat volgelingen onder de sertão-bewoners. Na een schermutseling met de politie besloten ze een verlaten haciënda, Canudos, in te nemen en zich daar voorgoed te vestigen. Op een paar jaar tijd groeide Canudos uit tot de tweede grootste stad van de regio met 30 000 inwoners. Een stad waar andere regels golden, namelijk die van Onze-Lieve-Heer. Aanvankelijk was Canudos een lokaal probleem; het werd echter een nationaal probleem. De federale regering stuurde in totaal vier militaire expedities om komaf te maken met Canudos en zijn inwoners. In de oorlog om Canudos vielen minstens 15 000 doden, misschien zelfs 30 000.

Canudos
Canudos omstreeks 1895 – foto Wikimedia

‘De oorlog van het einde van de wereld’ mag dan fictief zijn, het is gebaseerd op waargebeurde feiten. De geschiedenis draagt al de kiem van de mythe in zich, want hoe was het mogelijk dat de inwoners van Canudos succesvol drie militaire expedities wisten te stoppen en te verslaan. Waarom had de regering een probleem met Canudos? En wie was Antonio de Raadgever? Hoewel hij net als Onze-Lieve-Heer alomvertegenwoordigd is in ‘De oorlog van het einde van de wereld’, gunt Vargas Llosa zijn lezer nooit een blik in mans gedachten. Je kijkt naar hem via de ogen van een rits aan personages, veelal volgelingen, wat bijdraagt tot zijn messiaanse status.

Door de rits aan personages en de steeds wisselende perspectieven duurt het een behoorlijke tijd vooraleer je in het verhaal zit. ‘De oorlog van het einde van de wereld’ is met zijn 700 bladzijden sowieso een imponerend boek. En de aparte verhaaltjes die elk personage met zich meebrengt vraagt behoorlijk wat lezersaandacht. Gaandeweg worden de aparte verhalen langer, de personages vertrouwder en kom je in een gezapig leestempo van wederzijdse oorlogsgruwelen, die achteraf bezien slechts een voorspel zijn van het einde van de wereld. En dan, zonder dat je er erg in hebt, zit je als lezer in de stoel van Onze-Lieve-Heer de Raadgever, en gunt Vargas Llosa je een blik in de ziel van zijn personages. Intussen woedt de apocalyps, compleet met vuur, avemaria’s, gebeier van kerkklokken, gebulder van kanonnen, klapwiekende gieren en gulzige ratten. Uiteindelijk eindigt het boek met een wonder, en blijf je als lezer beduusd achter. ‘De oorlog van het einde van de wereld’ trekt -sinds zijn verschijning in 1981- terecht alle aandacht. Een imposant epos.

Oorspronkelijke titel: La guerra del fin del mundo.
Datum van publicatie: 1981.
Vertaling: Mariolein Sabarte Belacortu en J.M. Meulenhoff (1984).