Fictieve held: Heathcliff

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige, zoals Emily Brontës Heathcliff, vinden hun weg naar andere cultuuruitingen.

“Heathcliff, it’s me, your Cathy, I’ve come home. I’m so cold, let me in-a-your window” zong Kate Bush in 1979. Het lied waar deze regel uitkomt: ‘Wuthering heights’ is gebaseerd op de roman met dezelfde naam van Emily Brontë. Bush gebruikte voor haar lied verschillende citaten uit Brontës roman. Ook bovenstaand citaat komt uit de roman. Het is Cathy/Catherine Earnshaw die vanuit het graf Heathcliff smeekt om binnengelaten te worden in Wuthering Heights, het huis waarin ze samen opgroeiden.

De onmogelijke relatie met Catherine.

Ook andere musici en schrijvers geraakten geïnspireerd door ‘Wuthering Heights’ of lieten hun eigen fictieve helden Emily Brontës enigste roman lezen. ‘Wuthering Heights’ is dan ook geliefd bij velen. De roman vertelt over de gepassioneerde maar onmogelijke relatie tussen Heathcliff en Catherine Earnshaw, die niet enkel voor henzelf maar ook voor de families Linton en Earnshaw destructief is.

Ondanks haar liefde voor Heathcliff gaat Catherine in op het huwelijksaanzoek van Edgar Linton. Haar sociale status is niet gebaat met een huwelijk met Heathcliff. Heathcliff werd namelijk als baby gevonden in de straten van Liverpool en grootgebracht door de familie Earnshaw. Omwille van zijn donkere huid en zwarte ogen verondersteld zijn omgeving dat hij een zigeuner is. Daarnaast heeft Heathcliff, volgens Catherine, nood aan scholing. Heathcliff is dan ook woedend als hij Catherines kwetsende woorden over zijn afkomst en opvoeding opvangt. Dat zij van hem houdt heeft hij niet gehoord. Het kwaad is echter al geschied. De held is verworden tot een schurk die niet zal rusten vooraleer hij zich gewroken heeft.

Bron: Wikipedia. De video komt van Youtube. De foto ‘hero’ is van Umberto via Unsplash.

Schrijversleven in puin na controversiële roman

In koelen bloede.

Na eerst te zijn verschenen in The New Yorker in een serie van vier was Capotes non-fictieroman ‘In koelen bloede‘ in 1966 direct een bestseller. ‘In koelen bloede’ volgt Dick Hickock en Perry Smith bij hun aankomst in Kansas in 1959, waar ze in Holcomb de familie Clutter vermoordden, tot hun executie in 1965.

Naast de dolle tocht van Hickock en Smith beschrijft Truman Capote in zijn non-fictieroman ook de levens van de slachtoffers en de impact van hun moord op een kleine plattelandsgemeenschap

Feitelijke onjuistheden.

Het was trouwens door een artikel in The New York Times dat Truman Capote op het spoor kwam van de viervoudige moord. Samen met collega – schrijfster en beste vriendin Harper Lee trok Capote naar Holcomb om mensen te interviewen. Naast vele gesprekken met betrokkenen is ‘In koelen bloede’ gebaseerd op processtukken en officiële transcripten van de verhoren. Het veroorzaakte niet enkel een sensatie maar ook controversie. Zo kent het boek feitelijke onjuistheden. Iets wat toen al door critici werd opgemerkt en wat de integriteit van de schrijver niet ten goede kwam. Bovendien beweerden sommige dat Capote zich seksueel aangetrokken voelde tot Perry Smith.

Wat Perry Smith betrof. Zowel Smith als Capote waren kinderen van gescheiden ouders, die al heel vroeg op dramatische wijze hun moeder verloren. Over Perry Smith zei Truman Capote blijkbaar ooit: “We leken broers opgegroeid in eenzelfde familie. Hij ging buiten langs de achterdeur terwijl ik langs de voordeur ging.”

Na ‘In koelen bloede’.

Alleszins was Capote niet meer dezelfde na ‘In koelen bloede’. Hij begon meer en meer te drinken, geraakte verslaafd aan medicijnen en leed aan hallucinaties. Jaren van opnames in afkickklinieken volgden, zonder succes. Zijn instortingen en gevechten tegen drank en drugs kwamen geregeld in het nieuws. In 1978 zei Capote in een interview dat hij zichzelf allicht zou vermoorden zonder dat te willen. Ook zijn relatie met partner Jack Dunphy leed enorm onder zijn verslaving.

Op 25 augustus 1984 stierf Truman Capote aan leverkanker. Hij werd 59.

Bron: Wikipedia en Biography.com

De kleur van water van James McBride

Als kind besefte McBride al heel vroeg dat zijn moeder anders was dan de moeders van zijn vriendjes. De moeders van zijn vriendjes waren net als alle andere bewoners van zijn wijk Afro-Amerikaans. Zijn moeder echter was blank. Of zoals sommige blanken in die tijd stelden: blank uitschot. Sommige Afro-Amerikanen hadden het ook moeilijk met die rare blanke vrouw. Net zoals sommige joodse mensen. Zo zei Ruths familie de kaddisj en nam ze de sjiewa in acht als Ruth in 1942 met Andrew McBride trouwde. Ruth McBride-Jordan was namelijk als orthodoxe jood in Polen geboren, keerde echter haar geloof de rug toe als haar moeder stierf en werd christen.

Met haar eerste man, Andrew McBride kreeg Ruth acht kinderen, waaronder James. En met haar tweede man, Hunter Jordan, kreeg ze nog vier kinderen. Als Hunter Jordan in 1972 stierf, stond Ruth er grotendeels alleen voor met haar twaalf kinderen. Niettemin zag zij er op toe dat haar twaalf zwarte kinderen een universitaire of hogere beroepsopleiding volgde, want studies en geloof was belangrijk voor Ruth. Op de vraag van de jonge James, welke kleur God heeft, antwoordde zijn moeder: “God heeft de kleur van water.”

Naast Ruth haar opmerkelijke verhaal krijg je als lezer ook het verhaal van James, die opgroeide in de tijd van Black Power, en die net als al zijn broers en zusters zijn eigen identiteitscrisis meemaakte. Als James als kind overigens vroeg of hij nu blank of zwart was, antwoordde zijn moeder: “Je bent een mens, net als ieder ander. ‘Zorg dat je wat leert, want anders kom je niet goed terecht!”

‘De kleur van water’ vertelt twee levensverhalen waarin de nog steeds actuele thema’s ras en religie een belangrijke rol spelen, en dat eigenlijk door iedereen zou moeten gelezen worden. Het is ondanks de miserie vooral een inspirerend verhaal over wat familie kan betekenen.

Oorspronkelijke titel: The Color of Water: A Black Man’s Tribute to His White Mother.
Jaar van publicatie: 1996.
Vertaling: Pieter Bijker.