Het fort met de negen torens van Qais Akbar Omar

Als je van ‘De vliegeraar’ van Khaled Hosseini houdt, mag je dit zeker niet missen. Met ‘Het fort van de negen torens’ schreef Qais Akbar Omar namelijk een aangrijpend familieverhaal tegen de achtergrond van drie decennia oorlog en geweld in Afghanistan. Het verhaal van de familie begint na de Russische terugtrekking in de jaren tachtig; Afghanistan kende toen een reeks van burgeroorlogen. En eindigt bij de verdrijving van de Taliban.

“Lang heb ik deze last van verdriet in de kooi van mijn hart rondgedragen. Nu heb ik hem overgedragen aan u. Ik hoop dat u er sterk genoeg voor bent.” stelt de schrijver. Omars autobiografie vroeg inderdaad kracht van deze lezer, vooral in het begin. Ik ben teergevoelig en kan slecht slapen als ik afgrijselijke dingen lees. Gelukkig was enkel het eerste deel van ‘Het fort met de negen torens’ ongeschikt als leesvoer voor het slapen gaan. Fijn en opmerkelijk was dan weer het gebruik van volksverhalen, poëzie en humor wat het verhaal ademruimte gaf.

Het merendeel van het verhaal situeert zich in Kaboel. Gedurende een jaar echter trok de familie op vlucht voor de oorlog door Afghanistan. Zo verbleef de familie onder meer in de grotten achter de reusachtige Boeddhabeelden en trok ze een tijd mee met nomaden. Voor de jonge Qais een groot avontuur, maar een avontuur waarin het gevaar nooit ver af is.

Het verhaal groeit overigens mee met de schrijver; het ik – personage. ‘Het fort met de negen torens’ leest daardoor vooral als een coming to age verhaal. De weg naar Omars volwassenheid kende veel rottigheid en verdriet, maar ook mooie momenten.

Oorspronkelijke titel: A Fort of Nine Towers
Jaar van uitgave: 2013

Portret van een schrijver-dandy

‘Kunst voor de kunst’ was de slogan van de Esthetische beweging in het laatste decennium van de 19e eeuw. Een promotor voor die beweging was de Anglo-Ierse auteur Oscar Wilde, die zijn leven en literair werk wijdde aan het Estheticisme. Omdat het leven de kunst moet navolgen, leefde Wilde als een dandy.

Beroemd dankzij bespotting.

Tegenwoordig gebruiken we het woord dandy voor een man met een meer dan gemiddelde belangstelling voor zijn garderobe. Cultuurhistorisch is een dandy een zelfbewuste, onafhankelijke man die zich afzet tegen alles wat neigt naar uniformiteit en middelmatigheid. Iets wat volledig van toepassing was op Oscar Wilde, die als student al zijn eigen mythe creëerde. Het leverde hem ridicuul op maar het maakte hem beroemd.

Zo werd Wilde en het Estheticisme bespot in de operette ‘Patience’ van Gilbert en Sullivan. Om er zeker van te zijn dat de Amerikaanse versie van ‘Patience’ een succes werd, werd Oscar Wilde op lezingentournee gestuurd naar de Verenigde Staten en Canada (1882). De vier voorziene maanden voor deze tournee werden wegens succes verlengd tot een jaar. Bij zijn terugkeer in Londen was Wilde beroemder dan ooit.

De literaire duizendpoot.

Wilde ontmoette iedereen, kon praten over mannen, vrouwen, kinderen, boeken en eerder welk onderwerp van sport tot eten. Naast Engels sprak Wilde ook vloeiend Frans en Duits. Hoewel hij graag poseerde als dandy en deed alsof hij weinig om handen had, was Wilde een harde werker. Hij was productief en veelzijdig als schrijver: journalist, criticus, redacteur, dichter, novellist, essayist en toneelschrijver, Wilde was het allemaal. Wilde schreef ook regelmatig sprookjes, die hij eerst uitprobeerde op zijn zonen: Cyril en Vyvian. Wilde was dol op zijn kinderen, geboren uit zijn huwelijk (1884) met Constance Lloyd.

Extravagante levensstijl.

Het was vooral als toneelschrijver dat Wilde hoge ogen gooide en veel geld verdiende. In 1893 verdiende hij aan zijn toneelstukken zo’n £100 per week. Geld dat goed van pas kwam voor zijn extravagante levensstijl. Constance kreeg jaarlijks £250 huishoudgeld (huidige waarde ongeveer 31 440 euro). En Wilde had ook geld nodig voor zijn verwende minnaar Lord Alfred Douglas, die hij in 1891 leerde kennen via vrienden.

Zijn relatie met Douglas resulteerde uiteindelijk in twee jaar gevangenisstraf met dwangarbeid. Het Estheticisme stierf daarmee een stille dood, omdat andere artiesten in de beweging niet met Oscar Wilde wilde geassocieerd worden. Na zijn gevangenisstraf (1897) verruilde Wilde Engeland voor Frankrijk, waar hij leefde onder de naam Sebastian Melmoth. Oscar Wilde stierf berooid, op 30 november 1900 in een hotel in Frankrijk aan een hersenvliesontsteking. De mythe echter bleef.

Bronnen: ‘The wit of Oscar Wilde’ van Sean McCann, Wikipedia, Cliffnotes en Biography.

De danseres van Le Gai-Moulin van Georges Simenon

De Luikse nachtclub Le Gai-Moulin telt onder zijn bezoekers de jonge René Delfosse (18) en Jean Chabot (16). Jean is van gewone komaf terwijl René een rijkeluiskind is. Niettemin zitten de beide jongens geregeld verlegen voor geld, want iets verbruiken in Le Gai-Moulin kost behoorlijk wat centjes. Tot ze het plan opvatten om na sluitingstijd de kassa van Le Gai Moulin leeg te roven en….op een lijk stuiten. Althans dat is wat de jongens vertellen, maar spreken ze wel de waarheid? Ze brengen daarmee Adèle, de danseres van Le Gai-Moulin, in een lastig parket. Het belooft een lastige zaak te worden voor de Belgische rechercheur Delvigne. Delvigne krijgt echter onverwachts hulp van een Franse collega, commissaris Jules Maigret.

‘De danseres van Le Gai-Moulin’ kent een interessante opbouw. Het einde waarin Maigret de zaak aan Delvigne en de lezer uitlegt, heeft iets Hercule Poirotachtigs en wordt te snel afgehaspeld. Voor de rest is het een prima verhaal met een mooie sfeer en dito karaktertekeningen, zoals gebruikelijk in een Maigret. Naast de sociale verschillen tussen Jean en René, de verhouding tussen Jean en zijn ouders, is er de interactie tussen Delvigne en Maigret, waarbij Delvigne zich de kleine Belg voelt. Op de achtergrond is de stad Luik steeds aanwezig.

Oorspronkelijke titel: La Danseuse du Gai-Moulin
Jaar van publicatie: 1931