De jaren in Birma van George Orwell

‘De jaren in Birma’ neemt je mee naar de tijd dat Myanmar nog een Britse kolonie was. John Flory woont in het fictieve stadje Kyauktada, een plaats van 4000 inwoners. Flory is een van de zeven Britten die in Kyauktada woont en werkt. Net als alle blanke Europeanen is hij lid van de Europese club. De club moet een Aziatische notabele als lid opnemen, wat op veel tegenstand stuit. De Indische dokter Veraswami, een goede vriend van Flory, maakt een goede kans om als lid toegelaten te worden. Echter, U Po Kyin, een corrupt Myanmarees magistraat, heeft zijn zinnen gezet op toetreding tot de club en doet er alles aan om Veraswami’s reputatie in diskrediet te brengen. Slaagt U Po Kyin in zijn opzet? En gaan de Europeanen wel een Aziatisch lid toelaten?

‘De jaren in Birma’ geeft een realistische en satirische kijk op een niet zo fraai stukje Britse geschiedenis. Omwille van de racistische uitspraken kent het een wrange nasmaak. Naast thema’s als kolonialisme, imperialisme en racisme schetst ‘De jaren in Birma’ ook een intrigerend psychologisch portret van een eenzame Europese man, die een identiteitscrisis doormaakt. Ondanks zijn afschuw voor de bekrompenheid van de andere Europeanen en zijn liefde voor Birma en de Aziaten lukt het Flory niet om op te komen voor zijn ideeën en opvattingen. Bovendien behoort hij tot de heersende klasse en wordt van hem solidariteit verwacht op basis van nationaliteit.

‘De jaren in Birma’ was Orwells eerste fictiewerk, waarin hij eigen ervaringen verwerkte. Van 1922 tot 1927 werkte Orwell namelijk als overheidsfunctionaris bij de Indian Imperial Service in Birma.

Oorspronkelijke titel: Burmese Days.
Datum van publicatie: 1934.

De gave van Mai Jia

De familie Rong handelt al zeven generaties lang in zout. Totdat een van hun telgen, Rong Zilai, naar het buitenland gaat om dromen te leren duiden. Grootmoeder Rong’s gezondheid lijdt namelijk onder steeds terugkerende nachtmerries. Aangekomen in het buitenland, blijkt dat grootmoeder Rong gestorven is. In plaats van te leren hoe hij dromen moet duiden, studeert Zilai wiskunde. Terug in China richt hij een wiskundeacademie op. Enkele generaties later wordt Rong Jinzhen geboren.

Jinzhen, een onwettig kind, groeit de eerste twaalf jaar van zijn leven geïsoleerd op bij de oude mijnheer Auslander. Pas bij de dood van mijnheer Auslander en nadat blijkt hoe geniaal hij is, wordt hij opgenomen in de Rong-familie. Hij doorloopt met gemak de familiale wiskundeacademie. Het duurt dan ook niet lang of hij gaat aan de slag als codekraker bij de Chinese geheime dienst, waar hij uiteindelijk zijn verstand verliest.

Schrijver Mai Jia werkte zelf lang voor de Chinese geheime dienst, en bracht net als zijn protagonist in ‘De gave’, zijn jeugd grotendeels in eenzaamheid door. Zijn romans zijn in China steevast bestsellers. Mai’s stijl is uniek, en zijn romans zijn een potpourri van spionage, misdaad, drama, historische fictie en metafictie.

In ‘De gave’ herinnert de verteller je regelmatig dat het om fictie gaat. Bovendien lijkt het alsof Mai gedeeltelijk het verhaal van Rong Jinzhen vertelt, wat niet het geval is. Je zit driekwart in de roman vooraleer je weet wie de alwetende ik-verteller is. Naast het ik-perspectief is er nog het hij-perspectief, waardoor je als lezer verschillende kanten van Rong Jinzhen leert kennen. Chinese schrijvers psychologiseren amper, maar laten het aan de lezer over om hun eigen mening te vormen over de personages. ‘De gave’ geeft je ook nog verschillende invalshoeken, waardoor je al puzzelend Rong Jinzhens verhaal samenstelt.

Ondanks zijn complexe structuur van twee perspectieven afgewisseld door brieven en transcripties, leest ‘De gave’ bijzonder vlot. De Chinese lezer mag dan een andere invulling geven aan het begrip thriller, ‘De gave’ is beslist een spannend boek. Een mooie surplus is de onderdompeling in de Chinese leef- en denkwereld. Wat mij bij dat laatste vooral opviel was hoe bepaalde karaktereigenschappen en karakteristieken, die in het westen veeleer als negatief worden gezien, in China anders bejegend worden. Ook de wondere wereld van de cryptografie en de wiskunde komt aan bod met de nodige voorbeelden en beelden ter verduidelijking.

Ik vond ‘De gave’ een bijzonder goed en knap boek. Enkel het laatste deel vond ik overbodig. Je hoeft het laatste deel overigens niet te lezen. De ik-verteller geeft zelf aan, dat het slechts een appendix is.

Oorspronkelijke titel: Jiemi
Jaar van uitgave: 2015

De moord op Roger Ackroyd van Agatha Christie

Na de moord op de rijke Roger Ackroyd doen allerlei geruchten de ronde. Het is trouwens het tweede sterfgeval op korte tijd in het dorp King’s Abbot. Net voor Ackroyd kwam de mooie mevrouw Ferrars plots te overlijden. Toeval wil dat Ackroyd een oogje had op de weduwe Ferrars. Vlak voor zijn eigen dood vertrouwde Ackroyd dokter Sheppard toe dat mevrouw Ferrars zelfmoord pleegde.

Dokter Sheppard tekent alle feiten, roddels en geruchten rond de overlijdens zorgvuldig op. Het raadsel rond die overlijdens wordt niet door de politie opgelost, maar door een  zonderlinge buitenlandse man die nog maar net in King’s Abbot woont.

‘De moord op Roger Ackroyd’ verscheen in 1926, tijdens de gouden tijd van het detectiveverhaal. Het maakte Christie en haar personage Hercule Poirot in een klap wereldberoemd. Bij de publicatie ontketende het boek namelijk een controversie. Niet iedereen was zo gelukkig met het ingenieuze plot dat Christie had bedacht, veel lezers voelden zich bedot. De lezers van toen waren namelijk niet vertrouwd met een onbetrouwbare verteller.

Alleszins mag je ‘De moord op Roger Ackroyd’ gerust toevoegen aan je leeslijst. Zo las ik onlangs het verhaal terwijl ik wist wie de moordenaar was. Ik heb wel extra gelet op de aanwijzingen die leiden tot de oplossing van de puzzel, en daarbij viel het me op dat het verhaal echt wel goed in elkaar steekt. In 2013 werd ‘De moord op Roger Ackroyd’ door Crime Writers’ Association uitgeroepen tot beste detective ooit.

Oorspronkelijke titel: The Murder of Roger Ackroyd.
Datum van publicatie: 1926.