De fluitspeler van Ron Rash

recensie (2) (1)

Liefdesdrama in de Appalachen.

Carolina, 1917. In het dal waar Laurel Shelton woont kunnen enkel slechte dingen gebeuren, zoals oogsten die mislukken en mensen die te jong sterven. Haar ouders zijn dood en haar broer, Hank is gehandicapt teruggekomen uit de oorlog. Het werk op de boerderij met één arm is niet evident voor Hank. Je hoort hem niet klagen, integendeel. De vastberaden jongeman wil bewijzen, dat hij nog steeds een gezin kan onderhouden en een boerderij kan managen. Dat wil hij in eerste instantie bewijzen aan zijn schoonvader in spé. De tweede reden waarom hij de boerderij piekfijn wil hebben is omwille van zijn zus. Hij heeft het haar nog niet verteld, maar heeft zijn verloofde en haar familie beloofd het verdoemde dal te verlaten. De kans dat zijn zus een gezin zal stichten is klein. Voor de inwoners van het nabijgelegen plaatsje Mars Hill is Laurel immers een heks.

Op een dag vinden Laurel en Hank een vreemdeling. De vreemdeling is gestoken door een zwerm bijen en moet verzorgd worden. De Sheltons beslissen hem in huis te nemen. Dankzij een briefje dat Laurel vindt, weten ze dat de man Walter heet. Het enige wat de man bezit, is een fluit, waar hij dagelijks op speelt. Hoewel de man niet kan spreken en schrijven, verloopt de communicatie vlot en blijkt Walter een harde werker te zijn. Niet alleen voor Hank wordt Walter al snel onmisbaar, ook Laurel kan hem niet meer missen. De jonge vrouw bloeit zichtbaar op, en de liefde is wederzijds.

Net als Hank zijn er intussen nog jonge mannen teruggekeerd uit die oorlog in Europa, en neemt de haat tegen al wat Duits is in de VS gestaag toe. Zo voeren de inwoners van Mars Hill onder leiding van rekruteringsofficier Chauncey Feith, een petitie tegen professor Mayer van de universiteit. De professor is van Duitse origine, dus een spion volgens Feith. En blijkbaar is professor Mayer niet de enige mof in hun midden, want de fluitspeler die bij de Sheltons woont, blijkt een ontsnapte mof te zijn.

‘De fluitspeler’ houdt het midden tussen een Grieks drama en een western: aan de ene kant slaat het lot meedogenloos toe, en aan de andere kant ontloopt de slechterik zijn straf niet. Naast de historische context vertelt de Amerikaanse auteur in ‘De fluitspeler’ een tijdloos verhaal over wat mensen willen geloven vanuit bijgeloof, angst en vooroordelen. De verschillende verhaallijnen worden met de nodige flashbacks en poëtische mijmeringen moeiteloos tot een geheel samengebracht. Alles in ‘De fluitspeler’ heeft zijn plek en plaats, en gaat subtiel in elkaar over: de liefde, de muziek, de natuur….Mens en natuur zijn met elkaar verweven, en op het einde laat Rash Walter stilstaan bij de nietigheid en vluchtigheid van een mensenleven. Vluchtig is ‘De Fluitspeler’ alvast niet. Het klinkt als een klok.

 

The Cove, 2012

De witte veer van John Boyne

recensie (2) (1)

Liefde in de loopgraven.

September 1919. In Norwich ontmoet oorlogsveteraan Tristan Sadler Marian Bancroft. Tristan wil de brieven die Marian aan haar broer William schreef en die bij hem terechtkwamen, teruggeven. Will Bancroft overleefde de oorlog niet. Hij werd wegens lafheid geëxecuteerd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog had je in Groot-Brittannië ‘The White Feather Movement’, een beweging bestaande uit jonge vrouwen, die mannen die geen uniform droegen een witte veer gaven. Het was een enorme schande om een witte veer te krijgen, want dan werd je beschouwd als een lafaard.

Het was helemaal niet fijn om een witte veer te krijgen als je je land gediend had en ontslagen was uit het leger. Bovendien waren er ook mannen die omwille van politieke, levensbeschouwelijke of religieuze redenen bezwaar aantekenden en zodoende dienst weigerden. In Boynes ‘De witte veer’ tekende Will Bancroft tijdens zijn legerdienst bezwaar aan, waarmee hij zijn lot bezegelde. Volgens Tristan Sadler was Will moediger dan hij ooit zal zijn. Maar hoe geloofwaardig is het relaas van de man die Will liefhad?

De loopgraven van de Eerste Wereldoorlog zijn het decor van een dramatische liefdesgeschiedenis tussen twee verschillende karakters en temperamenten: Tristan en Will. Toch hebben Tristan en Will iets gemeen: ze houden halsstarrig vast aan hun ideeën. Dit leidt tot een impulsieve daad, waar Tristan zich enorm voor schaamt.

Wat ‘De witte veer’ zo bijzonder maakt, is wat Boyne niet verteld. Toch heeft alles, tot in het kleinste detail, zijn belang. Omdat het verhaal vanuit Tristans oogpunt wordt verteld, blijft Will ogenschijnlijk een ietwat duister karakter. De ontmoeting met Marian en Wills ouders draagt echter bij tot een beter begrip van Will, waardoor Tristans daad dramatisch wordt. In het laatste deel maakt Boyne een behoorlijk sprong in de tijd. In 1976 krijgt Tristan, een gevierd schrijver, een literaire prijs. En ontmoet hij nogmaals Marian Bancroft. Een ontmoeting die uitmondt in een laatste dramatische ontwikkeling.

Kortom: ‘De witte veer’ is het soort boek, waarvan je je afvraagt of je wel alles meegekregen hebt van Tristans persoonlijk drama. Daarnaast behandelt Boyne thema’s als lafheid, dapperheid en waarachtigheid in zeer extreme omstandigheden. Een boek dat lang nazindert.

Grijze zielen van Philippe Claudel

recensie (2) (1)

Herinneringen aan die winter van 1917.

Dag na dag gaat hij achter zijn tafel zitten schrijven. Hij beleeft er geen plezier aan, maar verkiest schrijven boven hardop tegen de dingen en de muren te praten. Hij schrijft voor zijn gestorven vrouw.

Herinneringen ophalend gaat hij terug in de tijd, naar die winter in 1917 waarin zijn vrouw stierf. In diezelfde winter werd een tienjarig meisje vermoord teruggevonden. Als politieagent was hij betrokken bij het onderzoek van die moord, en de moord houdt hem nog steeds bezig.

Stukje bij beetje kom je meer te weten over onze anonieme politieagent, de verteller van ‘Grijze zielen’. Samen met hem dwaal je mee in zijn wereld, proef je de sfeer van de Groote Oorlog en word je geconfronteerd met het standenverschil. Hoewel ‘Grijze zielen’ alles heeft om te beroeren en te beklijven, wist het me niet te raken.