Schrijver van ‘Parade’s End’

Als kind mocht hij een stoel geven aan de Russische schrijver Ivan Toergenjev. Ford Madox Ford (1873-1939) groeide immers op in een artistiek milieu. Na de vroegtijdige dood van zijn vader, Francis Hueffer (1889) kwam Ford met zijn broer Oliver terecht in het huis van zijn grootvader. Hun grootvader was iemand minder dan de Engelse kunstschilder en illustrator, Ford Madox Brown. Ford en Oliver, die beide Hueffer heetten, voegden Madox toe aan hun naam. In 1919 veranderde Ford Madox Hueffer nogmaals zijn naam; hij noemde zich vanaf toen Ford Madox Ford.

Transatlantic Review.

Aanvankelijk wou Ford Madox Ford componist worden. Zijn vader was overigens een muziekcriticus en journalist voor The Times. Ford werd eveneens criticus, maar dan een literaire, en daarnaast promootte hij literatuur. Zo richtte hij in 1908 het literaire maandblad The English Review op, dat hij tot 1910 redigeerde en waarin veel grote auteurs publiceerden, want Ford kende alle belangrijke Engelstalige schrijvers van zijn tijd. In 1924 richtte hij de Transatlantic Review op. De Transatlantic Review was een kort leven beschoren, maar had een enorme invloed op de Engelse literatuur van de 20e eeuw.

Historicus van zijn tijd.

Naast het promoten van literatuur en het ondersteunen van jonge schrijvers, schreef Ford gedichten, essays en romans. Als romanschrijver was Ford Madox Ford de historicus van zijn tijd. Sommige van zijn boeken, zoals ‘The Good Soldier’ en ‘Parade’s End’ zijn sinds hun publicatie nooit uit druk geweest. Beide boeken behoren tot de modernistische school. Dit betekent dat er weinig actie is, maar hoofdzakelijk gedachten, emoties en inzichten. Ford schreef zijn meesterwerken immers in roerige tijden, waarin er net een Eerste Wereldoorlog was geweest en een Tweede op komst.

Het beeld bij dit blog komt van Wikimedia Commons.

Fictieve held: Fagin

De meeste literaire helden schitteren op papier. Sommige, zoals Charles Dickens’ Fagin uit ‘Oliver Twist’, vinden hun weg naar andere cultuuruitingen.

Eigenlijk zijn alle personages in ‘Oliver Twist’ gekend bij het grote publiek. ‘Oliver Twist’ is dan ook een van de bekendste romans van Charles Dickens. Fagin is echter opmerkelijk. Hij is namelijk een van de weinige Joodse personages in de 19e- eeuwse Britse literatuur, en een van de controversieelste helden in de Engelse literatuur. Sinds de eerste publicatie zorgt Fagin voor discussies over mogelijk antisemitisme.

Roodharige Fagin.

Voor Fagin inspireerde Dickens zich op de stereotiepe middeleeuwse Joodse boeman. Zo heeft Fagin een vork vast als hij voor het eerst in ‘Oliver Twist’ opduikt en heeft hij rood haar. Rood haar werd toen geassocieerd met de duivel. En Fagin is door en door slecht. Dickens refereerde meermaals naar Fagin als ‘the merry old gentleman’ wat synoniem stond met de duivel.

Dickens verklaarde ooit dat hij Fagin Joods maakte, omdat criminelen nu eenmaal Joods zijn. Kans is reëel dat Dickens Ikey Solomon voor ogen had. De Joodse Solomon was toen een gekende Engelse crimineel en heler.

Door de controversie rond Fagin zag Dickens zich gedwongen om in latere heruitgaven van ‘Oliver Twist’ Fagins Joodse achtergrond minder sterk te benadrukken. In een latere roman, ‘Our Mutual Friend’ voerde Dickens terug een Joods personage op, met name Mr Riah. Riah is in tegenstelling tot Fagin de goedheid zelve. De lezer, de film- en theaterliefhebber kent vooral Dickens’ slechte Jood. In het Engels is ‘a fagin’ overigens een volwassene die kinderen opleidt tot dief.

Fagin

Bron: Wikipedia en The Independant.
Bron foto: Wikimedia Commons, die de afbeelding dankt aan Joseph Clayton Clarke.
Bron foto hero: Unsplash (Umberto).

Pavel en ik van Dan Vyleta

Berlijn, december 1946. Het is de koudste winter sinds mensenheugenis. De Berlijners proberen zo goed en zo kwaad mogelijk te overleven. Onder de bestuurders van de bezette stad bevinden zich flamboyante figuren, zoals de Britse kolonel Fosko. Over de nertsdragende Fosko doen veel verhalen de ronde: hij zou homo zijn, een Italiaanse edelman, een spion voor de Russen, een nazi die in 1933 infiltreerde in de Britse geheime dienst.

“Het valt niet te zeggen waar al die geruchten vandaan kwamen en ik heb me wel eens afgevraagd of de kolonel zelf ze in de wereld bracht, al zou ik niet weten waarom, misschien om zijn reputatie op te bouwen. Legenden kleefden aan hem, als luizen.”

De mannen van Fosko tonen veel belangstelling voor een huis in hun sector. In dat huis woont onder meer de Amerikaanse ex-soldaat, Pavel Richter. Niet enkel de Britten maar ook de Russen houden het huis in het oog. Het is uiteindelijk de jonge straatboef, Anders, die toevallig te weten komt wat de Russen en Britten nu eigenlijk willen van zijn vriend Pavel.

Mondjesmaat kom je als argeloze lezer meer en meer te weten over het schimmige complot waarin Pavel terecht is gekomen. Vyleta weet zijn verhaal van begin tot einde heel mysterieus te houden. Dat komt vooral door de bijna alwetende eenogige ik-verteller, die het verhaal met flashforwards en flashbacks regelmatig overneemt. De ik-verteller, Peterson, een medewerker van kolonel Fosko raakt uiteindelijk gefascineerd, of beter gezegd geobsedeerd door Pavel Richter. Bovendien merkt hij al snel dat Fosko’s maîtresse Sonia verliefd wordt op Pavel, en dat ze bereid is om veel risico’s te nemen om Pavel te redden. Jaren later reist de ik-verteller Sonia zelfs achterna in de hoop alsnog een antwoord te krijgen op enkele prangende vragen. Peterson wil namelijk het verhaal vertellen van Pavel en hemzelf tijdens die winter van 1946.

‘Pavel en ik’ is in zekere zin een verhaal in een verhaal. Dan Vyleta weet zijn verhaal echter zo subliem te vertellen, dat je dit als lezer nauwelijks merkt. Er zitten nogal wat literaire knipoogjes in ‘Pavel en ik’. Zo is kolonel Fosko een reïncarnatie van een fictieve held van Wilkie Collins, en doet de jeugdbende waar Anders toe behoort denken aan Dickens’ Oliver Twist. Toch weet Vyleta moeiteloos die Victoriaanse voorbeelden te vertalen naar het troosteloze Berlijn van 1946. Naast straatjongens en militairen passeren ook hoeren, souteneurs en dwergen de revue. Wat Wenen is in Graham Greenes ‘De derde man’ is Berlijn ontegensprekelijk in Vyleta’s ‘Pavel en ik’. Een niet te missen boek.

Oorspronkelijke titel: Pavel & I.
Jaar van publicatie: 2008.