De premier van Georges Simenon

Over een oude politieke vos.

Hij is 82. Hij woont op een landgoed in Normandië en wordt nog steeds aangesproken met excellentie. Hij is al lang geen premier meer, wordt evenwel op kosten van de staat als een historisch monument onderhouden. Hij redde immers het land van de afgrond. Hij meent nog steeds invloed te hebben op de Franse politiek. De Franse regering is overigens net gevallen, en zijn voormalig politiek attaché, Chalamont, wordt getipt als kandidaat-premier. Wanneer gaat Chalamont hem raadplegen? Wie van zijn personeel bespioneert hem? En wanneer vereffent hij zijn laatste rekening ?

“Hij gehoorzaamde zijn dokters, maar niet uit angst om te sterven, want de dood joeg hem allang geen angst meer aan. Hij leefde er zelfs op vertrouwelijke voet mee, weliswaar niet vrolijk maar toch gelaten.”

Met ‘De premier’ schreef Georges Simenon een intrigerend psychologisch portret van een man, die terugblikt op zijn leven en carrière. Wat het heden betreft, moet hij vaststellen dat hij handig opzijgezet is. De oude politieke vos mag zijn haren verloren zijn, zelfs in het aanschijn van de dood heeft hij nog steeds zijn streken. ‘De premier’ is een vlot geschreven verhaal met een langzaam opgebouwde spanning, deels poëtisch en deels prozaïsch.

Ik las ‘De premier’ in de vertaling van Kris Lauwerys.

Oorspronkelijke titel: Le Président.
Jaar van publicatie: 1958.

We zijn onszelf niet van Matthew Thomas

Magistrale roman over vroege Alzheimer.

Als enig kind van Ierse immigranten wil Eileen Tumulty de Amerikaanse droom van haar ouders waarmaken. Tijdens haar studies verpleegkunde leert ze via een vriendin, Ed Leary kennen. Ed lijkt in niets op de mannen die ze tot dan toe heeft gekend. Daarenboven is hij een talentvolle hersenonderzoeker. De ideale man voor Eileen, als Ed tenminste het pad bewandelt, dat zij voor hem heeft uitgestippeld.

In tegenstelling tot zijn vrouw is Ed niet geïnteresseerd in meer geld, een betere baan, meer sociale status en prominente vrienden. Als hij geleidelijk aan verandert in een teruggetrokken man, die zich halsstarrig verzet tegen elke verandering, denkt Eileen aan een midlifecrisis. Omdat ze medisch de bevestiging wil dat haar man een klootzak is geworden, gaan ze samen naar haar huisarts, die hen doorverwijst naar een neurochirurg. Die neurochirurg bevestigt Eds vermoeden: hij lijdt aan vroege Alzheimer. Ed is dan 51.

‘We zijn onszelf niet’ had een ernstig en somber boek kunnen zijn, maar dat is het niet. Niettemin maakte het veel emoties in me los. Thomas weet op een meesterlijke wijze zijn personages in alledaagse situaties neer te zetten. De hardwerkende verpleegkundige, die zichzelf voorbij rent en te hoge verwachtingen van het leven heeft. De slecht-in-zijn-vel-zittende zoon Connell, die de achtergang van zijn vader emotioneel niet aankan en die een stroeve relatie met zijn veeleisende moeder heeft. En de vader die beseft wat er met hem aan de hand is. Daarnaast zijn er nog andere onvergetelijke personages zoals Big Mike, Eileens vader. Het verhaal wordt grotendeels verteld vanuit het perspectief van Eileen, afgewisseld met het perspectief van Connell.

Door de manier waarop Thomas het verloop van het ziektebeeld beschrijft, vroeg ik me af of hij soms autobiografische elementen in de roman had verwerkt. En inderdaad, de schrijver verloor zijn vader aan vroege Alzheimer. Net als Connell Leary op het einde van het boek, overwoog Matthew Thomas om zich genetisch te laten testen op Alzheimer. Momenteel werkt hij hard aan een nieuw boek, dat hopelijk geen tien jaar op zich laat wachten, want zolang schreef hij aan ‘We zijn onszelf niet’.

Net als het leven is Thomas’ debuut niet perfect. Sommige stukken lazen iets minder vlot dan andere. Toch verveelde het boek me op geen enkel moment, want daar is het te intens en te mooi voor. Een magistrale roman.

Oorspronkelijke titel: We are not ourselves.
Jaar van publicatie: 2014.

Vertaald door Caroline Meijer en Saskia van der Lingen.
Uitgegeven door De Bezige Bij. Oorspronkelijke uitgever: Simon & Schuster, NY.

Schrijver van ‘Ver weg van het stadsgewoel’

Op 2 juni 1840 werd een van Engelands meest geliefde auteurs geboren: Thomas Hardy. Omdat zijn ouders niet de financiële middelen hadden om hun oudste zoon verder te laten studeren, begon Hardy in 1856 te werken als leerjongen voor een architect. Van 1862 tot 1867 studeerde hij alsnog aan het King’s College in Londen.

In Londen voelde Thomas Hardy zich echter nooit thuis. Na zijn studies keerde hij dan ook terug naar zijn geliefde rurale Dorset, het graafschap van zijn jeugd en zijn literaire inspiratiebron.

In 1871 begon Hardy te schrijven. Zijn eerste manuscript ‘The Poor Man and the Lady’ werd geweigerd. Nadat schrijver George Meredith op vraag van Hardy het manuscript las en stelde dat het politiek te controversieel was, vernietigde Hardy het. Meredith moedigde Hardy aan om te blijven schrijven. Met zijn vierde roman ‘Far from the Madding Crowd’ (Ver weg van het stadsgewoel) brak Thomas Hardy door, en kon hij trouwen met zijn verloofde Emma Lowinia Gifford.

In 1895 stopte hij met het schrijven van romans nadat ‘Jude the Obscure‘, net als zijn voorganger ‘Tess of the d’Urbervilles‘ te veel kritiek kreeg. ‘Tess of the d’Urbervilles’ was controversieel omdat Hardy een gevallen vrouw sympathiek portretteerde. En ‘Jude the Obscure’ werd gezien als immoreel. Na ‘Jude the Obscure’ legde Hardy zich, tot enkele dagen voor zijn dood op 11 januari 1928, volledig toe op zijn literaire passie: het schrijven van gedichten.

Vandaag worden zowel ‘Tess of the d’Urbervilles’ als ‘Jude the Obscure’ gezien als meesterwerken in de Engelstalige literatuur.

Bron: Wikipedia