Het meisje met alle gaven van M.R. Carey

Dystopisch horrorverhaal.

Elke ochtend wacht Melanie in haar cel tot ze wordt opgehaald. Onder zware bewaking wordt ze in een rolstoel gezet en naar het klaslokaal gebracht. Melanie is tien, leert graag en houdt enorm van Griekse mythen. Ze houdt vooral van juffrouw Helen Justineau. Soms komen er kinderen bij in haar klas, soms verdwijnen er.

Naast de leerkrachten en militairen die de kinderen bewaken, is er Caroline Caldwell. Wat Caldwell juist doet, is niet duidelijk voor Melanie. Tot ze op een dag naar het laboratorium van Caroline Caldwell wordt gebracht. Net als Caldwell iets vreselijks met Melanie wil doen, wordt de basis aangevallen. Na de aanval blijven enkel Caroline Caldwell, Helen Justineau, sergeant Parks, soldaat Kieran Gallagher en Melanie over. De volwassenen besluiten naar Beacon, hun hoofdbasis te gaan. Ondanks de bedreiging die Melanie voor hen vormt, nemen ze haar mee. Melanie mag er dan wel uitzien als een lief schattig meisje, ze is een honger.

Ondanks mijn bedenkingen of ik dit wel een boek voor mij ging zijn, wou ik het niettemin proberen. Vooral de titel intrigerende me. ‘Het meisje met alle gaven’ verwijst namelijk naar Pandora. Volgens de Griekse mythologie was Pandora de eerste vrouw. Ze werd door de goden naar de aarde gestuurd om onheil over de mensen te brengen. In dit verhaal is het onheil al gebeurd, want in de maatschappij die Carey beschrijft, wil je niet leven. ‘Het meisje met alle gaven’ is dan ook een dystopisch verhaal met horrorelementen. Je leest het best niet voor het slapen gaan!

Sommige beschrijvingen waren voor mij té gruwelijk en te langdradig, maar ‘Het meisje met alle gaven’ kent ook heel ontroerende momenten. Het is een verhaal over vertrouwen, deel uitmaken van een familie en identiteit. Zo komt Melanie tijdens de tocht naar Beacon te weten wat ze is. Ze ondergaat bovendien een geleidelijke transformatie naar volwassenheid, die heel geloofwaardig blijft. Niet enkel Melanie, ook de andere personages worden knap neergezet. Enkel het einde was overhaast. De clou mocht meer uitgewerkt zijn. Niettemin een intrigerend verhaal, dat de hype verdient.

Oorspronkelijke titel: The Girl with All the Gifts.
Datum van publicatie: 2014.

Wild van Cheryl Strayed

Voettocht als therapie.

Cheryl Strayed besliste in 1994 impulsief een voettocht te ondernemen over de Pacific Crest Trail. De Pacific Crest Trail (PCT) is een wandelpad dat over een afstand van 4286 kilometer in de bergachtige gebieden langs de Amerikaanse westkust loopt.

1700 kilometer van de PCT lopen was voor Cheryl een therapie. Na de dood van haar moeder in 1990 vertoonde ze jaren van destructief gedrag. Drie maanden lang doorstond ze sneeuw, intense hitte, ratelslangen, …samen met haar veel te zware rugzak, die ze al snel de naam ‘Monster’ gaf. Momenteel kan je ‘Wild’ ook op groot scherm zien in de meeste bioscopen.

‘Wild’ begon voor mij vrij verwarrend. Ik had de indruk dat er qua tijdsspanne iets niet klopte. Op het einde had ik ook dit probleem, maar snapte de verwarring. De dag van de arbeid in de VS valt namelijk in september, een gegeven waar ze wel een voetnoot hadden kunnen aan wijden. Het einde was me overigens té sentimenteel.

Ik vond Strayeds verhaal oppervlakkig. Gelukkig werden de stukken over haar verleden grotendeels opgevangen door haar avontuurlijke belevenissen onderweg, die aanzienlijk interessanter waren. Sommige stukken van het boek heb ik eerder gescand dan gelezen, mits ze me niet echt interesseerde.

Oorspronkelijke titel: Wild: From Lost to Found on the Pacific Crest Trail.
Jaar van publicatie: 2012.

Zorro van Isabel Allende

Een avonturenverhaal.

Isabel Allende schreef ‘Zorro’ als een fictieve biografie. Isabel de Romeu is de biografe van dienst. Zij vertelt het verhaal van haar vriend, Diego de la Vega oftewel Zorro. Isabel begint haar epische vertelling met de kennismaking van Diego’s ouders: de Indiaanse Toypurnia en de Spaanse Alejandro de la Vega. Bernardo, Diego’s doofstomme bediende in de televisieserie, krijgt een andere rol bij Allende. Naast Diego’s bloedbroeder is Bernardo vooral diens alter ego. Het zorgt voor een mooi contrast. Bernardo is introvert, voorzichtig en bedachtzaam terwijl Diego extravert, roekeloos en theatraal is.

Op aandringen van zijn vader vertrekt Diego samen met Bernardo naar Spanje, waar ze verblijven bij Tomás de Romeu, een vriend van Diego’s vader. Hier kan Diego zijn opleiding vervolledigen en leert hij schermen. Als Tomás de Romeu in ongenade valt bij het nieuwe bestuur, vlucht Diego samen met Isabel en Juliana de Romeu en hun chaperonne Nuria naar Californië. Bernardo was namelijk al eerder teruggegaan naar La Reina de los Angeles, het dorp van hun jeugd, waar Alejandro burgemeester is. Voor Diego en de dames echter aankomen in Californië, beleven ze nog de nodige avonturen. En als ze dan eindelijk aankomen, kan Diego zijn vader gaan redden in zijn nieuwe rol als Zorro.

‘Zorro’ is een avonturenverhaal dat vanaf deel vier op kruissnelheid komt. Vanaf dan komt er geen einde aan de avonturen en beproevingen. De gebeurtenissen zijn vaak onwaarschijnlijk en overdreven, wat past binnen het genre. Van de karakters ondergaat enkel Diego een transformatie, omdat hij zich meer en meer voorbereidt op de rol, die hem in een Indiaanse initiatierite werd geopenbaard. De rol van zijn totemdier, de vos (= el zorro), houdt in dat hij enkel ’s avonds onder bescherming van zwarte kledij in actie komt terwijl hij zich tijdens de dag verborgen houdt. Er zijn nogal wat stereotypen, wat ook eigen is aan het genre. Waar ‘Zorro’ in excelleert is de interessante, fantasierijke en boeiende verhaallijn. Vervelend zijn de irritante opmerkingen van de vertelster.

Lees ook mijn bericht over Fictieve held: Zorro

Oorspronkelijke titel: Zorro.
Jaar van publicatie: 2005.